Recensie: Maria Philippens – Passage Maastricht
Kopje koffie, postbode?
Dat Maastricht een andere sfeer ademt dan andere Nederlandse steden, is niet te ontkennen. Het is daarzo al een beetje Frans, misschien nog wel meer een beetje Duits. Maria Philippens houdt duidelijk van de Limburgse hoofdstad en dat laat ze ook merken in haar derde roman Passage Maastricht. Misschien wel een beetje te veel.
Uitgangspunt lijkt de gedaanteverwisseling van Maastricht. Van een wat armoedige arbeidersstad tot een plek waar internationale kenniswerkers hun jobs hebben en onderzoek doen. Het Nederlands, Maastrichts dialect, Frans en Duits verdwenen grotendeels voor het overal steeds opdringeriger Engels, waarmee ook Maastricht een deel van zijn uitzonderlijke charme verliest.
Maar er zijn nog authentieke inwoners, in deze roman in de persoon van Mathieu, de weinig ambitieuze postbode, die door toeval kennismaakt met de wat vereenzaamde Spaanse Alba, echtgenote van de arrogante en juist extreem ambitieuze expat Alejandro, die ook nog eens losse handjes blijkt te hebben. Alba kwam met haar man mee, niet uit vrije keuze, maar domweg omdat haar man het van haar verwachtte.
Mathieu worstelt met het hooghartige gedrag van zijn opportunistische vader Servais, een sociale stijger, die de politiek in ging en nu tot de plaatselijke notabelen wordt gerekend. Dat zijn zoon postbesteller is, vindt hij dan ook iets om zich voor te schamen, maar Mathieu lijkt nu eenmaal niet op zijn vader, heeft ook slechte ervaringen met hem. Servais’ verleden als militair in een VN-vredesmissie in Libanon verklaart veel.
Alba en Mathieu begrijpen elkaar, wisselen tijdens kopjes koffie gedachten uit, ook omdat Alba zich afvraagt of ze misschien een boek wil schrijven. Mathieus verhaal over een hem overkomen bedrijfsongeval zou een insteek kunnen zijn. Alejandro vermoedt echter andere gevoelens en handelingen tussen Alba en Mathieu, maar daar doen de twee helemaal niet aan. Het blijft allemaal bij kleine, niet al te opzienbarende schermutselingen met de oude stad als decor. Mathieu leidt Alba rond en vertelt uitgebreid en met veel toevoegingen, die we tegenwoordig Wikipedia-feitjes noemen, hoe mooi het daar allemaal is, zodat de lezer het vooral ook even meekrijgt.
De geregeld wat krampachtig aandoende citymarketing doet de roman geen goed. Philippens heeft er ook een handje van om alles te benadrukken wat de lezer vooral niet mag ontgaan. Soms doet ze dat expliciet in tot in detail verklarende zinnen, vaak ook in vragende vorm, het fenomeen dat we kennen uit soapseries. Het heeft tot gevolg dat je je als lezer geen eigen beeld kunt vormen en ook geen vragen meer hoeft te stellen. Dat doet Philippens wel voor je.
Waarom vernedert hij haar? Dit is wat hij ook met de postbode deed: de ander klein maken. Alleen om zichzelf groot te kunnen voelen? Heeft hij een andere bedoeling, een minder voor de hand liggende? Alba kan er alleen maar naar gissen.
Wat Passage Maastricht er ook niet sterker op maakt is de lineaire vorm, weliswaar met wat heen en weer springende perspectieven, die de indruk wekt dat het verhaal gewoon al werkende vorm kreeg en niet door van tevoren een structuur op te zetten. Daarmee krijgen de kleine verwikkelingen iets traags en onbeduidends. De ambitieuzen met hun ego’s en grote monden, dus Alejandro en Servais, blijken uiteindelijk maar deerniswekkende jongetjes, terwijl Alba en Mathieu moreel juist het goede pad bewandelen. Zulke inzichten bevatten ongetwijfeld een waarheid, maar zijn tegelijkertijd niet erg verrassend. Zoals deze hele roman weinig onderdelen bevat die je verwonderen of desnoods verbijsteren. Maar Maastricht, laat dat duidelijk zijn, is beslist een fraaie stad.
André Keikes
Maria Philippens – Passage Maastricht. Gist, Delft. 272 blz. € 24,99.

