Love Game

Van de wereldwijd grote sporten heeft tennis mij altijd weinig kunnen bekoren. Hoewel ik de elegantie van het spel kan waarderen, heeft het voor mijn gevoel altijd iets statisch en voorspelbaars (om over de onnavolgbare puntentelling nog maar te zwijgen): doorgaans wint de sterkste speler op basis van techniek, mentaliteit, fitheid of ervaring, waarna de verliezer weer in de coulissen verdwijnt. Het is in mijn beleving een weinig tactische sport en eentje die zich ook niet direct leent voor heroïsche verhalen of dramatische levensbeschrijvingen, zoals andere sporten dat wel doen. Misschien wel het grootste icoon van de laatste decennia, Roger Federer, is ondanks al zijn kwaliteiten toch vooral iemand die overkomt als een goedlachse Zwitserse horlogeverkoper.

Om mijn theorie te testen las ik het boek Wimbledon’s Greatest Games van de Britse sportjournalist Abi Smith. Wimbledon is het toernooi waar ik nog weleens een wedstrijd van zie of hoor (via de updates in Radio Tour de France), mede door de perfecte timing van het toernooi midden in de sportzomer. Daarnaast geven de tradities van spelers in witte kleding, aardbeien met slagroom en Britse celebrities op de tribune het evenement iets extra sprankelends. Al deze aspecten komen zijdelings voorbij in de verslagen die Smith van vijftig memorabele wedstrijden doet, maar het draait bij haar eerst en vooral om het tennis zelf.

Bij een boek met de zoveel beste … begint de voorpret en ergernis al bij de selectie die de auteur gemaakt heeft: welke wedstrijden en sporters mochten niet ontbreken, en welke ontbreken er alsnog? In dit geval kan ik daar weinig op aanmerken: het dozijn bekende tennissers dat ik op zou schrijven is keurig vertegenwoordigd, en sommige sterren als Serena Williams, Boris Becker, Martina Navratilova (en natuurlijk Federer) sieren zelfs meerdere verhalen. Opvallend is wel dat de focus van Smith ligt op de laatste decennia: hoewel Wimbledon al sinds 1877(!) bestaat, zijn de wedstrijden van voor het televisietijdperk op één hand te tellen. Wel is er een keurige verdeling gemaakt tussen de duels van de mannen en vrouwen, en staan er opvallend veel beschrijvingen van dubbelwedstrijden in; een charmant onderdeel waarvan ik altijd vergeet dat het bij tennis bestaat. Smith heeft de verhalen in willekeurige volgorde opgenomen, waardoor de onderlinge samenhang of historische ontwikkeling jammer genoeg ontbreekt, maar je wel kriskras door anderhalve eeuw Britse tennishistorie vliegt.

Elk van de vijftig verhalen neemt een bladzijde of vijf in beslag en is op eenzelfde manier opgebouwd. Allereerst worden de spelers, datum en scores van de wedstrijd vermeld, gevolgd door een kort citaat van een van de betrokken matadors. Vervolgens schetst Smith de route die beide spelers naar deze wedstrijd (veelal de finale) hebben afgelegd, waarbij er meestal iets bijzonders is gebeurd (een hardnekkige blessure overwonnen, opmars van een onbekende speler). Vervolgens wordt de wedstrijd in grote lijnen uit de doeken gedaan, met aandacht voor het moment waarop het momentum kantelt of er iets anders opvallends gebeurt. Daarna volgt de extase van de overwinnaar en/of de tranen van de verliezer, waarna tot slot nog een korte terug- of vooruitblik op de sporter in kwestie wordt geworpen of het iconische gehalte van de wedstrijd wordt benadrukt.

Op zichzelf is er niks mis met deze opzet, maar wanneer je de verhalen achter elkaar leest, begint het procedé wel snel te vervelen. Daarnaast zijn veel van de wedstrijden en sporters die geportretteerd worden weliswaar spectaculair of memorabel, maar de wijze waarop Smith dat doet, is dat niet bepaald. Ze schrijft als een doorsnee sportjournalist: feitelijk, beschrijvend en niet vies van uitgekauwde beeldspraak. Af en toe schemert er wat analyse of betekenis voor de sport als geheel door, maar de meeste stukken zijn niet anders dan het uitgebreide wedstrijdverslag wat je op maandag na de finale in een krant of online kunt lezen. Het ontbreekt Smith ook simpelweg aan ruimte om de verdieping te zoeken: in een bladzijde of vijf, waarbij je elke keer eerst de context en het verloop van de wedstrijd als geheel moet schetsen, is het maximale woordenaantal snel bereikt.

Hoewel ik sommige wedstrijden in het boek daadwerkelijk heb gezien en zelfs nog deels kon herinneren (de jonge Sharapova die de vloer aanveegt met Williams, Andy Murray die Groot-Brittanië eindelijk weer eens de titel bezorgt), vond ik de stukken over sporters die ik niet kende het boeiendst om te lezen: van Maureen Connoly (de Amerikaanse ster van het vrouwentennis uit de jaren vijftig – sowieso viel me op dat in tegenstelling tot bij veel andere sporten tennis al heel lang volwaardige aandacht aan beide genders spendeert) tot Arthur Ashe (de enige zwarte man die het Wimbledon enkelspel ooit wist te winnen). Mooi zijn ook de wedstrijden die eindeloos duurden, met als hoogtepunt die van Ricardo Pancho Gonzales in 1969, die nota bene in de eerste ronde maar liefst 112 games nodig had om (verspreid over drie dagen) af te rekenen met zijn tegenstander Charlie Pasarell. Niet lang daarna werd overigens om begrijpelijke redenen de tiebreak ingevoerd. Meer van dit soort verhalen over ‘vergeten’ tennissers hadden het boek meer bestaansrecht gegeven: over de absolute toppers zijn immers al genoeg biografieën en andere boeken verschenen, waarin ongetwijfeld veel aandacht is voor hun presentaties op Wimbledon.

Na het lezen van dit boekje rest bij mij vooral de vraag voor wie dit bedoeld is. Fans van Wimbledon of tennis in het algemeen zullen het vast waarderen vanwege de nostalgie, maar er vermoedelijk weinig nieuws uit halen. Buitenstaanders als ik leren weliswaar wat nieuwe namen en wetenswaardigheden bij, maar helaas weinig over het toernooi zelf en alle grandeur die daarmee gepaard gaat, laat staan over de ontwikkeling van de sport of de mensen achter de spelers op de baan. Wimbledon’s Greatest Games is een boek dat beter zou werken als YouTube-serie: lekker televisiebeelden van weleer kijken om herinneringen op te halen of te genieten van spectaculair tennis zonder al te veel analytisch commentaar, diepgang of poespas.

Willem Goedhart

Abi Smith – Wimbledon’s Greatest Games. The All England Club’s Fifty Finest Matches. Pitch Publishing, Chichester. 256 blz. € 17,95.

De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald.

(foto: Tennisser Drysdale in actie, Eric Koch / Anefo / Nationaal Archief, CC0)