Recensie: Lucas Ligtenberg – Van hier de laatste groeten
Dag, tot weerziens
Wat ging er om in de duizenden gedeporteerden, allereerst naar Westerbork en daarna naar bestemmingen elders in het Derde Rijk? De vraag die al generaties bezighoudt, is wat de ongelukkigen toentertijd wisten van hun bestemmingen in, zeker ook wat berichtgeving betreft, onzekere tijden.
In Van hier de laatste groeten onderzoekt schrijver en journalist Lucas Ligtenberg overgeleverde briefkaarten, brieven en kattenbelletjes die op het laatst, in een drang om nog iets te laten weten, uit de trein zijn gegooid. De onzekerheid of de berichten daadwerkelijk bij de geadresseerden aankwamen, of mensen langs het spoor zo welwillend waren om ze op de bus te doen, is bijna letterlijk voelbaar.
Ligtenberg heeft ervoor gekozen om de berichtjes, vaak laatste levenstekens, nadrukkelijk zelf aan het woord te laten. Ze worden wel ingebed in de historie, maar de algemene kennis over die tijd wordt heel precies weergegeven, zonder belerend te zijn. Dit is geen boek dat gaat zweten van de Wikipedia-weetjes. Dat kan en mag ook niet. De schrijvers zelf hadden geen tijd voor tierlantijnen. Het zijn vaak berichten vanuit het hart geschreven. De briefkaart met voorgedrukte postzegel leende zich daarvoor bij uitstek.
Ligtenberg heeft een driehonderdtal bewaard gebleven berichten in verschillende archieven weten te traceren. Het is speculeren, maar waarschijnlijk zijn er duizenden verloren gegaan, in sloten terechtgekomen of gewoonweg door NSB’ers en aanverwanten vernietigd. Het was strafbaar om ze op te rapen en door te sturen. De educated guess van Ligtenberg is dat er in totaal rond de vijftienduizend berichten, soms niet veel meer dan een laatste groet op een papiertje, naar buiten zijn gegooid.
De soms afgebeelde briefkaarten zijn stuk voor stuk documentjes met eeuwigheidswaarde, een stukje familiegeschiedenis door de nood ingedikt. Van hier de laatste groeten heeft een meanderend karakter. Ligtenberg categoriseert de inhoud als het ware. Veel berichten die van ‘goede moed’ getuigden, die een snel einde van de oorlog verwachtten – ‘al zijn we weg, dood zijn we nog niet – die soms zelfs van het geheel ‘een grap’ maakten. ‘Ik ga zo in de coupé hiernaast op bezoek.’ Er is veel uitstelgedrag in Westerbork, in de veronderstelling, al vanaf 1942, dat het snel gedaan was. Alles om de achtergeblevenen maar niet ongerust te maken. Mensen bleken ook vaak te denken dat ze in hun eigen beroep tewerkgesteld zouden worden, dat ze wellicht eerder gedeporteerde familieleden, vrienden of buren weer tegen zouden komen.
De briefjes die van de reis naar Westerbork bewaard zijn gebleven hebben een meer ‘huishoudelijk’ karakter. Er werd vaak gevraagd om het nazenden van de meest basale dingen. Bij de deportaties naar het oosten was de strekking ook weleens somber, door de grotere onzekerheid, het, in tegenstelling bij Westerbork, ontbreken van een duidelijke eindbestemming. ‘Dag voor eeuwig.’
Wat voor een impact de briefkaarten kunnen hebben op nabestaanden, blijkt wel uit het verhaal van Annie Emilie Otten-Wolff en haar zoon Daniël. Op 22 juli 1944 gooide Annie op weg naar Westerbork een briefje uit de trein.
Ben opgepakt op weg naar Westerbork, heb niets (ondergoed, naar en stop eetgerei) – ga naar strafbarak 67 kamp Westerbork Hooghalen-Oost
Annie was ondergedoken in Hulshorst en werd opgepakt bij de kapper in Nunspeet. Omdat Annie gemengd gehuwd was, hoefde haar vijfjarige zoontje Daniël niet mee. Ze schreef ook nog:
Daantje naar zijn tante beloofde de SD mij. Hoop dat ’t gebeurt. Ik zal mijn best doen flink te zijn.
Op 3 september werd Annie gedeporteerd en kwam begin 1945 in Bergen-Belsen om het leven. Daniël belandde bij familie en overleefde de oorlog. Hij werd concertviolist, stond tot aan het jaar tweeduizend op het podium. Pas in 2021 kreeg Daniël de uit de trein gegooide brief van zijn moeder in handen!! Het was in een archiefdoos terechtgekomen van Annies jongere broer, later in het bezit van diens dochter. Nooit is er met Daniël een woord over gerept. Daniël was daarover én door het in de hand houden van het briefje helemaal van de kaart.
Dit soort samengebalde emotie – Annie die nooit heeft geweten of haar zoon het heeft overleefd, Daniël die niet van het bestaan van de tekst afwist – maakt een dergelijk bericht tot een waar kleinood. En daarmee Van hier de laatste groeten niet alleen tot een aanvulling op de geschiedenis van de deporatie van Nederlandse Joden, gijzelaars, gestraften en dwangarbeiders, maar ook tot een nauwkeurig gedocumenteerd monument voor ieder van hen. En voor degenen van wie het levensteken verloren is gegaan.
Het briefje van Annie is gevonden door ene W. Jonker van landgoed Dennenrode in Hooghalen. Hij zond het zonder commentaar door naar de geadresseerde, een jeugdvriendin van het echtpaar Otten. Anderen voegden in hun begeleidend schrijven ‘hun eigen omstandigheden’ toe, de mensen die zij misten. Soms werd ook geëindigd met een ‘Oranje Boven!’
Het lijkt er toch sterk op dat de gedeporteerden geen idee hadden wat hun echt te wachten stond. Er was hoogstens een vermoeden, een voorgevoel, gebaseerd op de gebeurtenissen van de voorgaande jaren. Ligtenberg roept op om schoenendozen om te keren en eventueel gevonden briefjes naar de bestaande collecties te brengen. Deze kostbaarheden in briefkaartvorm dienen behouden te blijven.
Guus Bauer
Lucas Ligtenberg – Van hier de laatste groeten – briefkaarten uit de trein 1940 -1945. Van Oorschot, Amsterdam. 335 blz. € 23,50.
