Recensie: Jannah Loontjens – Gala en Zev
De aantrekkingskracht van tegenpolen
In geen andere kunstvorm kunnen gedachten, emoties en mentale dilemma’s zo direct worden getoond, als in literatuur. Gala en Zev, de nieuwe roman van Jannah Loontjens, is hiervan een sterk voorbeeld. In korte hoofdstukken komen afwisselend de geëmancipeerde en hoogopgeleide Gala en de criminele schoolverlater Zev aan het woord. Beiden groeien op in dezelfde achterstandswijk in Scheveningen. Zev (verkorte vorm van Jozef) weet van jongs af aan niet beter of verwaarlozing en geweld horen bij het leven. Gala wordt opgevoed door haar artistieke, alleenstaande moeder, die allergisch is voor burgerlijkheid en haar dochter een vrije opvoeding geeft. In hun tienertijd draaien Gala en Zev verliefd om elkaar heen zonder dat ze verkering krijgen. Ze hebben dezelfde postcode, maar de verschillen zijn te groot. ‘Ze waren net zo arm als wij, maar op een andere manier.’ De ondertitel van de roman, Over misdaad, klasse en liefde, verwijst naar hun verschillende leefwerelden.
Eenmaal volwassen, kruisen hun wegen zich opnieuw. Gala is dan een gepromoveerde academica, getrouwd met een invoelende man die net als zijzelf freelancer is in de culturele sector, en moeder van twee dochters. Ondanks hun harde werken verdient het stel lang niet genoeg om in hun woonplaats Amsterdam een huis te kopen. Zev staat inmiddels hoog op de criminele apenrots en weet van gekkigheid niet wat hij met zijn geld moet doen. Gala en Zev beginnen een affaire waarin ze gepassioneerd inhalen wat ze als tiener hebben laten liggen. ‘De aantrekkingskracht tot Zev werd juist versterkt door onze verschillen.’ Uiteindelijk besluit Gala voor haar gezin te kiezen. Maar wanneer ze hoort dat Zev is gearresteerd en dat hem een lange gevangenisstraf boven het hoofd hangt, zoekt ze hem in de gevangenis toch weer op. Nog steeds ziet ze in de harde crimineel de eenzame jongen die haar maar niet loslaat.
De hoofdstukken waarin Zev aan het woord is, kenmerken zich door het volledige ontbreken van hoofdletters. Hij wauwelt maar door, met een voorkeur voor voorvoegsels als kanker-, tyfus- en tering-. Het zou mij niet verbazen als Loontjes Willem Holleeder als model heeft gekozen voor Zev. Net als Holleeder, ooit Neerlands nationale knuffelcrimineel, is Zev een grote, gespierde en even sluwe als welbespraakte kerel. Als een psycholoog analyseert hij zijn eigen gewelddadigheid. Als een advocaat praat hij zijn eigen misdaden goed. En ongegeneerd verkondigt hij motto’s als: ‘Wie praat die gaat.’ In Zevs wereldbeeld is het niet meer dan normaal dat de sterksten het voor het zeggen hebben. ‘ik heb een tyfushekel aan onmannelijke mannen, die sla ik het liefst op hun muil.’ Daarmee raakt hij een gevoelig punt bij Gala, die juist met zo’n onmannelijke man is getrouwd. Als moderne, geëmancipeerde vrouw heeft ze natuurlijk een gelijkwaardige partner gekozen, maar diep in haar hart is ze nog altijd gevoelig voor de aantrekkingskracht van ‘harde mannelijkheid’.
Aan het eind van de roman raken de intellectuele bovenwereld en de criminele onderwereld met elkaar verwikkeld, als Gala en haar man dankzij Zev de mogelijkheid krijgen om een aanbetaling te doen voor een eerste koophuis. Grijpen de intellectuele armoedzaaiers deze kans aan, ook al gaat het om besmet geld?
De kracht van Gala en Zev is dat Loontjens erin slaagt de lezer mee te nemen tot diep in de denkwereld van haar hoofdpersonages. Terecht onthoudt zij zich van morele oordelen, die mag de lezer zelf vellen.
Een punt van kritiek tot slot: ik word niet blij van de korte proloog die op een geforceerde manier het verhaal op spanning probeert te brengen. Veel te veel romans beginnen tegenwoordig met zo’n kinderachtige teaser. Schrijvers, neem je jezelf en je lezers serieus en houd daar eens mee op. Een goed verhaal heeft geen buitenboordmotor nodig.
Frans Willem Verbaas
Jannah Loontjens – Gala en Zev. De Geus, Amsterdam. 278 blz. € 22,99.
(Dit is een bewerkte versie van de recensie die eerder in het Friesch Dagblad van 27 juni 2026 verscheen.)
Lees ook de recensie van Petra Teunissen over dit boek.
