Essay: André Keikes – Het geliefde lichaam bestempelen
Het geliefde lichaam bestempelen
Alsof ik nog geen boeken genoeg heb, kan ik zo goed als nooit de aandrang weerstaan om even in die vaak wat morsige minibiebs te snuffelen. Deze grasduinbehoefte ontstond natuurlijk ooit in boekwinkels en antiquariaten, later ook op boekenmarkten. Het is hebzucht, ik weet het, al zette ik door de jaren heen ook honderden ooit verworven boeken in zulke kastjes als gevolg van de mezelf opgelegde regel: voor elk boek erbij moet er een weg. Anders word je gek en houd je ook geen plek over om de avondmaaltijd te gebruiken. Laat staan er een te bereiden.
Nee, ik lees niet elk gekocht of meegenomen boek, maar de meeste wel, dat is het erge. Het is dus geen zuivere hebzucht, misschien nog wel meer leeszucht. Zo kun je er namelijk zeker van zijn er alles aan gedaan te hebben om niet opgenomen te hoeven worden in het steeds rumoeriger circus van de sociale dieren. Jan Konst, hoogleraar Nederlandse literatuur aan de Freie Universität Berlin, schreef over zijn deels vergelijkbare verhouding tot romanpersonages in diens in 2024 uitgekomen boek Papieren vrienden: ‘Wat zij tot uitdrukking brengen, staat voor hetgeen ik had willen zeggen in mijn eigen woorden’. De heerlijke verbeelding van de literatuur versus de banale realiteit van het dagelijks bestaan.
Hoe dan ook is alles me liever dan samen gezellig barbecueën, de kroeg in gaan of schreeuwend naar een of ander balspel kijken. Met het aanpalende risico dat enkele van de aanwezigen daar je later nog eens willen bezoeken of er van uitgaan dat je met hen geregeld ‘iets leuks’ wil gaan ondernemen.
Boeken dringen zich niet op, zijn vrijwel altijd mooier vormgegeven dan de hedendaagse medemens, zijn soms zelfs in staat je een beetje houvast te geven in een wereld die er werkelijk alles aan doet deze menselijke oerbehoefte te ondermijnen. Ik heb het dan over literatuur die je beter lijkt te kennen dan welke algoritmes dan ook, zelfs die vuige en venijnige van de bijna-monopolist DPG-media. Van elke letter die in dit land in massamedia gedrukt of uitgesproken wordt, produceren zij misschien wel de helft. Of nog meer. En dan maar klagen over de macht en arrogantie van Amerikaanse big tech.
Ik ben blij met oude romans, biografieën, essays, dagboeken of wat ook, als ze maar niet met een activistische gedachte of een marketingplan in het achterhoofd ter perse zijn gegaan. En dan valt er tegenwoordig al griezelig veel af. Uit het geschreven werk dat mij rest, voed ik mijn intense boekenliefde. Ik kan niet zonder en dat zal ook altijd zo blijven. Al moet ik daar wel een kanttekening bij plaatsen. Ik weet nog niet zo zeker of die wel zou voortbestaan als ooit alle letters gedigitaliseerd zouden worden en er geen fysieke aanraking meer mogelijk is. Al ben ik er wel zeker van dat het aantal would be-schrijvers navenant zou afnemen. Dezulken lopen dan vast niet snel meer warm voor het schrijven van een ‘eigen boek’ als dat niet langer resulteert in iets tastbaars.
De intrinsieke motivatie om literatuur te lezen, maar zeker om te schrijven, hangt naar mijn idee voor een groot deel samen met het tastbare papieren boek. Zou dat ooit verdwijnen, dan bestaat er geen literatuur meer, omdat het zich niet meer kan onderscheiden van die hele dikke digitale letterpap. Je vindt online ongelofelijk veel; rijp en groen, zinnig en onzinnig, commercieel en ideëel, maar nooit zo uitgelezen voorzien van een ingenieuze constructie, na lange overdenkingen tot stand gekomen precieze of juist fraai verhullende formuleringen, unieke associaties en/of een misschien wel knap afgerond slot.
Hoe lang zullen er nog dagbladen gelezen worden? Het is een vraag die in het verlengde lijkt te liggen van het dilemma wat de toekomst van het boek is. Hoe kan een jonge jongere vandaag de dag nog weten dat ze überhaupt bestaan? Kiosken, krantenrekken, leestafels… allemaal goeddeels verdwenen. Alleen opa en oma lezen nog wel eens ‘een krant’. De meest bijdetijdse ouderen doen dat op hun smartphone of tablet, de overigen verkiezen zolang het nog kan de papieren versie, die elke ochtend laat of veel te laat of soms helemaal niet in de brievenbus gegooid wordt. De brievenbus, proef dat woord.
De jongeren zullen er weinig acht op slaan, verdiept als ze veelal zijn in de stroperige digitale pap van social-mediaposts, die maar blijven komen. Even ver verwijderd van de dagelijkse realiteit als ik met mijn oude boeken. De kans dat zij zich ooit nog op een krant gaan abonneren is zo goed als nihil, al was het maar omdat ze die dus nergens meer tegenkomen. Geen bezorgers, geen bestelbusjes, want elke krant is vandaag de dag ochtendblad, geen neons, want die zijn massaal uitgedoofd. Zelfs in boekwinkel of supermarkt moet je vreselijk je best doen om überhaupt nog een krant te vinden. De Linda en de Donald Duck liggen er als altijd voor het grijpen, maar geen krant. Want de lezers daarvan zijn vrijwel allemaal overgestapt op de digitale versie of op zijn minst de (incomplete) website.
Nu vrijwel alle Nederlandse dagbladen voor een activistische insteek hebben gekozen, haken de serieuze lezers die niet zo van de eendimensionale benadering zijn en ook niet van opgelegd moralisme houden, snel af. Dat komt er ook nog eens bij. In de boekenuitgeverswereld zie je op veel plaatsen vergelijkbare ontwikkelingen. Maar gelukkig is hier alles optimaal gedigitaliseerd op het uiteraard centraal staande boek na. En dat is dan wel weer mooi. Zo kunnen jongeren tenminste nog zelf ervaren hoe aantrekkelijk een goed vormgegeven boek is en hoe veelzijdig papier. Een wezenlijk verschil met de alomtegenwoordige ‘digital first’-benadering van de kranten. Boeken zijn daarmee nog overal zichtbaar, kranten zijn vrijwel uit beeld verdwenen.
Het is de boekenliefde, dat weet ik zeker. Niemand zal ooit overwogen hebben om in elke kiosk kranten te kopen, ze te lezen en ook nog te bewaren. Een niet geheel eerlijke vergelijking, maar dat er zekere parallellen zijn, is moeilijk te ontkennen. Kijk dan eens naar boeken. Het aantal mensen dat werkelijk verliefd is op boeken is nog steeds ontelbaar. Gerrit Komrij verzamelde tijdens zijn leven talloze prachtbanden, de onlangs overleden Nop Maas deed dat niet minder. Johan Polak kon er ook wat van. Kees ’t Hart vertelde ooit over een speciale ruimte in zijn huis waar hij zijn weggegooide boeken bewaart. Een soort voorgeborchte. Waarschijnlijk heeft elke Tzum-lezer deze levensinstelling, ik heb daar geen precieze cijfers over, maar wel een sterk vermoeden. Ook als je oud wordt, blijven boeken je aantrekken. Dat is wat je ware verliefdheid noemt.
Boekenliefde is ook herlezen. Want als een boek maar in je kop blijft zitten en zich, misschien wel juist in moeizame tijden, bescheiden aandient, weet je waar je zijn moet om het leven te doorstaan. Niet iedereen met een flink boekenbezit kun je echter zonder terughoudendheid scharen onder de noemer boekenvrienden. Veel eigenaren van minibiebs bijvoorbeeld laten hun voorraad onbekommerd in de klamme mist staan.
Misschien is dit mogelijk omdat hun planken goeddeels gevuld zijn met thrillers, die je zoals bekend niet leest om de uitgekiende vormgeving of tot nadenken stemmende inhoud. Bloed, liefst in dikke spetters, en verwurging, indien mogelijk met een toevallig nog aan de kapstok hangende hondenriem, dat soort werk, daar gaat het om. Dat ze dergelijke uitgaven ferm en slordig bestempelen of met hanenpoten op snee beschrijven, daar kun je dan nog net mee leven.
Maar zoiets doet wel pijn als ze toevallig een zeldzame en goed geconserveerde Privé-Domein in handen hebben gekregen. Dan zoek je als boekverliefde gedachtelijk in eerste instantie naar een oude hondenriem. Die je niet eens hebt, zelfs geen hond, en natuurlijk ook nooit zo zou gebruiken, maar dit even om de gedachten te bepalen wat verliefdheid met een mens kan doen. En verdomd, je slaat als empathisch gemaakte lezer daarna vanzelfsprekend ook snel weer aan het relativeren. Het wild bestempelen van een mooi lichaam, in dit geval een boek, tja, er is veel mogelijk in de wereld van de seksuele voorkeuren.
André Keikes
(Afbeelding © André Keikes)
