Op zoek naar een heel oude plaatsgenoot

Met zijn nieuwe boek, De boekhandelaar van Bologna, schaart Wim Daniëls zich bij een heel legertje auteurs over boekhandels, vaak zelfs met ‘de boekhandelaar van…’ in de titel. Zo zijn er boeken met titels als De boekhandelaar van Florence, Madrid, Gaza, en zelfs van Dachau. De gelijkenis in de titels verbergt echter een scala aan genres, van geleerde werken als dat van Ross Kings boek over Florence tot werken in een veel lichter rom-comachtig genre. Het werpt de vraag op waar op dit spectrum Daniëls’ boek zich bevindt.

Wim Daniëls is een veelzijdig auteur, linguïst, veelgevraagd spreker en nostalgicus waar het zijn eigen achtergrond, Brabant en in het bijzonder zijn geboorteplaats Aarle-Rixtel betreft. Zijn bibliografie telt inmiddels meer dan 130 publicaties. (zie o.a. over de wereldfietser, en over Aarle-Rixtel). Maar waar hij ook over schrijft, steeds probeert hij dat op een heldere, onderhoudende manier te doen.

In zijn Inleiding vertelt Daniëls dat een lid van de lokale heemkundekring in Aarle-Rixtel hem op het spoor had gezet van een zekere Arnoud van Eijndhouts, een plaatsgenoot, beter bekend als Arlenius, die in de eerste helft van de zestiende eeuw een internationale reputatie had opgebouwd door het opsporen, vertalen en annoteren van tot dan toe onbekende Griekse en Latijnse handschriften die vervolgens werden gedrukt. Daar moet bij worden aangetekend dat de drukpers toen een revolutionaire nieuwe uitvinding was, die ongekende mogelijkheden leek te bieden.

Na informatie over de geschiedenis van de familie van de hoofdpersoon en, in vogelvlucht, wat historische achtergrond, vermeldt Daniëls dat Arlenius zijn schoolopleiding kreeg hij op de Latijnse school in Den Bosch, en na zijn vijftiende op het Drietalencollege in Leuven. Maar voor de leergierige Arlenius bood Leuven niet genoeg uitdaging, Parijs en later de universiteit van Ferrara lonkten. Arlenius werd steeds meer gegrepen door het Grieks en voor de mogelijkheid her en der antieke manuscripten in het Grieks op te sporen en die te kunnen laten drukken. Wat een verspreidingsmogelijkheden bood de drukpers! Het leidde tot een levenslange wetenschappelijke zoektocht door heel Europa en hechte vriendschappen met geestverwanten.

Hoe Arlenius in Bologna belandde en waar hij de tien jaar oudere Laurentius Torrentinus, geboren in het Brabantse Gemert, een kleine acht kilometer van Aarle-Rixtel, heeft ontmoet is onbekend. Laurentius was een geschoolde drukker, en samen begonnen ze een boekwinkel, deels antiquariaat, in het centrum van Bologna, La Libreria del Todesco. In een mooi hoofdstuk schetst Daniëls de verschillen en overeenkomsten met huidige boekwinkels, deels aan de hand van vaak zeer persoonlijk getinte brieven die met boeken vanuit Bologna naar humanistische geleerden in heel West-Europa werden gezonden en die bewaard zijn gebleven. In de tekst worden ze in vertaling geciteerd; in een bijlage volgt de originele tekst. Er ontstaat zo een warm beeld van een internationale groep geleerden die boeken en wetenswaardigheden over manuscripten uitwisselden. Ze zijn een belangrijke bron van informatie, over Arlenius zelf, als een alom gerespecteerd en bewonderd persoon, maar ook over zijn publicaties.

Arlenius’ ster was inmiddels zo hoog gestegen dat hij, na acht jaar in Bologna, werd uitgenodigd om in Venetië bibliothecaris te worden bij de Spaanse diplomaat Diego Hurtado de Mendoza, die een grote bibliotheek bezat. Later kwam hij in dienst van hertog Cosimo I van Florence, nu opnieuw samen met Torrentius. De faam van de een, als drukker, en die van de ander, als geleerde tekstbezorger, zong kennelijk rond onder de vroeg-zestiende -eeuwse ‘headhunters’. Maar vanuit welke standplaats dan ook, Arlenius doorkruiste heel Europa, naar plaatsen waar interessante manuscripten te vinden waren en gerenommeerde drukkerijen. Tussen alle reizen door publiceerde hij onder meer een Grieks-Latijns woordenboek; door de bestudering van tot dan toe onbekende manuscripten waren er allerlei nieuwe woorden gevonden. Het Lexicon GraecoLatinum verscheen in 1546. Veel tijd besteedde Arlenius ook aan het opsporen en uitgeven van de verzamelde werken van Flavius Josephus, een zeer productieve Joods-Romeinse schrijver, geboren in het jaar 37 A.D. Arlenius schreef er een uitgebreide inleiding voor in het Latijn (het werk zelf is in het Grieks). Deze twee werken zouden een grote rol gaan spelen in het moderne Aarle-Rixtel.

In het laatste hoofdstuk, getiteld ‘Arlenius komt thuis’, schrijft Daniëls: ‘Toen ik me een aantal jaren geleden in Arlenius begon te verdiepen … wilde ik op zeker moment ook graag een boek van hem hebben’. Hij wilde het echter niet voor zichzelf bezitten, het moest voor het hele dorp zijn. Er bleek een antiquarisch exemplaar te koop te zijn in Florence van Arlenius’ Grieks-Latijnse woordenboek, voor de schappelijke prijs van negenhonderd euro. Een oproep in het lokale sufferdje leverde een ruime respons op van donateurs, die echter wel mee wilden om het boek op te halen. ‘Op zeker moment waren we met z’n dertigen. Dat betekende dat er een bus gehuurd moest worden’. De overdracht van het boek werd een ware happening. Als Vrienden van Arlenius werd enige maanden later nog een werk van Arlenius aangeschaft, van Flavius Josephus uit 1544. Dit exemplaar was veel duurder, en moest van verder weg komen: Los Angeles. ‘Het boek ophalen met een bus zat er deze keer niet in’. De beide boeken worden nu bewaard in de kluis van het gemeentelijk archief.

Daniëls probeert met dit boek bijna het onmogelijke: hij wil een beeld schetsen van een historische persoon waarover niet veel bekend is, auteur van een specialistisch en ontoegankelijk oeuvre, onderwerp van wetenschappelijke verhandelingen (zie de bibliografie), in een vorm en stijl die een groot publiek, en vooral de eigen achterban, moet aanspreken evenals wetenschappers. Iedereen moet tevreden gehouden worden, de specialisten in vroeg-moderne klassieke literatuur evenals de lezers die geen Latijn kennen en wellicht niet weten dat opera het meervoud is van opus ‘wat werk betekent’. Geslaagd? Over het geheel genomen wel, al blijft het moeilijke materie.

Daniëls besluit zijn boek met de vraag of Arlenius nog wel eens thuis, in Brabant en in Aarle-Rixtel is geweest. Er is geen enkel bewijs voor, maar Daniëls kan bijna niet geloven dat Arlenius op zijn reizen nooit Aarle-Rixtel heeft aangedaan. Hij houdt vast aan het idee dat Arlenius het dorp weliswaar als vijftienjarige had verlaten, maar dat hij er nog altijd veel van hield. Zoals Wim Daniëls zelf.

Thea Summerfield

Wim Daniëls – De Boekhandelaar van Bologna. Alfabet Uitgevers, 2026. 256 blz., geïll. €23,99.