Column: [Sic] – Ellen Ombre, schoolvoorbeeld
Ellen Ombre, schoolvoorbeeld
Ik heb een enorm zwak voor onafhankelijke denkers en altijd als ik er een zie schiet mijn endorfinegehalte omhoog. Nu valt er een discussie te voeren over de vraag of onafhankelijkheid wel bestaat en of ik de mensen die ik als ‘onafhankelijk’ kwalificeer niet gewoon als ‘onuitstaanbaar dwars’ zou moeten aanmerken. Want dat is vaak de andere kant van de medaille bij mensen met een alternatieve mening of invalshoek: ze lijken het er om te doen. Ik noem een Michiel Lieuwma, voor wie ik veel waardering heb: als er een maatschappelijk verschijnsel is waar enige consensus over lijkt te bestaan (ik noem ‘Wij eisen de nacht op’ of de slechte ontvangst van Doortje Smithuijsens Boekenweekessay), dan weet je gewoon dat deze maker met een stuk gaat komen waarin hij de andere kant van de zaak laat zien.
‘Ik kies altijd het contraperspectief’, was eens de kop van een interview met Alexander Klöpping in de Volkskrant, en ik weet nog dat ik me erg aangesproken voelde door die zin. Dat ik ‘ja’ zeg als de ander ‘nee’ zegt en vice versa is me niet zelden verweten. Het heeft bij mij denk ik met een innerlijke overtuiging te maken dat alles uiteindelijk om het even is. Als iets te veel de ene kant op helt, ben ik graag het tegenwicht waardoor de balans weer wordt hersteld. Ik heb een hekel aan ideologieën en hoewel wijsneuzen mij vaak genoeg in de oren hebben geschreeuwd dat ook mijn relativering een ideologie is, kan ik haar maar moeilijk loslaten.
Ik zou graag een onafhankelijke denker zijn en werk daar iedere dag aan, maar als iets níét onafhankelijk is, dan is dat het tegenperspectief kiezen. Je bent daarmee juist steeds afhankelijk van de ander. Daarom zoek ik in mijn eigen vorming naar voorbeelden van werkelijk onafhankelijk denken.
Ellen Ombre was zo iemand. Ik had nog nooit van haar gehoord, tot ik een kleine twee jaar geleden stagiair was bij een uitgeverij en me gevraagd werd of ik met haar op pad wilde naar Breda, waar ze een lezing zou geven in een synagoge over haar roman Last. Uiteraard hoopte ze nog wat boeken te verkopen, dus zeulde ik er een stuk of twintig mee. In de praktijk is het meer een zeldzaamheid om wel boeken te verkopen, dan geen, maar dat vertel je natuurlijk niet aan je auteur. We ontmoetten elkaar op Amsterdam Centraal en na samen kaartjes te hebben gekocht bij de automaat gingen we op pad. Hoewel Ombre vroeger veel gereisd had, maakte ze nu niet veel gebruik meer van het openbaar vervoer en het duurde even voordat ze op haar gemak was. Tijdens de treinreis had ze veel interesse in mij – bij bekende mensen altijd een signaal van grote deugd. Wat las een jongen van mijn leeftijd nou eigenlijk? Ik kon haar helaas geen representatief antwoord geven en zei dat dat gewoon nog Willem Frederik Hermans was. Die had ze nog gekend, zei ze. En zijn vrouw Emmy ook. Wist ik wel dat die Surinaams was?
Ombre maakte mede door haar angsten een schuchtere indruk, maar haar ogen stonden scherp. Als ik er inkeek voelde ik mij betrapt; ze had mij eerder door dan ikzelf. Eenmaal in de synagoge liepen we tegen het vraagstuk aan of de mannen haar wel een hand mochten geven, vanuit hun geloof. Ombre had daar zo haar mening over en uitte die ook, wat ik bijzonder dapper vond, en respecteerde tegelijkertijd alle gebruiken. Haar lezing was zeer leerzaam voor mij. Hoewel mijn moeder zich tot het jodendom had bekeerd, ging er een wereld voor mij open toen Ombre vertelde over de geschiedenis van de Sefardische Joden in Suriname. Na afloop kreeg Ombre kritische en soms licht zelfingenomen vragen vanuit het publiek (welke weet ik niet eens meer, uiteindelijk blijven indrukken het langste hangen). Ze pareerde ze soeverein. Was dit de breekbare vrouw van in de trein? Alle mannen in de zaal moesten hun meerdere in haar erkennen.
En verdomd, plots weer van rol veranderd in boekverkoper, moest ik hard aan het werk. Gelukkig bleef er een enkel exemplaar van Last over, die kon ik dan zelf door haar laten signeren. Mijn endorfinegehalte was inmiddels door het dak geschoten. Ombre praatte niemand naar de mond, noch zette ze zich tegen de ander af. Eigenlijk had ze vanmiddag gewoon haar verhaal verteld vanuit de bevindingen die zij gedaan had. Net zoals bij dat interview waarin ze verklaarde haar vermeende slachtofferschap te verwerpen, wist ik van de research die ik van tevoren naar haar gedaan had.
Zo makkelijk kan onafhankelijk denken zijn, je hoeft er alleen maar een goed stel hersens en priemende ogen voor te hebben. Een galanter en overtuigender schoolvoorbeeld dan Ellen Ombre heb ik niet gehad.
Martijn van Bruggen

