Recensie: Kornel Filipowicz – Memoir van een antiheld
Een missen, steeds groter en groter
In De Groene Amsterdammer van afgelopen 27 mei haalt Geert Mak in zijn essay ‘We staan tesaam voor het gericht’ een uitspraak van de filosofe Jeanne Hersch aan, die in 1933 weigerde om in een menigte studenten ‘Sieg heil’ mee te roepen, en haar armen strak langs haar lichaam naar beneden liet hangen: ‘Niemand is verschoond van de plicht om een goed mens te zijn.’ Daar moest ik aan denken bij het lezen van Memoir van een antiheld van de Poolse auteur Kornel Filipowicz. De hoofdpersoon van dit verhaal heeft een totaal andere opvatting dan Hersch: ‘Niemand heeft het recht om heldendom van mij te eisen’, zegt hij op het moment dat de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. En hoe vergaat het de lezer die zich voor zolang het verhaal duurt, in het hoofd van deze antiheld bevindt?
De ik-figuur is op vakantie als de oorlog uitbreekt en hij is niet van plan zijn vakantie hiervoor te onderbreken. Hij steekt nog maar eens een sigaret op en blijft zitten waar hij zit. De meeste landgenoten om hem heen hopen dat de Duitsers de oorlog gaan verliezen, maar het maakt de ik-persoon weinig uit, zolang hij maar zijn goede leven kan leiden:
Ik wil er zeker van zijn dat ik niet zal worden vervolgd, gestigmatiseerd, als een lagere categorie wezen behandeld. Ik heb geen gevoel van solidariteit met vervolgde wezens; ze vervullen me met weerzin!
Daarom doet hij zich als Duitser voor bij de Duitsers en als Pool bij de Polen. Kennelijk wordt dat niet door iedereen zomaar geaccepteerd. Als de oorlog inmiddels wat gevorderd is, gooien kinderen uit zijn buurt een sneeuwbal naar hem toe en roepen ‘Volksduitser’. Onschuldig kinderspel, zou je denken, maar de ik-persoon laat uit wraak iemand van de Kriminalpolizei de vader van de kinderen arresteren. Twee dagen later belt de ik-figuur aan bij de moeder, die in tranen uitbarst. De kinderen schieten geschrokken weg bij de deur. Hij doet of hij er niets mee te maken heeft en haar wil helpen. Een paar dagen later is de vader weer vrijgelaten en deze komt hem uitgebreid daarvoor bedanken.
Omdat je als lezer in het hoofd van de ik-persoon zit, lukt het niet zo goed om hem een nare man te vinden. Zou je zelf dan in de oorlog zo’n held zijn, of zou je ook vooral proberen je vege lijf te redden? Filipowitcz zelf was betrokken bij de verzetsbeweging en belandde in de concentratiekampen van Gross-Rosen en Sachsenhausen. Hij was de partner van Nobelrijswinnares Wislawa Szymborska. Waarom schrijft hij zo’n verhaal? Het zet je aan het denken over je rechten en plichten als burger in een samenleving.
In kinderboeken komt de antiheld steevast ten val. Ergens moet hij toch boeten voor het kwaad dat hij aanricht? Het voorval met de sneeuwbal is relatief onschuldig, omdat hij het later ook weer goedmaakt. Althans, zo lijkt het van de buitenkant. Hij heeft het gezin immers niet laten weten dat hij ook degene was die de vader heeft laten arresteren. Omdat hij de vader wel openlijk helpt vrij te krijgen, lijkt hij heldhaftig, ook al weert hij alle dankbare cadeaus van het gezin af. Het incident komt hem aan het eind van de oorlog nog goed van pas. Met het weglaten van enkele details is zijn optreden namelijk op meerdere manieren te interpreteren. Het is lastig vat te krijgen op deze man. Moet je het hem kwalijk nemen dat hij alleen maar wil leven en geen zin heeft om de held uit te hangen en op die manier slachtoffer te worden?
Het verloop van het verhaal, het einde vooral ook, schuurt. Wat betekent vrijheid namelijk als de ander die niet heeft? De burgemeester van Zutphen liet ons tijdens Dodenherdenking elkaar een hand geven en hardop zeggen tegen elkaar zeggen: ‘Ik ben vrij als jij het bent.’ We kunnen niet zonder elkaar, want dan ontstaat er disbalans. In een gezonde samenleving houden mensen rekening met elkaar. In jezelf komt dat neer op een balans tussen zelfbehoud en spiegelneuronen, zoals Stefan Hertmans dat zo mooi zegt in het indrukwekkende interview ‘Daar begint de moraal’ voor Zwijgen is geen optie.
Memoir van een antiheld laat op indringende wijze zien hoe de mens altijd de keuze heeft. Dat maakt het leven ingewikkeld, maar tegelijkertijd ook niet. Filipowicz laat dat op subtiele wijze voelen door een onderstroom, die heel langzaamaan tussen de regels door begint te lekken. Je mist iets – maar wat? – totdat dit missen alleen maar groter en groter wordt.
Dietske Geerlings
Kornel Filipowicz – Memoir van een antiheld. Vertaald door Karol Lesman. Zirimiri Press, Amsterdam. 144 blz. € 22,50.
