Column: Eric de Rooij – Een eigen boekwinkeltje
Een eigen boekwinkeltje
‘Wat lijkt het me fijn om een eigen boekwinkeltje te hebben’, zei R. op de boot naar Schiermonnikoog. ‘Een rustig winkeltje met tweedehands boeken, nieuw mag ook, maar zeker ook met bijzondere boeken, bibliofilie. Een zaakje zonder al te veel aanloop.’
‘Voor als we met pensioen zijn?’ zeg ik.
‘Of eerder? Waarom niet? Zou op Schiermonnikoog het tweedehands boekwinkeltje er nog zijn? De vorige keer kocht ik daar het debuut van Valentijn de Heer, weet je dat nog?’
‘Gesigneerd.’
‘Ach ja.’
We zetten onze koffers in ons appartement aan de Reeweg en wandelen richting Hotel/Pension Van der Werff als we aan onze linkerhand het tweedehands boekwinkeltje zien, vertrouwd met de behangtafels buiten vol boeken. De eigenaren, een echtpaar dat van onze leeftijd zou kunnen zijn, zitten op stoeltjes achter een lage heg. Rustig. Ogenschijnlijk tevreden. In de tuin staat een groot bord: Te koop. Hier, een boekwinkeltje, binnen handbereik. Alsof de voorzienigheid ons een zetje in de rug wil geven, mocht je daarin willen geloven. Daar moet ik bij R. niet over beginnen, wil ik hem niet meteen kopschuw maken.
‘Vast veel te duur…,’ sombert R. tot ik hem op Funda de prijs laat zien: ‘O, dat valt mee.’
‘Het is wel mijn ideale huis,’ zeg ik. ‘Zo’n huis met een voordeur in het midden en kamers aan beide zijde.’
‘Ja, leg het nog eens uit.’
We gaan naar binnen. Aan een kant van de hal kleine stapels boeken, ik zie een Verzameld werk van Maria Dermoût. Wil nog steeds een mooi exemplaar op de kop tikken, en dat wordt niet deze. De zijkamer links is tot de nok gevuld, planken vol. Literatuur. Strips. Geschiedenis, Esoterie, een wand kinderboeken. Bij het raam een makkelijke stoel. Achter in het huis ook een wand met boeken. De kamer rechts, zo lijkt het, is boekenvrij, de woonkamer.
Je kijkt opeens met andere ogen. Niet meer zo geconcentreerd op boeken, maar naar het geheel, de muren, de houten vloer. Je ruikt, je ademt diep, verbeeldt je: kun je hier een eigen leven beginnen? Er moet opnieuw worden gebeitst.
In de voortuin vraagt een onbekende stem of het huis te koop is. Het zal niet! De eigenaar antwoordt goedmoedig. De stem is geïnteresseerd. De stem gaat zitten. Dat hoor je. Er is een verschil tussen een stem die staat en een stem die op zijn gemak gaat zitten. Hij gaat verder. Waarom ze willen verkopen? vraagt de stem. Of ze terug naar het vasteland gaan? Het rustig aan willen doen? Een heel verhaal. Ik voel concurrentie, alsof we nu al tegen elkaar opbieden. De stem blijft praten en ik hoor de eigenaar nog meer goedmoedige bromgeluiden maken. Daar moet je wel tegen kunnen, als boekhandelaar. Al die mensen met een praatjepot-mentaliteit. Lees de winkeldagboeken van Engberts en Hesseling en je hebt er zelf geen zin meer in: moeizame dagen met lage omzet, een shagroker, een vraag naar reisgidsen of wat een eerste druk van Felix Timmermans tegenwoordig doet.
Hoe langer ik de stem hoor praten, hoe minder ik geloof – tot mijn opluchting – dat hij het huis daadwerkelijk wil kopen. En mocht hij het toch willen, dan gingen alle boeken zonder onderscheid richting de vuilstort. Ik weet zeker dat de goedmoedige boekhandelaar dat een minder fijn vooruitzicht vindt. De stem is overduidelijk geen lezer. Dat zijn wij wel. En R. bewijst het meteen door voor zijn collega A. een Willem Brakman te kopen. Elk jaar leest collega A. een Brakman in de zomer. Deze titel heeft hij nog niet appt hij terug, Het doodgezegde park.
‘Vorige week verkocht ik nog zes Brakmannen aan een liefhebber,’ vertelt de boekhandelaar bij het afrekenen. Misschien is het een opmerking van niets en niet waard om vastgelegd te worden, maar mij ontroert het. Niet omdat ik een Willem Brakman lezer ben of omdat hij nieuw nauwelijks leverbaar is, maar vanwege het feit dat er in Nederland toch mensen zijn die hem stug willen blijven lezen. Vast slechts een handvol. Mensen die niet zichtbaar zijn op de socials, wel Brakman lezen.
We fietsen even later naar Strandpaviljoen De Marlijn en zijn allebei wat stil. Een heerlijk vooruitzicht, een eigen boekwinkeltje, denk ik in de koelte van het Bospad. Een oude wens. Toch voelt het dubbel. Zo’n plek zonder aanloop doet me ook denken aan mijn motivatie om na de middelbare school een opleiding tot archivaris te volgen. Jezelf wegstoppen tussen de archiefstukken of de oude boeken. Kopschuw, verborgen voor de wereld, een heremietenbestaan.
En R.? Zijn ‘leg het nog eens uit’ verried spanning.
En wat stond er laatst in Trouw? Boekhandelaren steeds vaker slachtoffer van agressie en intimidatie.
‘We doen het natuurlijk niet,’ zegt R. bij de cappuccino.
‘Natuurlijk niet,’ antwoord ik.
Eric de Rooij
(foto: Merijn de Boer)

Zo herkenbaar!! Mijn vaste bestemming op Schier!