Meer is niet beter

Het werk van de Oostenrijkse romanschrijver Reinhard Kaiser-Mühlecker (1982) is met prijzen overladen. Zijn debuutroman, Der lange Gang über die Stationen, uit 2008, werd zelfs nog voor verschijning al bekroond: hij kreeg er in 2007 de Jürgen-Ponto-literatuurprijs voor, vertelt Wikipedia mij. Brandende velden is zijn negende roman; de vertaling is van Ari Hoste.

Hoofdpersonage is Luisa, een Oostenrijkse vrouw van rond de veertig. Toen ze vijftien werd ontdekte ze dat de man die doorging voor haar vader niet haar biologische vader is, maar haar stiefvader. Aanleiding voor haar om haar liefde voor hem te duiden als verliefdheid met erotische verlangens en niet als liefde voor een vaderfiguur.

Twee huwelijken en twee kinderen later staat hij, Bert, in Hamburg ineens voor haar deur. Prompt komt het tot de liefde waar ze twintig jaar eerder naar heeft gehunkerd. Met Bert verhuist ze terug naar het Oostenrijkse dorp waar ze opgroeide. Voldoende gegeven om een roman op te baseren? Misschien, maar Kaiser-Mühlecker begint pas. Bert lijkt ervan overtuigd dat in de kelders onder een oud boerenlandhuis ‘iets’ waardevols verborgen is, daar verstopt in de Tweede Wereldoorlog, en gaat daar in het geheim op onderzoek uit. Op een nacht volgt Luisa hem ongezien daar naartoe en juist dan gaat het mis. Hoe is niet helemaal duidelijk, wel dat Bert er het leven bij inschiet. Een ongeluk, concludeert de politie. Luisa raakt er danig van in de war en zoekt houvast bij haar kinderen, eerst bij haar zoontje die in Denemarken bij diens vader woont, die hem liever bij haar uit de buurt houdt. Waarna ze naar haar dochter reist, een puber inmiddels, die in Zweden bij haar vader woont. Haar dochter weigert echter haar te ontmoeten, zodat ze maar weer naar haar Oostenrijkse dorp terugkeert. Daar raakt ze in de ban van de eigenaar van dat boerenlandhuis, Ferdinand Goldberger. Het duurt niet lang eer ze bij hem intrekt, hoewel dat niet helemaal onproblematisch is, want Ferdinand heeft de zorg over een autistische zoon.

Er komen nog meer verwikkelingen, waarvan althans mij niet helemaal duidelijk is of ze een romanwerkelijkheid beschrijven of zich alleen als hallucinaties voordoen in Luisa’s bewustzijn. Het oordeel dringt zich op dat Brandende velden soap is. Maar dan soap, niet geschreven in een sentimentele stijl vol clichés, die eigen is aan dat genre. Nee, aan de stijl ligt het niet, waardoor ik dit boek maar twee sterren of twee bollen zou toekennen, indien Tzum aan zulke ster- of bol-waarderingsstempels deed. Het ligt aan de overladenheid aan verwikkelingen, overladenheid waarvan het waarom in elk geval mij niet duidelijk is geworden.

Op zeker moment besluit Luisa om (roman-)schrijver te worden. Eindelijk een vermakelijk verhaalelement dat bewijst dat Kaiser-Mühlecker humor in zijn teksten kan stoppen, dacht ik. Ideeën heeft ze nog niet, voorlopig verzamelt ze in kranten en tijdschriften gelezen zinnen en zinsdelen die haar bevallen en waarvan ze denkt die later te kunnen gebruiken als literair bouwmateriaal. Zijn de vele verwikkelingen van Brandende velden dan toch fantasieën van Luisa, bedoeld om romans van te spinnen? Nee. Haar literaire activiteit bestaat naast verzamelen van andermans taalcreaties louter uit het bedenken van dankwoorden, uit te spreken na de ontvangst van de prijzen die haar als auteur te beurt zullen vallen. Terwijl ik de voorgaande zin tik valt mij in: zou dit zelfspot in hogere zin zijn van de auteur?

Hans van der Heijde

Reinhard Kaiser-Mühlecker – Brandende velden. Vertaling Ari Hoste. Van Oorschot, Amsterdam. 302 blz. € 27,50.