Femke op zomerkamp

Een van de minder sympathieke literaire trends van het afgelopen decennium is toch wel BN’ers die een leuk kinderboek schrijven. Van de honden van Patty Brard op Ibiza die een doldwaas avontuur beleven tot André het astronautje, Filemon Wesselink’s De spin die veel scheetjes laat (uiteraard vol poep-en-pies-humor) of Jan en Monique Smit’s Twee kleine kleutertjes, inclusief tenenkrommende kinderliedjes met een Volendams sausje. Natuurlijk zijn er ook BN’ers die daadwerkelijk kunnen schrijven of verhalen verzinnen, zoals Jochem Myjer met zijn succesvolle De Gorgels (waarvan hij het eerste manuscript anoniem instuurde) tot een klassieker als Alfred Jodocus Kwak van Herman van Veen.

Enkele jaren terug werd er in de media zelfs een kortstondige discussie gevoerd over de gevolgen van deze trend: Roeland Dobbelaer schreef daar een aardig stuk over in De Boekenkrant, waarin hij constateerde dat de media-aandacht voor dit soorten boeken ten koste ging van daadwerkelijk goede kinderboeken, al gingen de kwaliteitsmedia en jury’s van prijzen daar gelukkig (nog) niet in mee. Je kunt ook beweren dat BN’ers door het schrijven van een kinderboek op een positieve manier bijdragen aan het potentiële leesplezier van jongeren, die nu eenmaal graag een boek lezen van een bekend iemand (wat ook voor veel volwassen geldt). Met die insteek begon ik dan ook aan het boek van Femke Bol, een in mijn ogen sympathieke BN’er die ook nog eens enorm talentvol is in wat ze doet, namelijk heel hard rennen.

Het verhaal van Team Toff gaat ervoor! is gesitueerd in de (fictieve) jeugd van Femke: als achtjarige gaat ze met haar broer Jeroen naar een zomerkamp, waar kinderen in teams allerlei sporten doen en strijden om de overwinning. Femke komt terecht in een groepje van kinderen die lekker verschillend zijn: de nerderige Fleur die allerlei weetjes uitstrooit en strategische plannen maakt, de sportieve en stoere Olli die de leidster van de groep is en Timo, een bangige en verlegen jongen die langzaam uit zijn schulp kruipt. Femke is de centrale spil die haar best doet en het gezellig wil hebben. Ze ontdekt dat ze niet goed is in allerlei balsporten, maar als ze bij een estafettewedstrijd een stukje moet rennen, blijkt ze daar verrassend snel in. Een ex-sporter merkt haar talent op, neemt haar onder zijn hoede en geeft haar tips om nog beter te rennen, en zo wint ze uiteindelijk de grote hardloopwedstrijd aan het einde van het zomerkamp, en haar team zelfs het toernooi!

Voor het verhaal hoef je dit boekje kortom niet te lezen, al vermoed ik dat veel kinderen het best vermakelijk en meeslepend zullen vinden. Het is ook prima geschreven, met korte hoofdstukjes die steeds weer met een kleine cliffhanger eindigen. Er zit dan ook wat mysterie in het verhaal: zo heeft het groepje nog een vijfde teamgenoot die amper Nederlands spreekt en constant verdwijnt. Ook de begeleiders doen geheimzinnig als het over hem gaat, dus daar zit een puzzeltje in. Daarnaast is het element van de strijd natuurlijk een dankbaar mechanisme: Team Toff (de voorletters van de kinderen) begint onderaan het scorebord, maar klimt naarmate het boek vordert steeds verder omhoog; teams als De Ruftende Ratten, FC De Kampioenen en Supersnel & Beresterk achter zich latend. De fijne illustraties van Iris Boter die in elk hoofdstuk opduiken laten ook zien hoe de kinderen steeds blijer naar het scorebord kijken, en hoe intens ze samen de diverse wedstrijden en leuke momenten daaromheen beleven. Natuurlijk is er ook een pestkop die dreigt te gaan winnen, maar uiteindelijk gestraft wordt voor onsportief gedrag.

Al lezende vroeg ik me wel direct af hoe groot de bijdrage van Femke Bol aan dit verhaal is geweest. Nergens wordt over een andere auteur gerept, alleen in de colofon trof ik de naam van ene Linda Crombach aan. Volgens haar website is zij redacteur bij diverse uitgeverijen geweest en ook als ghostwriter actief: op de lange lijst met titels prijkt naast veel kinderboeken ook Het Grote Heleen van Royen-zomerboek, maar dat terzijde. Ik vermoed dat deze Crombach een groot aandeel heeft gehad, want het verhaal is zowel goed geschreven als op een kundige manier verteld, iets wat me niet waarschijnlijk lijkt voor een internationale topatleet die het hele jaar keihard traint. Marketingtechnisch begrijp ik de keuze wel om Femke Bol als auteur naar voren te schuiven, maar het blijft jammer dat ghostwriters niet meer erkenning krijgen.

Het leukste deel van het boek begint wanneer het verhaal is afgelopen. Allereerst volgt een kort interview met Femke, waarin ze vertelt hoe ze topsporter is geworden en wat ze daarvoor zoal moest doen en laten (en andere vrolijke trivia). Vervolgens krijgen we nog hardlooptips (wat daadwerkelijk goede tips zijn), een tomatensoeprecept van Femke, een quiz om te bepalen welke sport bij jou past, een instructie om Femkevlechtjes te maken en een biografie van de atleet. Op de laatste pagina volgt nog een mooi toetje: de opbrengsten van dit boek gaan naar Free A Girl, een stichting die seksuele uitbuiting van jonge meisjes bestrijdt. Alleen al om die reden zou ik het boek aanschaffen.

Je kunt cynisch doen over dit weinig memorabele jeugdboek en het raar vinden dat de naam Femke Bol er zou nauw aan verbonden is, maar ik vind dit een sympathiek project om jongeren enerzijds een leuk verhaal over sport voor te schotelen, en anderzijds ook te stimuleren om zelf te gaan sporten. Het aardigste detail van het verhaal is wel dat telefoons op het kamp verboden zijn, zodat de kinderen daadwerkelijk willen sporten. Dit boekje zal niet direct nieuwe topatleten voortbrengen, maar als het kinderen lees- en/of sportplezier verschaft, is wat mij betreft de opzet meer dan geslaagd.

Willem Goedhart

Femke Bol – Team Toff gaat ervoor! Kluitman, Alkmaar. 170 blz. € 17,99.

De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald.

(foto: Jac. de Nijs / Anefo, Nationaal Archief, CC0)