Macht en onmacht van een vrouw

Ze zeggen dat Lawrence of Arabia de beste film aller tijden is. Met drieënhalf uur is het mogelijk ook de langste film zonder ook maar één vrouw met tekst. Niet zo vreemd, hoor ik u denken, vrouwen speelden nu eenmaal geen rol aan het Arabisch front van de eerste wereldoorlog. Mis! Een vrouw trok de grenzen door de woestijn toen de geallieerde overwinnaars het Midden-Oosten opnieuw indeelden. Aan haar is Mesopotamië (Mesopotamia) gewijd. Miss Gertrude Bell was archeologe, spionne, kameraad van T.E. Lawrence en adviseur van diens beschermheer en beschermeling Faisal, de eerste koning van Irak. Olivier Guez brengt een fascinerend en tragisch personage tot leven tijdens de geboorte van een fascinerend en tragisch land.

Gertrude wordt geboren in een puissant rijk staalfabrikantengeslacht uit Noord-Engeland. Ze is de oogappel van haar vader, met wie ze uren over wereldpolitiek kan praten. Jongens vinden haar dan ook een humorloze betweter, en ze wordt jaar in jaar uit vruchteloos gepresenteerd op het debutantenbal. Gertrude kijkt gelukkig verder dan het huwelijk. Ze logeert bij haar oom, de ambassadeur bij de sjah, en stort zich op Perzische poëzie. Ze reist meermaals de wereld rond en beklimt bergen – in Zwitserland is daadwerkelijk een bergtop naar haar vernoemd. Rond de eeuwwisseling, wanneer de wereld beschavingen ontdekt die duizenden jaren onder de grond verborgen lagen, leidt Miss Bell opgravingen.

Mesopotamië ademt de deftige sfeer van het vroege werk van Agatha Christie, die met haar man ook archeologische reizen door het Midden-Oosten maakte. Guez laat zijn ernst zelfs even varen om Gertrude in de Orient Express tegenover een Belgische detective te zetten. Het is een vreemd idee dat dit alles niet door een Brit uit 1920 is geschreven, maar door een Fransman van nu. Je merkt dat eerder aan een overdaad aan historische details dan aan gebrek daaraan. Guez geeft het denken van Gertrude en haar tijdgenoten weer zonder oordeel. Groot-Brittanniës ontwikkeling en hegemonie waren ongeëvenaard in de geschiedenis van de mensheid. Dat ontlokt Miss Bell citaten als:

Wij redden onderdrukte naties van de vernietiging, en geven aan hen zonder kosten te sparen, verbeteren moeizaam hun sanitaire omstandigheden, en onderwijzen hun kinderen, terwijl we hun geloof respecteren… Zo gaat dat onder de Britse vlag.

Wanneer ze door de woestijn trekt om de Arabische stammen in kaart te brengen, is dat dus niet uit puur wetenschappelijke belangstelling. De Britten voelen dat oorlog ophanden is en azen op een grondstof die mogelijk de loop van de toekomst zal bepalen: petroleum. Guez laat zien hoe ook het schijnbaar onaantastbare Britse rijk vastzat in een logica van wedijver en werd gedreven door de angst dat wat de Britten vandaag niet in handen krijgen, morgen door de Duitsers, Russen of Fransen tegen ze zal worden gebruikt. Godsdienst is een instrument in de machtsstrijd. De Duitsers laten de sultan in Istanboel een heilige oorlog uitroepen in de hoop de miljoenen moslims van Brits-Indië tot opstand te bewegen. De Britten doen hetzelfde, maar dan met de Arabische stammen tegen de Ottomanen. Net als haar kameraad Lawrence koestert Bell diepe sympathie voor de Arabieren, maar haar loyaliteit blijft altijd bij Londen.

Wel wordt ze pragmatischer. Na de oorlog blijken de Engelsen het nieuwverworven Mesopotamië niet in bedwang te kunnen houden. Ze hebben op z’n minst de schijn van Arabisch zelfbestuur nodig. Lawrence en Bell overtuigen Churchill om de emir en oorlogsheld Faisal op de troon te zetten. Hij moet uit de ontvlambare potpourri van sjiieten, soennieten, Koerden en Joden één natie smeden: Irak. Het is Gertrudes finest hour:

Mesopotamië. Assyrië en Babylonië, van Akkad en Sumer tot aan de Perzische Golf; de eerste stadsstaten, de eerste wereldrijken; het land van Noach en Abraham. Zij, Gertrude Lowthian Bell, heeft het doen herleven. Ze heeft de Brits-Arabische versmelting opgelegd, zowel het God Save the King als de Hasjemitische vlag, zowel Faisal als Sir Percy, en de hindernissen en sceptici uit de weg geruimd, al degenen die zich op haar weg opstelden. Grijs geworden, harder geworden, en bijna gevoelloos even sterk als een lemmet van gehard staal, heeft ze volgehouden.

Op de hoogmoed volgt de val, en wat blijft er dan over? Gertrude mag in het machtsspel lange tijd gelukkig zijn geweest, in de liefde beleeft ze teleurstelling op teleurstelling. Ondanks al haar kwaliteiten is ze niet in staat ‘een vrouw te zijn en daar de eenvoudige genoegens van te kennen.’ Beetje bij beetje wordt duidelijk dat haar reizen ook vluchten is en haar werk ook compensatie. Haar ontdekkingstocht door de woestijn blijkt eigenlijk een poging te zijn geweest om een man te vergeten. Haar hellevaart bracht haar tot de harem van de emir van de oasestad Hail. Geen Duizend-en-een-nacht, maar tientallen vrouwen met pokken en rotte tanden in een kerker. Laat het een waarschuwing zijn aan allen die het avontuur kiezen uit eenzaamheid: de werkelijkheid staat ver af van exotische fantasieën.
Mesopotamië is dus twee verhalen in één. Het ene moment is het Wereldgeschiedenis, het volgende kruipt het diep onder de huid van een dolende ziel. Een boek dat het moderne Midden-Oosten iets begrijpelijker maakt. En een boek over een vrouw die even tot de groten der Aarde behoorde, dat laat zien dat de groten der Aarde ook maar kleine mensen zijn.

Tobias Wijvekate

Olivier Guez – Mesopotamië. Uit het Frans vertaald door Tatjana Daan. Meulenhoff, Amsterdam. 368 blz. € 24,99.