Het WK is een madeleine

Tweeëntwintig jaar geleden was Amerika ook al gastheer van het wereldkampioenschap voetbal. Nederland verloor toen in de kwartfinale van Brazilië met 3-2. Met een snoeiharde vrije trap maakte Branco vlak voor tijd de winnende goal. Ed de Goeij stond op goal en ik was ervan overtuigd dat mijn grote held Edwin van der Sar, die op de bank zat, Branco’s raket zou hebben tegengehouden. Al op zevenjarige leeftijd was ik een van de – toen nog – vijftien miljoen bondscoaches die ons land rijk was. Wat ik me vooral nog herinner van het eerste WK dat ik bewust meemaakte, is het harde getjilp van onze vogel en het gevloek van mijn vader.

In zijn boek De wereld aan mijn voeten. Een reis door het hart van het mondiale voetbal in 9 WK’s schrijft de Britse journalist Simon Kuper: ‘Een WK is als de madeleine van Proust. Elk nieuw WK roept WK’s uit het verleden in herinnering en de mensen met wie je ernaar keek. Dat is vooral wat het toernooi zo bijzonder.’ En dat is wat Kuper, die vanaf 1990 elk WK bezocht, doet: het boekstaven van zijn herinneringen en opdissen van anekdotes aan de hand van al die mondiale voetbaltoernooien. Het zijn veel verhalen, die elkaar in rap tempo opvolgen. Gelukkig geen wedstrijdverslagen. De beroemdste en mooiste momenten staan immers op beeld en daar kan de taal, in dit geval, niet mee concurreren.

Na een lang seizoen met veel wedstrijden is het toernooi een uitputtingsslag voor de spelers én voor Kuper, de vaste voetbalverslaggever van de Financial Times. Vaak benoemt hij hoe hard hij moet werken; veel wedstrijden, stukken schrijven en lang van huis. En dan is het voetbal dikwijls niet om aan te gluren. Toch is het uiteindelijk de moeite waard. Door het voetbal en het reizen leert hij de wereld kennen. ‘De beste momenten op wereldkampioenschappen hebben niets met voetbal te maken,’ schrijft Kuper nadat hij op een vrije ochtend een wandeling maakte tijdens het WK in Brazilië in 2014 en oog in oog stond met de majestueuze rivier de Amazone.

Een WK is net als het leven: grillig, onrechtvaardig, schitterend, tragisch en door en door politiek. ‘Voetbal is nooit alleen maar voetbal,’ schrijft Kuper, ‘en dat geldt vooral voor de WK’s.’ Krampachtig probeert de FIFA politiek en voetbal gescheiden te houden. Als het hun uitkomt. Tenenkrommend was de uitreiking van de FIFA Peace prize aan Donald Trump op 5 december vorig jaar. Tenenkrommender was het WK in Qatar. Aanvoerders van onder andere Nederland en Engeland wilden met de One Love aanvoerdersband spelen, maar de FIFA stak daar, natuurlijk onder druk van gastheer Qatar, een stokje voor.

Dat WK in 2022 is toch het voorlopige dieptepunt in de geschiedenis van de FIFA en ’s werelds grootste sportevenement – al was eindstrijd tussen Frankrijk en Argentinië de meest spectaculaire WK-finale die ik heb gezien. Duizenden arbeiders stierven tijdens het bouwen van al die vreselijk dure stadions. Miljarden werden besteed aan bouwwerken die na het WK volkomen nutteloos zouden zijn. Daarnaast was er sprake van omkoping bij het toewijzen van het WK aan Qatar. Maar, schrijft Kuper, er was ook sprake van omkoping bij het toewijzen van het WK aan Duitsland in 2006, het WK in Zuid-Afrika in 2010 en het WK in Rusland in 2018. We weten dit en het maakt gek genoeg niet uit:

De meeste voetbalsupporters gingen er allang van uit dat de FIFA corrupt was. Iedereen kende verhalen over officials die hun smeergeld op geheime bankrekeningen stalden. Maar supporters interesseren zich meer voor wat er op het veld gebeurt. Op het moment dat we gaan twijfelen of de wedstrijden die we zien eerlijk zijn, worden de emoties die we bij WK’s voelen zinloos.

Net als literatuur kan sport ook niet zonder de suspension of disbelief. Bert Wagendorp heeft gelijk: ‘Sport is een verhalenmachine.’ In sport gaat het meer om de verhalen, dan om de prestaties op het veld. We leven mee met een sporter, omdat ze personages zijn in een verhaal waarin de wedstrijd fungeert als plot. We kennen de tegenslagen van een voetballer, de druk waaronder hij gebukt gaat, de blessures die hem weerhielden van succes of het onrecht waar hij op stuitte in wedstrijden. Dus juichte mijn geliefde tijdens het WK in Qatar voor Kylian Mbappé; hij sprak zich uit tegen racisme, doneerde zijn WK-premie in 2018 aan het goede doel en helpt jonge voetballers in Bondy, de door criminaliteit geplaagde banlieu waar hij opgroeide en nog regelmatig naar terugkeert.

Ook het WK is een verhalenmachine volgens Kuper: ‘Elk WK draait om het creëren van meerdere hoofdpersonen naast de uiteindelijke winnaar. Er is altijd de Clown – meestal Engeland, dat op de klanken van ‘Rule, Britannia’ een grootse entree maakt en vervolgens uitglijdt over een banenschil. Er is de Mooie Verliezer, een titel waar Nederland doorgaans naar meedingt.’ Tijdens WK’s juicht Kuper voor Oranje. Zijn liefde voor het Nederlands elftal bloeide op toen hij in zijn tienertijd in Nederland woonde. Toen op het WK van 1998 de halve finale Brazilië-Nederland uitdraaide op penalty’s, had Kuper, net als ik en de rest van het land, geen vertrouwen in een goede afloop. Dat Brazilië ging winnen voelde gek genoeg als een opluchting: ‘Als mijn favoriete team wereldkampioen werd terwijl ik nog maar achtentwintig was, waar moest ik als supporter dan de rest van mijn leven naar uitzien?’ We vertellen onszelf verhalen om te kunnen leven met voetbaldrama’s.

Volgens Bert Wagendorp gaan de beste sportboeken in essentie niet over sport, maar over de mensen die sporten of, in het geval van Kuper, gepassioneerde sportfans zijn. Sporthaters hoeven dus niet met een boog om de sportliteratuur te lopen, betoogt Wagendorp. De wereld aan mijn voeten is echter wel een boek voor voetballiefhebbers. De herkenning van al die voetbalmomenten zorgt namelijk voor een fijne leeservaring. Het is geen grootste literatuur, wel heerlijke lectuur tijdens een drukke werkweek. Het is kundig geschreven en de vele verhalen over die negen WK’s waren voor mij als goed gebakken madeleines: steeds dacht ik terug aan waar ik me bevond in mijn leven toen een bepaald toernooi plaatsvond. Jarenlang heb ik niet gedacht aan dat harde gekrijs van ons vogeltje tijdens die kwartfinale in 1994 en opeens hoorde ik haar weer toen Kuper het over die vrije trap van Branco had. Van der Sar had ‘m gehad, daar ben nog steeds van overtuigd.

Koen Schouwenburg

Simon Kuper – De wereld aan mijn voeten. Een reis door het hart van het mondiale voetbal in 9 WK’s. Vertaald door Edwin Krijgsman en Erik de Vries. Nieuw Amsterdam, Amsterdam. 351 blz. € 24,99.

De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald.

(foto WK 74, Nederland tegen Bulgarije 4-1: Rob Mieremet / Anefo, Nationaal Archief, CC0)