Man maakt stuk | Akelige vermoedens

Met Man maakt stuk levert Maurits de Bruijn ongemerkt een huzarenstukje af. Het is echt geen koud kunstje om een verhaal dat heel duidelijk is bedoeld om ideeën te analyseren ook te laten functioneren als spanningsboog. De Bruyn krijgt het toch maar voor elkaar.
Man maakt stuk is ook een heel vlot leesbare roman. De Bruijn schrijft in een heel gewone, niet-opdringerige stijl. Die stijl is niet schraal, niet slecht, niet sec… maar zeker ook niet bloemrijk. Ze doet nog het meeste denken aan de stijl van het vlottere opiniestuk in de krant. Ergens verdenk ik De Bruyn ervan dat hij schrijft met de soepele pen van de columnist om de lezer ongemerkt naar donkere oorden te voeren.
Het einde van de roman, bijvoorbeeld, is minder explosief dan De Bruijn onderweg laat uitschijnen, maar het is wel verrassend somber. We klappen het boek dicht met het akelige vermoeden dat contact tussen sociale klassen onmogelijk is. Kunstenaars en hangjongeren kunnen elkaar op straat voorbijlopen, maar elkaar begrijpen zit er niet in. Ze kunnen in dezelfde buurt wonen of rondhangen, maar eigenlijk leven ze in andere werelden. Als die werelden elkaar onverwacht toch eens raken, is agressie niet te vermijden.

Belachelijk maken… of vernietigen
Nog meer akeligs: De Bruijn laat zien dat de elite en de straatjongens even homofoob zijn – ze laten het hoogstens op andere manieren blijken. Beide groepen worstelen dus met hun mannelijkheid. Historicus Ivan Jablonka poneert in Mannen die deugen dat ‘om de hiërarchie binnen het mannelijke gender te handhaven, (…) bepaalde groepen mannen systematisch [moeten] worden afgeserveerd. Overheersende vormen van mannelijkheid bevestigen hun legitimiteit door andere vormen van mannelijkheid belachelijk te maken of te vernietigen.’
De historicus en de romancier delen een zeker pessimisme over hoe dat moet aflopen. ‘De angst voor verwijfdheid,’ schrijft Jablonka, ‘verhult (…) de haat jegens democratie: alleen “echte” mannen kunnen de beschaving redden. Na de veronderstelde verslapping kwam de terugkeer van de roede en stok en maakte de viriele tegenreactie een einde aan de innerlijke crisis van de mannelijkheid.’
Samengevat: óf we doen iets aan de crisis van de mannelijkheid, óf we maken onze borst nat voor de zoveelste wereldbrand.

Zelfde bedje, zelfde schuitje
Held in hoofdstukken is bedoeld als een speurtocht naar constructieve ideeën over mannelijkheid in literaire werken. Man maakt stuk heeft veel kwaliteiten, maar iets constructiefs heeft het boek ons niet te bieden. De Bruyn analyseert wel haarscherp hoe elke man in het boek, tot en met de hoofdpersoon, in hetzelfde bedje ziek is.
De pijnlijkste inzichten legt hij (uiteraard) in de mond van vrouwelijke personages. Zo verdedigt David zijn Romeo-project met het argument dat zijn ‘kwetsbare positie [wordt] omgezet in een dominante’, maar daar wil zijn vriendin Sophie niets van weten: ‘Maar zie je dan niet dat dat het probleem is? Dat je helemaal niet op zoek zou moeten gaan naar een vorm van dominantie? Dat dan alles bij het oude blijft en alleen de rollen zijn omgedraaid.’
Maar als Man maakt stuk ons geen oplossingen te bieden heeft, dan is het wel een literair hoogstaande autopsie van de crisis van de mannelijkheid. Duizenden mannen zouden dit boek moeten lezen, van alle leeftijden en uit alle geledingen van de maatschappij, om te begrijpen dat dit probleem ook hen aanbelangt. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Het thema dat je wist dat zou komen

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.