Fight Club |Iedereen kent de eerste regel van de club

Twee mannen zitten in een bar en drinken samen een biertje. En dan nog een, en nog een. Ze kunnen het goed met elkaar vinden. De onuitgesproken klik heeft plaatsgevonden. Misschien daardoor voelt de ene man zich voldoende veilig om de ander iets te vragen: een nogal merkwaardige vriendendienst. ‘Tyler said, “I want you to hit me as hard as you can”.’

Van het een komt het ander. De twee organiseren een gevecht in de kelder van een bar. Het wordt een wekelijks event en krijgt een naam: Fight Club. Mannen mogen er willekeurige onbekenden uitdagen om op de vuist te gaan. Bij het eerste bezoek is deelnemen aan zo’n gevecht verplicht. Dat laatste is een van de regels van Fight Club, maar de twee eerste regels kent zowat iedereen op deze planeet: ‘The first rule about fight club is you don’t talk about fight club. (…) The second rule about fight club (…) is you don’t talk about fight club.’

(Onvergetelijke zinnen zijn het, maar merk ook op dat ze een literair doel hebben. Palahniuk gebruikte ze als ‘chorus’: een herkenbaar refrein dat hem toestaat zijn verhaal naar alle kanten te laten uitwaaieren, zonder dat de lezer het spoor bijster raakt. Er zijn immers altijd de regels van de club om je terug naar de kern van het verhaal te trekken.)

Een nachtmerrie waarin iedereen jou kent
In de verfilming van Fight Club zijn de gevechten nog redelijk realistisch: het geweld wordt nooit echt cartoonesk. Op papier ging Palahniuk veel verder: bloed vloeit, tanden gaan hun eigen weg, botten breken als chips, de hoofdpersoon loopt het grootste deel van het boek rond met een gaatje (!) in zijn wang. De beschrijving van de gevechten steekt regelmatig de grens van het absurde over. Toch doen de klappen en verwondingen de lezer plaatsvervangend terugdeinzen: het wordt nooit zo grotesk dat de roman een tandeloze grap wordt. Dat is een lastig evenwicht, maar Palahniuk krijgt het voor elkaar.

Ondanks het reële fysieke gevaar dat eraan verbonden is, wordt Fight Club razend populair. Algauw duiken her en der andere vechtclubs op, soms opgezet door Tyler en soms niet. Fight Club is geen georganiseerd event meer, maar een fenomeen. Een zelfstandig levend, groeiend, ontsporend beestje. En de hoofdpersoon ziet de sporen van het succes overal om zich heen: onbekenden met blauwe ogen en gescheurde gezichten geven hem, mede-bedenker van Fight Club, een betekenisvolle, dankbare knipoog. De werkelijkheid voelt opeens als een nachtmerrie waarin iedereen hem schijnt te kennen, hem zelfs vanop afstand vereert.

Lacune
Waarom groeit Fight Club eigenlijk zo snel? Palahniuk gooit zelf een paar verklaringen in zijn tekst, telkens in de vorm van korte, lapidaire zinnen die alleen in the moment betekenis hebben. Zodra je er ietsje langer over nadenkt, merk je dat ze in de kern betekenisloos zijn. Deze zinnen doen het verlangen naar beter antwoord alleen maar toenemen.
‘Most guys are at fight club because of something they’re too scared to fight,’ stelt Palahniuk bijvoorbeeld. ‘After a few fights, you’re afraid a lot less.’
Let op hoe positief hij dat verwoordt: goed, je oogkas ligt aan scherven, maar denk aan de persoonlijke groei die je gerealiseerd hebt.
Elders suggereert Palahniuk dat mannen iets in hun leven moeten hebben waarvoor ze vechten. In die logica vult de vechtclub een lacune: je kan er vechten om te vechten, als het leven je niets biedt dat een gevecht waard is. Mannen verlangen naar een fysieke uitdaging en de sportschool is maar een half antwoord: sure, je kunt er werken aan de kracht die je nodig hebt voor het gevecht… maar dat gevecht zelf komt er nooit. Gymsessies zijn een tot vervelens toe herhaalde voorbereidings-loop.
Tyler Durden beseft dat Fight Club, net als de gym, op zijn grenzen kan botsen: het is immers een training voor een belangrijke confrontatie, ergens in de toekomst, een gevecht dat waarschijnlijk nooit zal plaatsvinden. Vroeg of laat zullen de leden dat inzien, weet hij. Hij speelt daarop in met ‘Project Mayhem’: hij verzint een doel voor de meeste extreme leden van de clubs. Een reden voor het gevecht, een hoger streven. En zonder àl te veel van de plot te willen spoilen: op dat punt gaat het natuurlijk flink fout.

Terug naar de kern van de zaak
Maar waren we niet op zoek naar constructieve ideeën over mannelijkheid? Een visie op mannelijkheid die het niet doet inkrimpen tot iets toxisch? We wilden net afstand nemen van de manosphere, maar iemand als Andrew Tate zou een moord doen voor een lidkaart van Fight Club. En je hoeft niet heel erg je best te doen om op X posts van incels te vinden die dól zijn op Fight Club, omdat ze er een verheerlijking en rechtvaardiging van geweld in lezen. Hoe zijn die mensen erin geslaagd om het boek zo fout te interpreteren?

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Wat is ernstig, wat is ironie?
(Fight Club, Chuck Palahniuk, 3/3)

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.

Boekenlinks: