Recensie: Greta Riemersma – De wereldverbeteraar
‘We dachten dat alles zou veranderen’
‘Denken dat je het ware geloof bezit, is iets typisch gereformeerds en die houding bleef een hoop linkse ex-gereformeerden zoals mijn vader aankleven: eerst was hun geloof het beste, daarna hun ideologie. Zij wisten hoe alles zat.’, schrijft oud-Volkskrant-journaliste Greta Riemersma in De wereldverbeteraar, een dikke, klassieke Vatersuche. Vader Goos, een compleet door de linkse tijdgeest van die jaren begeesterd geraakte ex-gereformeerde, kon aan niks anders meer denken dan het redden van de zielige minder bedeelden waar ook ter wereld, ondertussen zijn naasten vergetend.
Pim Fortuyn was niet de eerste die de verbeten linkse gelijkhebberigheid en het vermeende alleenrecht op de juiste moraal zocht in iemands afgezworen religieuze verleden. De opkomst van als verhitte dominees orerende politici, docenten, journalisten en actievoerders begon waarschijnlijk niet toevallig gelijk met de toenemende secularisering. Riemersma’s vader is er een voorbeeld van. Niet een heel uitzonderlijk voorbeeld, maar een van de talloze in die jaren.
Opgegroeid in een zwaar gereformeerd milieu in Urk, later in het nauwelijks minder gereformeerde noorden van Friesland, kreeg Goos alles mee wat je in die kringen kunt verwachten. Hel en verdoemenis voor de ongelovigen, maar ook voor hen die wel tot de gereformeerde kudde behoren, maar het niet zo nauw nemen met de talloze dogma’s. Wie die aangeleerde schuldgevoelens overkwam, kwam (en komt) er nooit meer echt overheen.
Dat gereformeerden, inclusief alle subgroepen, meenden te beschikken over het ware geloof: een en al onzekerheid, vermomd als superioriteitsgevoel.
De kerk verdween in de jaren zestig en daarna, de tijd van de zogeheten ontzuiling, steeds meer naar de achtergrond, maar de ongenuanceerde visie en rechtlijnige methodes bleven. Ze deden opnieuw van zich spreken toen de oude kerkleden zich ‘als Jezus gingen gedragen’ in linkse kring. De benadering van deze nieuwe regenten is simpel: de vermeende ongehoorden, slachtoffers of minder bedeelden krijgen terecht of onterecht alle steun. Je hebt in die optiek nu eenmaal daders en slachtoffers. Het gaf Goos’ gereformeerd gebleven hart alle ruimte om stevig van zich af te spreken.
En dat gebeurde op alle plekken waar hij zich begaf. Bovendien was hij niet alleen: de ene na de andere gelovige – ook de Rooms-katholieke kerken begonnen leeg te lopen – vond een nieuwe kerk: de rode. Zoals het in Goos’ ouderlijk huis ook met afschuw werd genoemd.
Greta Riemersma onderzocht het verschijnsel door zowel Goos’ kinder- en jeugdjaren na te lopen, zijn diensttijd, eerste arbeidsjaren als docent en later als recalcitrant schoolhoofd, maar ook wat er in die periode gebeurde in zijn woonplaatsen en de rest van Nederland. Dat levert uitputtende, vaak erg regionaal gekleurde bevindingen op, die vaak lezen als een combinatie van Andere Tijden en Wikipedia. Op vele tientallen bladzijden raken Goos en zijn gezin vrijwel geheel uit beeld, omdat Riemersma de zo langzamerhand toch wel algemeen bekende politieke, culturele en maatschappelijke ontwikkelingen van de jaren zestig en zeventig nog maar weer eens de revue laat passeren.
Daar komt bij dat de metamorfose die Goos en zijn vrouw Tity doormaakten allerminst uitzonderlijk was en je ook hun leven weinig exceptioneel kunt noemen. Behalve natuurlijk dat ze de ouders waren van schrijfster en journaliste Greta Riemersma. Ze is daarbij wel kritisch op haar vader, maar bij die houding blijf je toch een beetje de indruk houden dat dat nu eenmaal van een journalist verwacht mag worden. Vaak beperkt Riemersma zich tot algemene opmerkingen over Goos’ zwaar gereformeerde achtergrond en diens verwarrende tijd van leven. En uiteindelijk is er ook nog begrip, terugdenkend aan hoe haar vader was en wat hij opmerkte, op een moment als hij begint af te takelen:
‘Ja,’ zegt mijn vader, ineens vreemd aangeslagen. ‘We dachten dat alles zou veranderen.’
Ondanks opmerkingen over de erfelijke belasting van vader Goos, niet in de laatste plaats door zijn opvoeding, gaat Riemersma niet serieus in op wat dit voor haar, als kind van Goos betekent. En voor de tallozen die in een vergelijkbare verhouding staan tot de vrijgevochten, maar allerminst van hun geloofsgedragingen losgekomen ouders en grootouders. Zeg maar de generaties van de latere en huidige activisten, die vaak met even uitgesproken morele oordelen anderen de maat nemen en het, net als de kerkgangers van destijds, absoluut zeker weten wie er aan de goede kant van de geschiedenis staat.
Er is wel voorzichtige kritiek op de hypocrisie, die ze bij Goos en Tity bespeurde: snel oordelen over vermeende fouten van anderen en onrecht in de hele wereld, maar zelf in een vrijstaand huis wonen met een BMW in de garage, toch is Riemersma duidelijk van de softe benadering.
Ook wekt haar verhaal sterk de indruk dat de ontwikkelingen die ze in en rond haar eigen leven en milieu opmerkt algemeen geldend zouden zijn. Het had niet verkeerd geweest wat duidelijker te laten uitkomen dat dit boek gaat over opgroeien in een streng gereformeerd milieu in een uithoek van het land, dus wat je tegenwoordig een bubbel zou noemen. Daarbuiten zag de wereld er in die dagen op heel veel plaatsen beslist al totaal anders uit.
André Keikes
Greta Riemersma – De wereldverbeteraar. Balans, Amsterdam. 432 blz. € 25.
