In Hollands Maandblad verscheen een stuk van Margriet de Koning Gans over Oroppa van Safae el Khannoussi en Wees onzichtbaar van Murat Isik. Het is gratis te lezen op de site van Hollands Maandblad. Manon Uphoff las het stuk ook en was verbijsterd door dit ‘broddelwerkje’. Margriet de Koning Gans en hoofdredacteur van Hollands Maandblad Johannes van der Sluis weerspreken Uphoffs kritiek.

Margriet de Koning Gans: de kritiek van Manon Uphoff op mijn artikel in Hollands Maandblad 2026-4 betreft tot mijn verbazing mijn vermeende neerbuigendheid over de Arabische cultuur en mijn Europese superioriteitsgevoel, waar Edward Saïd de vinger op heeft gelegd in zijn boek Orientalism. Ik ga daar geen welles-nietes van maken, maar het valt me op dat zij precies weet hoe ik het bedoel. Dat begint al bij de romans van Orhan Pamuk en de films van Nuri Bilge Ceylan die ik noem, waar mijn minachting voor de Turkse manier van leven en denken uit blijkt. Ik zeg daar in mijn artikel niets over, maar zij mag van me weten dat Ceylan een grootmeester is, die schitterende, adembenemende films maakt die met gemak drie uur duren. Hij gaat met dezelfde precisie te werk als Pamuk, die er ook de tijd voor neemt, en die je op een vergelijkbare manier, stapje voor stapje, meeneemt naar de kern van een groot, universeel drama. Het is de langzame, aandachtige manier van leven die we in Europa kwijt zijn geraakt.

Als het oordeel van Manon Uphoff dan al geveld is, kan er niets meer goed zijn. Dat heet confirmation bias. Uiteraard weet ik dat de bibliotheken van Bagdad, Constantinopel en Córdoba overlopen en -liepen van de grote Arabische geleerden en dat heel veel kennis uit de Oudheid dankzij die bibliotheken bewaard is gebleven en op die manier na lange tijd in Europa terecht is gekomen. Maar ik weet ook dat gewone mensen, overal ter wereld, geen deel hebben aan al die kennis en geletterdheid, of het nu is van hun eigen cultuur of die van een ander. Daar heb ik het over, als ik schrijf over hoe gewone mensen leven. Nog steeds is het zo dat hier van huis uit Turkse en Marokkaanse vrouwen leven die niet kunnen lezen en schrijven. Zij komen uit Anatolië en de Maghreb. Kader Abdolah heeft daar liefdevol over geschreven in zijn Boekenweekgeschenk van 2011, De kraai, een prachtig boekje dat hier door de spraakmakende gemeente met de grond gelijk is gemaakt. Over oriëntalisme gesproken.

De opmerking over het ontbreken van begrippen als tragedie en komedie in de Arabische literatuur heb ik gelezen in een essay van Jorge Luis Borges, en ik vond dat een eye opener.

Verder ben ik het eens met Manon Uphoff dat de topografie er in literatuur niet toe doet, want het is fictie, maar dan is het toch beter de adressen niet precies te noemen, maar het bij een omschrijving te laten. Misschien was het mijn confirmation bias dat ik geen greep op het verhaal van Oroppa kreeg, dat dit exacte benoemen ook al niet meehielp.

Waarnemen dat iets op een bepaalde manier verteld wordt, is iets anders dan er minachting voor hebben.

Namens de redactie (Johannes van der Sluis):

Mevrouw Uphoff spreekt over waardigheid.

Eén ding over waardigheid: menen iemands achternaam te moeten betrekken in een kritiek lijkt me vooral een schrijver anno 2026 onwaardig, om niet te zeggen dat die waardigheid daarmee te grabbel wordt gegooid. Heel treurig.

Ach, het zogenaamde verlichte volksdeel; nog steeds de verontwaardiging als weinig stille kracht achter kritiek voor het zogenaamde goede doel. Pen in de ene hand, hooivork in de andere. Gelukkig wat gesnuif en gepruttel van enkele bevriende verlichten op Facebook bij wijze van applaus. Superieur!