Is het volk te gehoorzaam?

Toen de VS en Israël hun luchtoorlog tegen Iran ontketenden en locaties bombardeerden waarvan zij vermoedden dat zich daar de hoogste leiders van Iran ophielden, had Trump ook een boodschap voor de Iraniërs: nu hij bommen en raketten liet regenen op hun onderdrukkers bood hij ze de kans de macht over te nemen en in vrijheid te leven; hij zou het toejuichen als ze die kans grepen.

Voor deze oorlog uitbrak werd massaal door Iraniërs gedemonstreerd tegen het regime, tegen de religieuze politie en de Revolutionaire Garde. Die hard ingrepen: er werd met scherp geschoten op demonstranten en duizenden werden gearresteerd. Ze kregen draconische straffen opgelegd en er werden waarschijnlijk honderden doodstraffen voltrokken.

Gaan we iets verder terug in de geschiedenis. Eind jaren 1980 trotseerden in Leipzig DDR-burgers de alomtegenwoordige Stasi en de Volkspolizei met hun openlijke protesten tegen de communistische SED-dictatuur, jarenlange opsluiting en verlies van maatschappelijke ontplooiingskansen riskerend. De protesten sloegen over naar andere steden en binnen de kortste keren verkruimelde de macht van de DDR-staat, macht die toch van gewapend beton had geleken. Eerder was zoiets al gebeurd in Polen. In dezelfde periode vond in Tsjechoslowakije de Fluwelen Revolutie plaats en in Roemenië verdween even later in een vloek en een zucht dictator Ceausescu van het toneel.

Zou je uit de laatste voorbeelden mogen concluderen dat de Iraniërs hun kans op bevrijding van onderworpen zijn hebben laten lopen? En als het antwoord op die vraag bevestigend is, wat Trump vast zal gaan beweren, waarom dan?

In de zestiende eeuw schreef een Franse filosoof en vriend van essayist Michel de Montagne, Étienne de la Boétie (1530 – 1563), een fel betoog tegen tirannie, maar dan vooral tegen de neiging van het volk zich te onderwerpen aan een absolute heerser, De vrijwillige onderwerping. Zijn betoog rust op twee pijlers. Onderworpenen zijn zich er niet of onvoldoende van bewust dat de macht van een tiran in feite fragiel is en verkruimelt zodra zijn onderdanen dat inzien en zich massaal van hem afkeren. De andere is een cultuur van onderdanigheid: het volk is het gewoon onderworpen te zijn, stelt zelden de vraag naar rechtmatigheid van de macht van de heerser en kan zich geen voorstelling maken van een maatschappelijk leven in vrijheid. Een tiran verdrijven betekent hooguit plaats maken voor een nieuwe.

Bedenk dat De vrijwillige onderwerping geschreven werd door een zestiende-eeuwer. In de wereld die De la Boétie kende werd vrijwel elke staat op autocratische wijze bestuurd en in de toenmalige standensamenlevingen was het grootste deel van de derde stand monddood. Dat maakt zijn essay tot een zeer bijzondere tekst, maar tenminste één punt van kritiek had ook bij verschijning geuit kunnen worden (en misschien is dat ook wel gebeurd): uit De la Boéties analyse kun je (ook) opmaken dat het volk zelf voor zijn knechting kiest, wat een oordeel van ‘eigen schuld, dikke bult’ toelaat. Je hoort het Trump zeggen, trouwens.

Maar tegenover de Fluwelen Revolutie staat het gewelddadige neerslaan van de Praagse Lente; tegenover vele gelukte revoluties staan misschien wel evenzovele mislukte.

Dat laat onverlet dat De la Boétie’s stelling hout snijdt dat tirannen – tegenwoordig zeggen we: absolute vorst, dictator, of autocraat – en repressieve staten veel zwakker zijn dan hun onderdanen geneigd zijn te denken. Anders gezegd: voor een continue staat van onderworpenheid van de bevolking is het nodig dat het merendeel van de bevolking overtuigd is van de repressieve kracht van de heersende macht. Tirannen en repressieve staten vallen zodra die overtuiging door twijfels wordt aangetast.

Maar daarbij moet ook worden bedacht dat het idee van vrij zijn bij veel mensen angst oproept: vrij zijn zijn betekent immers zelf keuzes moeten maken en verantwoordelijkheid dragen voor de consequenties van die keuzes. Afgezien daarvan kan de roep om vrijheid zeker anno nu bij zichzelf als uiterst vrijheidslievend afficherende politieke bewegingen nogal paradoxaal samenvallen met bewondering en politieke steun voor autocratische heersers, denk aan Wilders’ en Baudets pleidooien ten gunste van Poetin.

De taal van De vrijwillige onderwerping is zeer toegankelijk en voor zover ik dat kan beoordelen is dit een mooie Nederlandse vertaling. Vertaler Tatja Daan baseerde die op een editie van het Middelfranse origineel, een editie die vermoedelijk een kopie van een kopie uit 1560/70 is van de eerste eigenaar. Het voorwoord van Sheila Sitalsing is even bijzonder als De la Boétie’s tekst: zij begint met te refereren aan de decembermoorden in haar geboorteland Suriname, waarover tot woede van veel Surinamers alleen op omfloerste wijze kon worden gesproken.

Hans van der Heijde

Étienne de la Boétie – De vrijwillige onderwerping. Vertaling en nawoord Tatjana Daan; voorwoord Sheila Sitalsing. Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam. 80 blz. € 16,99.