Wegwezen uit een versleten republiek

‘Oversteken’ betekende in de voormalige DDR in de eerste plaats het land ontvluchten om in het Westen een beter bestaan op te bouwen. Een eufemisme, waar de communistische machthebbers zich destijds ongetwijfeld aan hebben geërgerd, maar weinig tegen konden doen. Paul, het zeventienjarige vriendje van de een jaar jongere protagonist Karin In Charlotte Gneuss’ debuutroman Gittersee, deed het. Hij liet ontredderde vrienden en familie achter, maar gaf ook de onthutste Staatssicherheit, de beruchte Stasi, het nakijken. Of het hem daadwerkelijk gelukt was, bleef lang onduidelijk.

De jaren zeventig van de vorige eeuw in het vroegere Oost-Duitsland, een in alle opzichten versleten republiek, waren een troosteloze bedoening. Mensen leefden er zo goed en zo kwaad als het ging met de weinige middelen die ze hadden, een Europees Cuba. Een eigen moestuintje was vaak een noodzakelijke kleine bron van inkomsten, iedereen in een gezin diende zijn of haar steentje bij te dragen om de kop boven water te houden.

Zo moet Karin niet alleen naar school, maar ook vele huishoudelijke werkzaamheden verrichten en vaak op haar kleine zusje passen. Van een onbekommerde jeugdtijd was nauwelijks sprake. En nu is haar grote liefde Paul ook nog verdwenen. Haar moeder vertrekt eveneens, kan het niet langer aan, haar vader is alcoholist. Maar bij haar in de klas wil iedereen, pubers immers, wel graag verder kijken, haalbaar of onhaalbaar. Zo wil Marie, wier vader al voor haar geboorte ‘overgestoken’ is, de eerste vrouw op de maan worden.

Charlotte Gneuss situeert haar boek in en noemde die naar Gittersee, een arbeiderswijk in Dresden, waar iedereen elkaar kent en dus weinig onder de radar blijft. Ze is zelf van 1992 en maakte de DDR-periode dus niet mee, maar deze roman, geschreven in staccato-zinnetjes, waarin kleine dialogen, uitroepen, gedachten en dromen geregeld intrigerend in elkaar overvloeien, benadert het leven in het vroegere Oostblok heel geloofwaardig.

De tweeling van de buren verzamelde slakken in de waskuip. En in de oude regenton, in emmers voor pruimen en appels, in de saladekom, in de kist met moersleutels, in bloempotten, onderschalen en in allerlei servies. Ze ordenden de slakken op kleur en vorm. […] Het huisje van de regenslak is heilig, besloot hij, elke keer als we er langs lopen, mogen we een wens doen.

Karin en Paul zijn pubers met bij die leeftijd horende gedragingen, dus is er soms sprake van aanstellerij en dikdoen, wordt er van alles beweerd zonder bewijs, wordt er geklierd en zoeken ze naar kicks. Niet ongevaarlijk in een land met een overal aanwezige geheime politie als de Stasi. En zeker niet in een kleine gemeenschap als Gittersee. Want wie weet meer, wie verlinkt de ander, wie speelt er zaken door?

Stasi-agent Wickwalz staat met een collega al snel op de stoep bij het huis waar Karin woont als Paul ‘overgestoken’ lijkt te zijn. Dat deze vertrokken was naar Tsjechië met zijn vriend Rühle, die al snel weer thuis kwam, maakt het raadselachtig. Maar zijn vriendinnetje, de wat naïeve Karin, is voor de Staatssicherheit net zo goed een interessante persoon. Zij zou toch wel iets gemerkt moeten hebben? Ze wil toch niet schuldig zijn aan verraad van het socialisme? Wickwalz doet zich bij hun gesprekken voor als empathische, vaderlijke figuur, die het beste met haar voorheeft en veinst belangstelling voor haar leven. Waarna Karin stukje bij beetje vertelt wat ze beter niet had kunnen vertellen. Misschien, zegt Wickwalz, wil ze later zelf wel werk zoals dat van hem gaan doen. Een mooi vooruitzicht, toch?

Gittersee is het verhaal van gewone mensen in een repressieve maatschappij. Paul, die in de mijnen werkt, maar droomt van een artistieke toekomst, kan welbeschouwd niets anders doen dan de poging wagen naar het Westen te gaan. Vol puberale bravoure, alsof hij in een film speelt.

Of de roman sterker is geworden door er een thrillerelement aan toe te voegen, dat door de intro meteen centraal staat, is twijfelachtig. Behalve de intro en de late ontraadseling daarvan, is Gittersee toch vooral overtuigend door de gedetailleerde sfeertekening en de karakteristieke structuur met zijn talloze zwevende zinnetjes en gespreksflarden. Daarbij komt dat dat thriller-element ook weinig geloofwaardig is, terwijl de roman zelf juist heel erg aansluiting zoekt bij de realiteit van de DDR-periode.

André Keikes

Charlotte Gneuss – Gittersee. Vertaald door Sandra Jeurissen. Meulenhoff – Amsterdam. 256 blz. € 22,99.