Seks, moord, incest, umklokkerij en ofgriezelijke wraak

Vals, dat is de titel van de Drentse bewerking (Drèentse bewarking) Van den vos Reynaerde. Hans Katerberg en Rolf Mulder zijn de bewerkers die het origineel hebben omgezet in een prozatekst ‘met wat dichterlijke vrijheid de tekst wat an te dikken, der an toe te doen of dinger aans oet te drukken, as dat veur oes gevuul het verhaal ten goede kwam. Dat gebeurt onder andere door de Sint-Maartensvogel een terugkerende rol te geven. Als de vogels links van je passeert dan betekent dat naderend onheil. Bij mijn weten komt de vogel één keer voor in het origineel, maar Katerberg en Mulder voeren de vogel op aan het einde van een hoofdstuk met nog wat ornithologische toevoegingen.

Hoog in de stralend blauwe locht vleug de Sint-Maartensvogel. IJ ziet ze haost nooit. Rietdukers ziej ok niet vaak, maor die heur ij teminnen nog. En hiel goed. As een rietduker under het riet dök, dan heur ij een hiel lege en doffe ‘uh-woemhmp!’deur locht en dook dreunen.

In het voorwoord beweren de auteurs dat de meeste mensen het Reynaert-verhaal als ‘grappig kinderverhaaltien’ kennen, maar het is ‘Literatuur met een grote L’. Ik vraag me af zoveel mensen het verhaal als een ‘braaf en slap oftreksel van het échte verhaal veurschötteld’ hebben gekregen. Ik ken wel schooluitgaven (voor het voortgezet onderwijs) die vroeger zwaar gecensureerd werden, maar tegenwoordig worden ook de heftige delen gewoon verteld, zie Het onvergetelijke verhaal van Reinaert de vos van Maria van Donkelaar en Martine van Rooijen. Katerberg en Mulder weten in ieder geval waar het over gaat: ‘over seks, moord, incest, umklokkerij en ofgriezelijke wraak.’

Ondanks hun voornemen om de vrijheid te nemen volgen de bewerkers vrij keurig het geschreven verhaal met soms een enkel anachronistisch uitstapje. Zo zegt Reynaert als ze de galg voor hem opzetten dat ze moeten opschieten:

‘Volk, hol het kört!’
Hiel viel later zee een zekere Oldenbarnevelt ok zukswat, toen die ’t er netgliek veur staon har, moar dat laow even liggen.

En het einde van Vals is ondanks de heftige thema’s redelijk braaf, want er komt helaas nog een samenvattende dooddoener, die misschien naar zijn aard heel Drents is, maar die wel de angel uit de satire haalt.

Het rad van fortuun maor ok van grote benauwdigheid drèeit altied deur. Mangs rap en mangs zachiesan. En mangs knarpt het en valt het stil, Maor daornao giet het weer verdan. Algedurig, verdan en verdan.

Toch is het fijn dat mensen de moeite nemen om een middeleeuwse tekst naar de streektaal. Als curiosum hoort het in de kast van elke Reinaert-verzamelaar.

Coen Peppelenbos

Hans Katerberg en Rolf Mulder – Vals. Geïllustreerd door Maartje I. Jansen. Stichting Het Drentse Boek, Beilen. 72 blz. € 19,95.