Recensie: Annemarié van Niekerk – De strafstoel
De spoken van Bloukoeniekraal
In De strafstoel vertelt Annemarié van Niekerk het verhaal van Ada van Eias van Bloukoeniekraal. Ada is een meisje dat te veel nadenkt, te veel leest en graag in de rivier zwemt. De volwassen Ada logeert bij haar vriendin Mel aan dezelfde getijdenrivier. Met uitzicht op haar geboortehuis Bloukoeniekraal werkt Ada aan een manuscript over haar jeugd: ‘Ik probeer de verteller, de regisseur te zijn van een verhaal over lang geleden, een verhaal over en kwetsbaar kind; ik probeer haar met mijn ik van nu en mijn woorden van nu te redden.’
De jeugd van Ada speelt zich af in de Zuid-Afrikaanse provincie Westkaap, in de verwarrende periode tussen de vrijlating van Nelson Mandela en het eindverslag van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. De apartheid heeft grote wonden geslagen in de samenleving. Ook in de microkosmos van het gezin van de witte Esias, Vera, Desmond en Ada de Jager is veel geweld. Vera is meestal afwezig en krijgt zelfs de naam ‘moeder’ niet. Pa is een man met een kogel aan een koordje om zijn nek, wreed tegen zijn kinderen Des en Ada, zijn personeel en dieren. Zijn mishandelingen en misbruik worden gelukkig niet expliciet beschreven, maar de suggestie is indringend. De lieve gekleurde hulp Janna heeft geen andere wapens om de kinderen tegen het geweld te beschermen, dan pannenkoeken, zuurvijgjesjam en poetsdoeken. Van Niekerk contrasteert de fysieke en verbale terreur van ‘Esias van de nacht’ met de poëtisch beschreven natuur van de Kaapprovincie, met heerlijke plantennamen als blinktaaibos, dronkbesje, vaalbliksembos en koggelmandervoet.
Esias haalt Ada van school als haar juf het misbruik gaat vermoeden. Hoewel ze amper onderwijs krijgt, is ze in de ban van woorden. Van Janna’s nichtje Lies leert ze dat je met woorden aandacht kan trekken, dat woorden je een voorsprong geven. Zelf vecht Ada met woorden tegen het geweld. Als ze urenlang doodstil op de strafstoel moet zitten, beweegt ze in gedachten door woorden en rijmpjes stil te herhalen ‘tot ze op een eigen ritme beginnen te bewegen, soms zelfs gaan dansen’. Ze ziet letters in een verlaten kerkje en antwoordt met haar eigen letters om contact te maken. Tijdens de ruzie die tot het ultieme drama in de roman leidt, knipt ze – tevergeefs – letters uit een tijdschrift om woorden te maken. Ada is gefascineerd door het beeld van de ‘poststeen’, een plek waar mensen berichten uitwisselen, vanwege de kracht van woorden op schrift:
Woorden die opgeschreven zijn, beseft ze nu, zijn anders dan woorden die gezegd worden; het is iets waarnaar je kan terugkomen, het is er, je hoeft niet bang te zijn dat het iets is wat je je verbeeldt, of dat je niet goed hebt gehoord. Het lijkt op de rotstekeningen en de fossielsporen die je vertellen: ‘Kijk, hier waren wij. En we zijn er op onze manier nog steeds.’
Hét woord, de Bijbel, speelt een grote rol in de roman. Esias, een man van weinig woorden, vindt in het Oude Testament de rechtvaardiging voor zijn wreedheden. Hij luistert slechts naar één woord, het Woord van God. Tucht moet zijn kinderen sterk en hard maken. Ada moet, tegen haar zin, een bokje doden en een genadeschot geven. In een schrijnende scène ziet ze in haar vader met het bloedende bokje een illustratie uit haar kinderbijbel van Jezus als de goede herder: ‘Jezus die een lammetje draagt, de twee voorpoten over zijn ene schouder en de twee achterpoten over de andere […]. Haar bok. Haar fout.’
Ada’s volwassen vriendin Mel is ook op zoek naar woorden en verhalen. Ze is milieuonderzoeker die met een team van etnobotanisten, antropologen en archeologen het kwetsbare ecosysteem van haar geboortestreek in kaart brengt. Ze brengt de ouderen van de Khoekhoen en de San, de oorspronkelijke bewoners van de Kaap, bij elkaar om naar hun herinneringen en gebruiken te luisteren. Dat gaat niet altijd soepel. Ook de relatie tussen de vriendinnen is gespannen. Ze discussiëren niet alleen over de feiten van hun gedeelde verleden, maar ook over hoe je het verleden moet verwerken. Mel vindt dat Ada te veel woorden nodig heeft voor haar verhaal: ‘Het monster heeft niet meer dan twee letters. Je hebt niet het hele alfabet nodig om hem aan te kunnen.’
Langzaam leert de lezer van De strafstoel het, soms verrassende, verhaal van Ada en Mel kennen. In een lange, impressionistische slotscène lijkt Ada rust te vinden in het water van de rivier, tussen de veiligheid van het heden en de pijnlijke herinnering aan het verleden. Daar is ze tijdelijk ‘buutvrij’: ‘onaantastbaar, beschermd tegen alles en in iedereen. Immuun. Daar kon je wachten tot je je weer veilig genoeg voelde, of op adem was gekomen.’
Eerder schreef Van Niekerk over het geweld in Zuid-Afrika in haar memoir Om het hart terug te brengen (2021), bekroond met de Henriette Roland Holstprijs voor geëngageerde literatuur. In haar eerste roman De strafstoel komen ook veel actuele thema’s aan de orde, zoals rassendiscriminatie, geweld tegen de natuur en vrouwen en het dilemma van een genadeschot. Ada is overtuigd van een ‘schuldig landschap’. Ze vindt dat een plek, zoals haar geboortehuis aan de overkant van de rivier, niet vergeet waarvan hij getuige was. De Afrikaanse titel van de roman, Die oorkant, vind ik daarom eigenlijk passender. Want De strafstoel is ook nog een roman over migratie. Als Zuid-Afrikaanse is Van Niekerk zelf een migrantschrijver in Nederland. Ik lees in haar roman een overtuigend betoog dat je je wortels moet kennen om je staande te houden in het leven als je naar de overkant bent gereisd. Ze illustreert dit aan de hand van de bloukoenie (Searsia glauca), een struik met groengele bloemetjes, ‘die bestand is tegen de zwaarste omstandigheden en met gemak droogte, zoutaanslag en storm weet te trotseren, die zo gehard is dat niets hem eronder krijgt, maar wel op voorwaarde dat hij stevig wortel geschoten heeft’. Om te kunnen wortelen, heb je woorden en verhalen nodig. Mooie en moeilijke verhalen. Verhalen als reddingsboei, als vangnet. Van Janna leert Ada: ‘Je mag je eigen verhaal en dat van je mensen niet vergeten. Je moet weten aan welk snoer van kralen je geregen bent.’
Petra Teunissen
Annemarié van Niekerk – De strafstoel. Atlas Contact, Amsterdam. 304 blz. € 24,99.
