Recensie: Asmae Amaddaou – Brand, lieverd, brand
Een thuis om eigen te maken
Sinds Asmae Amaddaou’s krachtige optreden half april bij de derde Poëzie in Carré, keek ik reikhalzend uit naar de verschijningsdatum van Brand, lieverd, brand. Nu, na een luttele week lezen, ziet mijn bundel er al zwaar doorleefd uit. Verwoed heb ik de 41 gedichten, verdeeld over drie afdelingen, een keer of vier gelezen, genietend van de intertekstualiteit die me op allerlei nieuwe paden bracht. De pagina’s staan inmiddels vol aantekeningen: over tot nu toe voor mij onbekende personen achter de veelvuldig aanwezige citaten, over de subtiele referenties naar klassieke Nederlandse gedichten, over pijnlijke, inhumane gebeurtenissen van nog maar net geleden. Eén ding is zeker: Amaddaou’s aanstekelijke geestdrift weet je ook op papier het vuur aan de schenen te leggen.
Het lyrisch ik in de gedichten zoekt, krachtig wroetend, hoe ze ‘ooit een thuis kan vormen’, terwijl de wereld in brand staat. Schijnbaar moeiteloos en uiterst precies verhaalt ze over de paradoxale contrasten van haar leefwereld. Ze is 24 ‘& eindeloos aan het rouwen/ om alles wat had kunnen zijn’. Vanaf het eerste gedicht ben je mee op drift in de diasporavormige leegtes. In hoog tempo reizen we mee langs allerlei transitplekken: de achterbank van een taxi, de shishalounge, de kapperszaak. Onderwijl doorvoel je de dagelijkse dilemma’s van het lyrisch ik in het eerste deel Paspoorten & martelaren:
‘soms kijk ik het nieuws om te tellen/ op hoeveel verschillende manieren/ ik in vierentwintig uur kan sterven’(I’m a good African)
‘het is mij nog steeds onbekend of ik de beul getuige of het offer ben’ (Post 9/11 Blues)
‘ik huil al dagen om wat we hadden kunnen zijn/ &daarna vraag ik mij af wat we hadden mogen zijn’ (Mocro maffia)
‘iedereen van wie ik houd/lijkt op een lichaam op het nieuws’ (Harraga)
‘ik herinner het mij/ ook al ben ik nooit thuis geweest’(Wie herinnert zich de Riffijnen?)
‘wanneer is de jacht om mij te bezitten voorbij?’(Zelfportret featuring Tony Montana)
‘heb ik mij niet laten omkneden tot de juiste versie?’(De grote poëten gaan viraal op twitter of alle manieren waarop ik nog steeds auditie moet doen voor dit lands genade)
In het tweede deel, Het is altijd zomer in de getto (13 gedichten) en het derde deel, God zegen dit leven (15) blijft de strijdbaarheid aanwezig. Een van de hoogtepunten vormt voor mij het gedicht Synoniemen voor moslimvrouwen op het internet 101. Ik heb nog nooit in de schoenen van een bruine, gesluierde vrouw gestaan, maar nu weet ik wat feminisme nog meer zou moeten behelzen. Er sijpelt hier en daar wat ironie door de queeste heen: ‘het spijt mij voor mijn niet-westerse botheid/ ik had een schoonmaker moeten worden/ niet een ondankbare poëet’ .
Maar ook vitale tederheid: ‘het is een bruine plicht om in de toekomst te blijven geloven vertel/ het land dat we zullen herbouwen vertel de voorouders dat ze niet/ voor niets gestorven zijn’.
Met Brand, lieverd, brand vestigt Asmae Amaddaou zich als een volkomen noodzakelijke stem in de Nederlandse literatuur van nu. Moge haar temperamentvolle lyriek de moeder der politiek zijn, moge haar elegante taal ons de wereld zachter laten vasthouden en moge Asmae Amaddaou vooral in haar gedichten blijven wonen. Dat biedt ons een thuis om ons eigen te maken.
Miriam Piters
Asmae Amaddaou – Brand, lieverd, brand. De Bezige Bij, Amsterdam. 144 blz. € 21,99.

