Observaties van een buitenstaander

De Verspreide Eilanden, of Îles Éparses, vormen een groep piepkleine eilanden en atollen in de Indische Oceaan. De meeste liggen in de Straat van Mozambique, tussen Madagaskar en het Afrikaanse vasteland. Ze staan onder Frans bestuur, maar liggen verspreid over een enorm gebied en bevinden zich meestal vele honderden kilometers van elkaar. Hoewel Rolin naar eigen zeggen geen uitspraken wil doen over internationaal recht, merkt hij toch op dat de Verspreide Eilanden bij de onafhankelijkheid van Madagaskar op een willekeurige manier van de voormalige kolonie werden afgescheiden. Omdat ze ook door andere landen worden opgeëist, worden de bewoonbare eilanden niet enkel door dieren en planten bewoond maar ook door een aantal militairen, die er zijn ‘om te beletten dat ze niet per verrassing worden gejat.’ En die militairen moeten ook van spijs, drank en allerhande materialen worden voorzien. Over zo’n ravitailleringsmissie doet Olivier Rolin verslag in Naar de Verspreide Eilanden.

Olivier Rolin raakt op een ietwat ongebruikelijke manier betrokken bij een boottocht van een maand langs de Verspreide Eilanden. Hij mag meevaren op het militair schip Champlain als vergoeding voor zijn voorwoord bij Thucydides’ De Peloponnesische oorlog. Uitgeverij van de Krijgsschool had geen middelen om te betalen en Rolin, die graag en veel reist, vindt de beloning in de vorm van een zeereis aantrekkelijker dan een geldbedrag. Leuk om weten is dat Rolin vijfenvijftig jaar eerder werd toegelaten aan de École Normale Supérieure met een vertaling van Thucydides.

Rolin is de enige burger aan boord en de afstand tot de bemanning is aanvankelijk groot. Hij is een ‘genodigde’, ‘de vreemde eend in de bijt’: een oudere man, welgesteld en schrijver tussen een jonge bemanning die graag uitgaat en spelletjes speelt tijdens vrije momenten. Rolin leest en maakt aantekeningen en potloodschetsen – die zijn opgenomen in het boek – terwijl de anderen liever hun laptop of smartphone consulteren. Aanvankelijk maken de bemanningsleden zich zorgen want ‘Methusalem’ zou door de schokken van de boot weleens een heup kunnen breken. Zodra het tot hen doordringt dat de schrijver ervaring heeft met het leven op zee, verdwijnt die bezorgdheid.

Toch is de reis voor Rolin bijzonder. Hij maakt niet enkel een reis naar de Verspreide Eilanden maar onderneemt ook een existentiële reis die hij dikwijls met ironie beschrijft:

Deze cruise markeert echt een overgang in mijn leven, ik vaar niet alleen naar de Verspreide Eilanden, maar ook naar de zielige, broze en ietwat belachelijke staat van bejaarde (niet hoogbejaarde, wat een latere fase is in de aftakeling): nog nooit heb ik dermate (en zonder dat mijn reisgenoten enige bijbedoeling hebben) gevoeld dat ik voortaan deel uitmaak van een andere wereld. Aangezien je gewend bent aan jezelf en je uiterlijk, heb je jezelf niet de gedaante zien aannemen van het papier-maché wezen dat anderen, die je niet kennen, op slag identificeren met een halve zombie. De Indische Oceaan is voor mij de Zee van de Seniliteit… Soms kan ik erom lachen, lang niet altijd.

Er zijn bemanningsleden met wie hij een iets betere band ontwikkelt en vaak zijn de warmste contacten met diegenen die het zware werk uitvoeren. Uiteindelijk voelt hij zich toch thuis wegens de solidaire en vriendschappelijke sfeer die er – meer dan in de burgerlijke samenleving – heerst.

Naar de Verspreide Eilanden is een reisverslag van een buitenstaander, van iemand die de regels, gewoonten en terminologie van het scheepsleven niet kent. Het boek is ook een kritiek op massatoerisme en een pleidooi voor traag en bewust reizen. Bovendien wemelt het van literaire verwijzingen. Waar een mindere schrijver al snel in clichématige natuurbeschrijvingen zou vervallen, bezorgt Rolin een tekst die tegelijk helder, trefzeker en poëtisch is – en bij momenten ook grappig.

Hij beschrijft het gestructureerde leven aan boord, de routines van het maritieme leven, de koloniale geschiedenis en slavernij, een tussenstop in Durban, de bevoorrading van de eilanden, mensen en plaatsen, maar natuurlijk ook de overweldigende en bijna ongerepte natuur, ‘de immense symfonie van het leven’: vissen, kreeften, vlinders, slangen, bomen, vogels. Dat doet hij met een scherp observatievermogen en een indrukwekkende woordenschat. Volgens Rolin verdienen technische termen hun plaats in de literatuur: bolder, stopperknop, nestenschijf. Ook de vele bijzondere dieren en planten worden nauwkeurig benoemd: horsmakreel, keerkringvogel, roodpootgent, euphorbia.

Maar niettemin blijf het aan hem knagen dat taal tekortschiet en dat hij de juiste woorden niet vindt. Hij doet zijn best om vele woorden te kennen, verzint soms zelfs nieuwe maar het onvermogen om de dingen uit te drukken drijft hem soms tot wanhoop. Hij voelt zich niet in staat de stralende kleur van de zee aan de rand van het strand adequaat weer te geven.

Mijn “bleu”, een woordje dat openspat als een luchtbel, betekent alleen dat de zee niet zwart is, of rood. […] Als ik er “turkoois” of “aquamarijn” aan toevoeg, zoals ik al deed, verandert dat niet veel aan de zaak […] Ik zou een blauw moeten beschrijven dat schittert – een moiré van blauwtinten, laat ik het die erg ontoereikende naam geven, glad glimmend als zijde, vervloeiend van bijna wit tot bijna zwart, met marmermotieven, wolkenvelden die deze vloeiende lucht verdiepen en mooier maken dan de hemel boven ons hoofd die we gewoonlijk als weids omschrijven, de woonplaats van ontelbare geheimzinnige wezens, maar die hier slechts oogt als een grof geschilderd doek.

Ironisch genoeg bewijst Rolin met deze passage waarin hij zijn onmacht tot formuleren uitdrukt dat hij over uitzonderlijk stilistisch vernuft beschikt. Naar de Verspreide Eilanden is een boek vol taalpracht en bevestigt opnieuw Rolins status als een schrijver die beheerst, elegant en uiterst precies formuleert. Bovendien is het boek ook mooi en weldoordacht vormgegeven, met de kleur blauw in de hoofdrol.

Kris Velter

Olivier Rolin – Naar de Verspreide Eilanden. Vertaald uit het Frans door Katelijne De Vuyst. Vleugels, Bleiswijk. 88 blz. € 24,50.

Te koop bij de betere boekhandel of direct bij de uitgever.