De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald.

Een gemeenschappelijke taal tussen vreemden

In elk land is een sport populair die in andere landen nauwelijks wordt beoefend. Zo zijn ze in Amerika gek op American football, worden wij hier hysterisch van schaatsen, is men in Ierland dol op hurling en in het sportgekke Australië is Australian rules football de nationale sport. Daar gaan de meeste toeschouwers naar het stadion voor Aussie rules of gewoon simpelweg ‘footy’. Jaarlijks bezoeken zo’n honderdduizend fans de Grand Final van de Australian Football League (AFL) in Melbourne.

Toen ik in 2004 een jaar in Genève woonde om daar te hockeyen, werd ik gecoacht door een olympische kampioen: de Australische Michelle Mitchell won in 1996 met haar land goud op de Spelen van Atlanta. Ik ging wel eens op stap met haar man. Hij vond hockey een sport voor mietjes. Aussie rules, dat was een echte mannensport. Ik zal nooit vergeten hoe hij, buiten voor een kroeg aan het einde van de avond, me een keer vriendschappelijk een tik op mijn kaak gaf met zijn elleboog om te demonstreren wat er zoal gebeurt in een footywedstrijd. Het deed behoorlijk pijn, maar ik wilde niet laten zien dat hockeyers daadwerkelijk mietjes zijn. Stoer veinsde ik alsof ik niks voelde. Maar: au!

In Genève hoorde ik voor het eerst van het bestaan Australian rules football. Ik had geen idee hoe de sport precies wordt gespeeld en na het lezen van The Season van Helen Garner (1942) heb ik nog steeds geen goed beeld van footy. In dit boek gaat het vooral om de relatie tussen Garner en haar kleinzoon. Amby is helemaal gek van footy en hij wordt een seizoen lang gevolgd door zijn schrijvende grootmoeder.

Helen Garner is de oma die we allemaal zouden willen hebben: sympathiek, geestig en lief voor de kleinkinderen. Ze gebruikt woorden als ‘bloke’ (gast) en ‘u-ey’ (U-turn), bemoedert haar kleizoon Amby niet, rijdt hem naar de training en moedigt hem aan tijdens wedstrijden. Gepassioneerd volgt ze de wedstrijden van Western Bulldogs in de AFL. Dat ze de regels van het spel niet altijd kent is geen obstakel. Dat geldt tevens voor dit boek: het maakt niet uit dat je, net als ik, geen idee hebt hoe deze sport wordt gespeeld. Het is heerlijk om te lezen hoe de bejaarde Garner zo begaan is met haar kleinzoon en zijn teamgenoten.

Samen met Peter Carey (1943) en Gerald Murnane (1939) vormt Helen Garner de top van de Australische literatuur. Een van de beste boeken die ik afgelopen zomer las was This House of Grief (2014); Garners spannende true crime boek over Robert Farquharson. Hij verloor zijn drie kinderen nadat hij een dam inreed. Een ongeluk, volgens Farquharson. Het openbaar ministerie was ervan overtuigd dat het moord was. Garner volgde de rechtszaak en dat leverde een meeslepend literair boek op dat terecht werd vergeleken met Capote’s true crime klassieker In Cold Blood.

De afgelopen jaren zijn veel van Garners boeken in Amerika verschenen in prachtige hardcoveredities bij Pantheon. Koop deze vooral bij de plaatselijke boekhandel. Zelf vond ik afgelopen meivakantie in het Engelse Margate voor twee pond de Australische editie van The Season met op voorkant een vreselijke foto van jongens die footy spelen. Het zou me niks verbazen als deze afzichtelijke cover met AI is ontworpen. Eigenlijk moet ik niet zeiken: mijn exemplaar uit de kringloop was goedkoper dan een espresso.

Ook in Engeland is er de laatste tijd veel aandacht en lof voor het werk van Garner. In 2025 won ze de prestigieuze Baillie Gifford Prize voor How to End a Story: Collected Diaries. Door de fragmentarische vorm lijken ook This House of Grief en The Season op gestileerde dagboeken. Garner formuleert soepel, helder en precies en door de laidback-stijl van deze boeken is ze een stoere en sympathieke verteller.

In The Season omschrijft Garner zichzelf als een ‘hands-on nanna’. Ze kocht het huis naast dat van haar kleinkinderen, haalde de schutting tussen beide huizen weg en werd zo onderdeel van het gezin. Haar woonplaats Melbourne kreeg tijdens de pandemie te maken met meer lockdowns dan elke andere stad in Australië: ‘That’s when footy really got a grip on me. It made me feel lucky to be alive.’ Direct maakt ze korte metten met het idee dat literatuur en sport tegenpolen zijn. In lyrische zinnen bezingt ze haar geliefde footy:

I saw that it’s a kind of poetry, an ancient common language between strangers, a set of shared hopes and rules and images, of arcane rites played out a regular intervals before the citizenry. It revives us. It sustains us. In a time of fear and ignorance, it holds us above the abyss.

Garner was begin tachtig toen dit boek in 2024 verscheen. Ze is dus behoorlijk op leeftijd en merkt dat ze fysiek achteruitgaat. Vol bewondering kijkt ze naar haar vitale en sportieve kleinzoon. Ze zoekt een reden om dicht bij hem te komen en dus volgt ze zijn footyseizoen op de voet: om erachter te komen wat hem beweegt, hoe hij is en hoe hij zich gedraagt in de grote boze wereld.

Amby en zijn teamgenoten zijn fanatiek, soms iets te en dan mondt de wedstrijd uit in een vechtpartij. Een moeder bemoeit zich ermee en wat dat betreft is er dus weinig verschil tussen footy daar en het voetbal hier. Voetbalouders zijn overal.

Footy is alles voor Amby, de rest is onbelangrijk. Zijn fanatisme en het onvermogen om te relativeren is herkenbaar voor wie vroeger op hoog niveau heeft gesport. Zelfs zijn haar is aangepast aan de sport. Amby heeft een zogenaamde ‘mullet’: een matje. ‘Why does mullet equal footy?’ vraagt Garner aan Amby. Hij antwoordt: ‘Ohhh – because when you run you can feel it flowing, and it makes you feel fast, but it doesn’t flop over your face, so sweat doesn’t run down.’

Vlak voor een training staan de spelers van Amby’s team in het midden van het veld. Er wordt geklapt en dan begint de training. In de auto terug naar huis vraagt Garner aan Amby waarom er kort werd geklapt. Het blijkt dat drie van zijn teamgenoten zijn uitgenodigd voor een try-out voor het opleidingsteam van AFL-club Calder Cannons.

‘Who were the three?’
‘Remy, Jake and Josh.’
‘Not you?’
‘Not me.’
‘Are you disappointed, Amb?’
‘Yes.’
He does not complain, but he is silent all the way home.

Knap hoe Garner met deze staccato dialoog zoveel teleurstelling weet op te roepen. Misschien komt het wel omdat ik zelf ook vaak heb meegedaan aan selecties voor bepaalde teams en nog altijd weet en voel hoe ongelofelijk veel waarde ik hechtte om te worden uitverkoren door trainers en scouts van de districtsteams en nationale jeugdelftallen.

Gelukkig krijgt Amby alsnog een uitnodiging. In Hollywood zouden filmmakers helemaal losgaan op dit goede bericht. Huilend kind, tranen in de ogen van de (groot)ouders en emotioneel muziekje eronder. Garner houdt het luchtig en speels. Nadat hij heeft berichtje heeft voorgelezen vraagt ze aan Amby:

‘Is there a question mark?’
‘No. People don’t use question marks in texts.’
‘Oh, don’t be ridiculous.’
‘They don’t!’
‘Why? Is it uncool or something?’
‘They’re just not necessary.’

Halverwege het lezen van The Season keek ik een filmpje over footy op Youtube. Ik was toch wel nieuwsgierig geworden. Twee teams van achttien spelers rennen zonder bescherming op een ovaal veld achter een rugby-achtige bal aan. Het ding moet tussen palen. Gooien is niet toegestaan, passen naar een teamgenoot doe je door tegen de bal te trappen of door ‘handballing’: een gecontroleerde tik met je ene hand terwijl de bal op de palm van je andere hand ligt (te vergelijken met onderhands serveren bij volleybal). Tijdens een wedstrijd wordt er flink op los gebeukt en getackeld. En wat een tempo! Niet dat gewandel en gesjok dat we vaak zien op onze voetbalvelden.

Na deze korte uitlegvideo snapte ik er nog steeds niet veel van, maar kennis van deze sport is niet nodig om te kunnen genieten van dit boek. In zijn recensie in The New York Times schreef Nick Hornby over The Season dat ‘this is a book about a sport you probably haven’t seen and in which you almost certainly have no interest, written by someone who doesn’t know much about it. And it’s beautiful.’ Hij heeft gelijk: het is prachtig.

Koen Schouwenburg

Helen Garner – The Season. Melbourne: Text Publishing, 188 blz.