Een echte man | Kolonialisme en een echo van woke

Literaire kritiek is niet het doel van deze reeks, maar toch: ik moet zeggen dat ik niet warmloop voor Een echte man. Het is maar een debuut, uiteraard, we moeten mild zijn. Maar oh my god, wat is de stijl wijdlopig en pompeus! Er is in Een echte man óf een hoofdpersoon aan het woord óf een auteur aan het werk die te graag wil imponeren. Ik heb me groen en grijs geërgerd aan al dat semi-intellectuele gezwets. Aan de onappetijtelijke warboel van veel te lange, veel te stroeve zinnen. En aan een wending in de laatste hoofdstukken die alles verpest – daar kom ik nog op terug.
Maar er zijn ook sterke passages in dit boek. Gelukkig. Laat ik daar maar op focussen.

Om de witten te imiteren
Eerste voorbeeld: het moment waarop Ndéné’s vader onder woorden brengt wat hij zo fout vindt aan homoseksuelen.
Zijn argument verraste me, want het heeft niets te maken met wereldse wetten of religieuze voorschriften. Er wordt geen beroep gedaan op vastgeroeste ideeën over de eer van de familie. Het heeft zelfs niets te maken met anale seks, een praktijk die onbegrijpelijk veel mannen afkeer inboezemt.
Het punt van Ndéné’s vader is dat homoseksuelen zich laten meeslepen door de massa – de witte massa, welteverstaan. ‘Ze doen dat om de witten te imiteren,’ zegt hij. En: ‘Je moet nooit anderen imiteren.’
Ja, laat het maar even bezinken. Dit personage, door Sarr gelukkig niet neergezet als een monster of een tegenstander, legitimeert de vooroordelen van de massa met zijn religieuze wijsheid. Niemand heeft hem gevraagd om expliciet te kiezen tussen de rechten van het individu en die van de massa, maar toch neemt hij stelling in: ‘als een minderheid de samenhang en de morele orde van onze samenleving bedreigt, moet ze verdwijnen’.
Harde, haast harteloze woorden. Ndéné’s vader sluit zich dus honderd procent aan bij de massa, en neemt hun ingesleten meningen en houdingen kritiekloos over. Tegelijk slaagt hij erin om andere mensen imitatiegedrag te verwijten. Het zou grappig zijn als het niet zo pijnlijk was.

Precies zoals woke!
Tweede voorbeeld van een rake passage: ik werd echt getroffen door de aard en herkenbaarheid van Ndéné’s problemen aan de universiteit. Sarr schrijft: ‘Verlaine [d.i. één van de Franse dichters over wie Ndéné lesgeeft, mc] had homoseksuele relaties gehad. Dat was voor de leerlingen onacceptabel. Ze zouden zich nooit over dit in hun ogen zo ernstige feit heen kunnen zetten. Ze zouden nooit de schoonheid in de poëzie van Verlaine zien, aangezien hijzelf onrein was.’
De auteur heeft het hier over de rigoureuze afwijzing van homoseksualiteit in Senegal, maar zien we dit fenomeen niet ook in Europa?
Doet het volgende citaat je misschien ergens aan denken? ‘Het had geen zin om mijn studenten aan het verstand te peuteren dat de mens Verlaine, die zich overgaf aan homoseksuele handelingen, een ander was dan de grote dichter Verlaine.’
Humeurige oude mensen zullen nu het W-woord uitspúwen: precies zoals woke!
Maar los van al die nutteloze en kwetsende termen en etiketten: er is al meermaals gerapporteerd dat jonge mensen de neiging hebben om literaire werken langs een morele meetlat te leggen. Stijl, thematiek en andere literaire elementen komen niet meer noodzakelijkerwijs eerst aan de beurt. Prioritair is de kwestie of de auteur van het boek zuiver op de graat is. Heeft hij zich niet bezondigd aan cultural appropriaton? Is hij niet beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag? Heeft hij de sociaal wenselijke opvattingen over transseksualiteit?
Overleeft de auteur dit ‘antecedentenonderzoek’, dan kan het nog altijd foutlopen bij zijn personages. Is hun gedrag correct en verdedigbaar? Of doen ze dingen die in het echte leven onaanvaardbaar zijn? Jonge lezers, zegt men, kunnen een boek afkeuren, alleen maar omdat het gedrag van een personage hen tegen de borst stuit.
Dat stond allemaal in de krant. Met andere woorden: we nemen het best met een korrel zout. Maar als er nu eens geen rook zonder vuur was?
Universiteitsstudenten in Een echte man zijn allesbehalve woke, maar hun manier van redeneren is akelig herkenbaar: ook zij weigeren de literatuur te zien als een plaats voor experiment, voor het aftasten van grenzen, een plek om te doen wat in het echt niet kan. Ze passen de wetten van de wereld toe op de literatuur.
Wie is hier de grootste verliezer? De literatuur, waaruit klassieke werken rigoureus worden weggesneden? Of de lezer, die achterblijft met boeken vol nette mensen die nette dingen doen, in niets te onderscheiden van echte mensen in de echte wereld? De lezer (met andere woorden) die opgezadeld wordt met saaie boeken?

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Een dodelijke roes, en toch ook een teleurstelling
(Een echte man, Mohamed Mbougar Sarr, 4/4)

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.

Boekenlinks: