N.E.M. Pareau heeft sinds vorige week een poëzietegel op het H.W. Mesdagplein. Een piepkleine tegel en dat is wel toepasselijk, want het betreft het gedicht met de openingsregel ‘De kleine man, de kleine man’. Het tegeltje is geplaatst bij een een klein beeld van Jan van Baren dat sinds enige tijd in het miniparkje op het plein staat. Lees hier meer over het gedicht van Pareau, pseudoniem van rechtsgeleerde H.J. Scheltema (1906-1981).

Een woordvoerder van de Bond tegen het centreren van poëzie merkt op dat het gedicht oorspronkelijk verscheen in de bundel Mengelingen (1933) en daarin gewoon linkslijnend is. ‘Het is de gewoonte van vormgevers om gedichten te centreren. Dat is in dit geval extra jammer omdat juist de korte laatste regel typografisch bijdraagt aan het humoristische effect. Ook jammer dat de punt achter de M van de laatste voorletter is verdwenen, maar daar gaan wij als bond niet over.’

Toch is het fijn dat Pareau nu met een gedicht vertegenwoordigd is in de stad Groningen.

De kleine man, de kleine man
Bevindt zich achter op de tram.
Het weêr is fraai; de zonneschijn
Verwarmt het H.W. Mesdagplein
En doet het straatplaveisel blaken.
Geen crisis kan ons thans meer raken!
Christien zit binnen op een bank;
Want zij is mank.

Het Artistiek Bureau heeft nog een eerste druk van Mengelingen liggen voor de liefhebber.