De grens werd altijd getrokken bij 1880. In het conceptexamenprogramma bij de nieuwe eindtermen voor de bovenbouw werd de grens opgetrokken naar 1945. Deze week werden de ‘definitieve conceptexamenprogramma’s bekendgemaakt en daarin staat dat alle letterkunde voor 1970 tot de historische letterkunde wordt gerekend. Leerlingen in het vwo worden niet meer verplicht om drie historische werken te lezen, maar nu staat er in het examenprogramma:

Eindterm 18
De leerling toont inzicht in historische Nederlandstalige literatuur.

Het gaat hierbij om:
• lezen van een gevarieerde selectie literaire teksten uit verschillende tijdvakken uit de Nederlandstalige literatuurgeschiedenis tot 1970, in hertaling of bewerking;
• analyseren van overeenkomsten en verschillen tussen oudere en hedendaagse literaire teksten;
• analyseren hoe universele thema’s en verhalen doorwerken in de Nederlandstalige literatuur;
• verbanden leggen tussen historische literatuur en de historische context.
Te denken valt aan:
• het taalgebruik en de inhoud van twee historische werken uit verschillende literaire stromingen met elkaar vergelijken;
• een onderzoek doen naar de denk- en leefwereld van personages in een werk uit de middeleeuwen;
• een vergelijking maken tussen een historisch en een modern literair werk over hetzelfde thema en daarbij de maatschappelijke context betrekken;
• een literaire talkshow simuleren waarin de auteur van een kenmerkend werk uit een bepaalde literair-historische stroming geïnterviewd wordt.

Voor de havo-kandidaten is de eindterm als volgt geformuleerd:

Eindterm 18
De leerling verkent historische Nederlandstalige literatuur.

Het gaat hierbij om:
• lezen van een gevarieerde selectie literaire teksten uit de Nederlandstalige literatuurgeschiedenis tot 1970, in hertaling of bewerking;
• verkennen van overeenkomsten en verschillen tussen oudere en hedendaagse literaire teksten;
• verkennen hoe universele thema’s en verhalen doorwerken in de Nederlandstalige literatuur.
Te denken valt aan:
• een eigentijdse bewerking maken van een fragment van een historisch literair werk;
• kennis maken met een historisch en een modern literair werk over hetzelfde thema en opvallende gelijkenissen bespreken;
• een groepsgesprek voeren en reflecteren op de manier waarop leeftijdgenoten in een historische periode geleefd hebben;
• een scène uit een historisch literair werk naspelen.

De minimale hoeveelheid boeken voor havisten bestaat uit ‘acht literaire werken, waarvan ten minste zes oorspronkelijk Nederlandstalige boeken’.
Vwo’ers lezen ’twaalf literaire werken, waarvan ten minste tien oorspronkelijk Nederlandstalige boeken’.

Je kunt hier de nieuwe examenprogramma’s vinden. Het eerste cohort leerlingen dat hiermee te maken krijgt start in 2029 in de bovenbouw. In de tussenliggende jaren kunnen scholen hun programma’s aanpassen.