De onderstaande recensie van Albinoziel verscheen voor het eerst in 2005.

Balen, idiote lezer

Met de kleine roman Albinoziel ben ik voorlopig nog niet uitgepuzzeld. In niet meer dan 128 bladzijden zet Huub Beurskens ons met merkbaar plezier de geschiedenis voor van Mira en haar tekenleraar, ene Leonard Liebezeit, die lang geleden (jaren dertig?) in Zwitserland een relatie hadden. En als je bedenkt dat Mira ook bevriend was met haar medescholier Christian Venus dan weet je alleen al aan deze namen hoe laat het is in dit boek: de liefde en niets dan de liefde.

Maar Beurskens was niet van plan het een of andere goedkope verhaaltje rondom meisje-wil-jongen-en-jongen-wil-niet of andersom voor te zetten. Wie is die Leonard Liebezeit eigenlijk? Hij speelt een rol in een manuscript dat Mira op latere leeftijd over haar ongelukkige liefde schreef en dat een Nederlandse schrijver na haar dood in handen krijgt en waar hij commentaar bij geeft. Het heet Tedere albinoziel. In een soort vooraf geeft de uitgever die schrijver het advies om het manuscript nog maar eens goed na te kijken. ‘Ik weet, ik voel dat je je in Tedere albinoziel hebt verstopt.’ Heeft die schrijver zelf dus dat manuscript geschreven? Maar hoe kan dat? En nu ik toch bezig ben de zaken ingewikkeld te maken: Leonard Liebezeit is een anagram van Tedere albinoziel, kijk zelf maar, het klopt echt.

Beurskens zet je als lezer zelf op het spoor van dit soort puzzels. Tedere albinoziel is bijvoorbeeld ook een anagram van ‘Balen, idiote lezer!’ En van Christian Venus kun je maken: ‘her cunt is vain’. Aan mij was dit trouwens allemaal goed besteed, ik hou wel van puzzels en zeker van puzzels waarbij je steeds het gevoel hebt toch weer op het verkeerde been gezet te worden door een schrijver die je steeds een stap voor is.

Op het einde bijvoorbeeld blijkt inderdaad niet Mira Tedere albinoziel te hebben geschreven, maar Leonard Liebezeit. En die Liebezeit is leraar tekenen, woont in Amsterdam ‘op luttele honderden meters’ van de plaats waar ‘een programma- en stennismaker op klaarlichte dag midden op straat door een geloofsfundamentalist is omgebracht.’ Nu weet ik toevallig waar schrijver Huub Beurskens woont, niet ver van de plek waar Van Gogh is vermoord en hij is tekenleraar. Mag ik deze kennis als recensent gebruiken? Ik vind van wel, zeker bij een boek als dit waarin de schrijver zich zo ongeveer alle middelen veroorlooft om ons lekker aan het puzzelen te zetten. Vermommingen, verwarringen, gloeiende liefde, hartstocht, gesteggel met identiteiten etc. etc. Gaat het daar allemaal niet om in literatuur?

Dus Beurskens is Liebezeit. Goed, maar hoe te verklaren dat hij een manuscript becommentarieert waarin hij zelf voorkomt? En hoe zit het met die Mira? Door wie is ze nu precies ontmaagd? En wie is de vader van Mira?

Ik las dit boek drie keer en nog steeds heb ik het gevoel dat ik verdwaald ben in een spiegelpaleis. Niets is waar van het verhaal erin, dat is nu juist het mooie ervan, want het blijft toch steeds een aangrijpend verhaal over een jongen en een meisje die elkaar niet kunnen krijgen en hartstochtelijk naar elkaar verlangen. Over hete liefde gaat het, over de verwarringen daarvan en het raadselachtige eromheen.

Kees ’t Hart

Huub Beurskens – Albinoziel. Atlas, Amsterdam. 128 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 23 december 2005.