Recensie: Bert Wagendorp – De dubbele schaar
De onderstaande recensie van De dubbele schaar komt uit 2005.
Overtuigende schijnbewegingen
In de verhalenbundel De dubbele schaar neemt Bert Wagendorp ons mee naar de wanhoop en de glorie van vier sporten: verspringen, schaatsen, voetbal en wielrennen. Het zijn geen rechtstreeks vertelde verhalen over sporthelden. Hij kruipt niet in de huid van een of andere sportheld, maar laat een getuige van een sportgebeurtenis aan het woord, een collega sportheld, een vriend, een concurrent of een journalist. Dit verschaft hem de nodige speelruimte om een stel mooie, melancholieke en soms ook geestige geschiedenissen aan ons voor te zetten.
Het eerste verhaal vond ik het minste, misschien had dat iets te maken met de lange inleiding over een jongen die met zijn ouders vanuit Friesland naar Amerika emigreert. Geen spannende gebeurtenissen, die bovendien niet echt grappig wilden worden, wat toch wel de bedoeling was. Alle clichés over Amerika en emigranten maar weer eens herhaald, ik begon het ergste voor de rest van de verhalen te vrezen. Maar het rare was dat tegen het einde toch de motor bij me begon aan te slaan.
Ineens een mooie en gedetailleerde scène van de beroemde sprong op de Olympische Spelen van Mexico: 8 meter. Wagendorp laat de flauwekul achter zich en slaat aan het schrijven: ‘Zijn rechterarm is vooruit gestrekt, de vingers naast elkaar alsof hij de lucht wil breken.’ Plotseling zijn we bij die sprong, de tijd is even stil gezet en we zijn het zelf die daar aan het zweven zijn gegaan.
Bij de andere drie verhalen slaagde Wagendorp erin me vanaf het begin bij de les te houden. In ‘De Spiegel van Ballangrud’ gaat het om een jonge man met schrijfambities die naar Gotenburg reist om daar een Nederlandse schaatsheld aan te moedigen. Daar lukken de grappen ineens wel en krijgen gen we een mooi beeld van een stel schaatssupporters.
En we krijgen een inkijkje in de gedachtewereld van een schaatser tijdens de tien kilometer. Waar denkt zo iemand aan wanneer hij onderweg is? Vast niet alleen aan rondetijden, stel ik me voor en Wagendorp schotelt ons de warrelende denkwereld tijdens zo’n rit overtuigend voor. ‘Hij kan al niet meer geordend denken, de woorden komen op als luchtbellen in een pan kokende melk.’ Ga door, voelde ik mezelf denken.
In de laatste twee verhalen zet Wagendorp alle schroom opzij en levert hij intense verhalen over twee grote sporthelden wier namen ik hier nu maar noem: Stanley Matthews en Greg Lemond. Ineens slaat hij onbekommerd aan het bewonderen, maar hij weet heel goed dat je daarmee uit moet kijken. Alleen de omweg telt, zoals in alle goede literatuur. De schijnbeweging, daar gaat het om. Daarom zijn die twee laatste verhalen zo goed geslaagd.
Het ontroerende verhaal over Matthews geeft deze bescheiden voetbalheld alle eer die hem toekomt, je ziet hem ineens voor je zonder dat Wagendorp terug valt in ronkend voetbalgeklets. Zo ook bij Lemond, de merkwaardige Amerikaan die zich ooit een oor liet aannaaien door Bernard Hinault en die nu hier dwingend is uitgelicht. Juist Wagendorps manier van vertellen, hij creëert altijd afstand tot zijn helden, maakt dat ze recht overeind blijven. En ons bijblijven.
Kees ’t Hart
Bert Wagendorp – De dubbele schaar. De Geus, Breda. 188 blz.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 30 september 2005.
