Recensie: Bouwien Jansen – Kiezel
Een knetterende kiezel
In de categorie negen tot twaalf jaar kreeg Bouwien Jansen deze zomer een Zilveren Griffel voor haar kinderboek Kiezel. Daarmee mag zij zich direct meten met
Annet Schaap, die met Krekel dezelfde eer te beurt viel. Dat maakt nieuwsgierig. Want wie is Bouwien Jansen? En waarover gaat haar boek?
Op de website van Luitingh-Sijthoff is te lezen dat Jansen jarenlang als redacteur bij Kidsweek heeft gewerkt. In 2013 publiceerde ze bovendien het kinderboek Komt een dier bij de dokter (geïllustreerd door Sylvia Weeve). In 2018 volgde Middernacht als de monsters komen. Een verhaal over nachtmerries, dat ze samen schreef met slaaponderzoeker en auteur Victor Spoormaker (geïllustreerd door Alette Straathof). En in 2019 publiceerde ze samen met Lotte Stegeman het informatieve kinderboek Beestachtige buren, over wilde zoogdieren in Nederland (geïllustreerd door Marieke Nelissen). En nu is er dus Kiezel over het meisje Kat en haar hond Beest, een trouwe viervoeter, die ze een paar jaar geleden van de verdrinkingsdood redde uit de klauwen van een brute havenmeester. En daar dringt zich bij de oplettende lezer meteen de vergelijking op met Krekel: Hoofdpersoon Eliza ziet bij haar eerste ontmoeting met de schipper bij wie ze aan boord wil, dat hij een jutezak met een jong hondje bij zich heeft, waar hij niet al te zachtzinnig mee omspringt. Toeval of een literaire verwijzing?
Aan het begin van het boek overlijdt de kleurrijke oom van Kat, die in een huis woont boordevol interessante spullen als harnassen, beelden en opgezette dieren. Het huis heet het Houten Nest. De mopperende, op geld beluste ouders van Kat sturen haar op pad. Zij moet in het huis van oom Roemer (mooie, historische naam) een zwart pak halen voor de begrafenis. Kat woont in de stad, oom Roemers huis staat in de velden en aan de rand van het bos. Dat kun je zien op de plattegrond van Sanne te Loo, die je vindt aan de binnenkant van de omslag van het boek en die je verbeelding direct in gang zet.
Kat dwaalt door het huis op zoek naar de kleren van oom Roemer. Op haar zoektocht vindt ze in een la in het bureau van oom Roemer een kiezel. Als ze de steen, die er op het eerste gezicht saai en grijs uitziet, oppakt, krijgt ze een soort schok. De steen lijkt bovendien precies in haar handpalm te passen. Ze neemt hem mee en dat is het begin van een bijzonder avontuur, want de kiezel lijkt te leven. Hij beweegt soms en geeft van tijd tot tijd licht. Wat is hier aan de hand?
Door de dood van oom Roemer gaan Kat en haar ouders in zijn huis wonen. Daardoor ontmoet ze Roef en zijn fysiek beperkte zusje Bel, twee kinderen die in woonwagenkamp De Poel wonen. Over dat woonwagenkamp wordt niet positief gepraat. Kat mag er eigenlijk niet komen, maar gaat natuurlijk tòch. Het warme, gezellige èn drukke gezin van Roef en Bel vormt een schril contrast met de onaangename en op geld beluste ouders van Kat, die zich niet tot nauwelijks bemoeien met haar en in het boek al snel naar de achtergrond verdwijnen.
De moeder van Roef en Bel lijkt op de moeder van Ron Wemel uit Harry Potter. Er zijn nog veel meer broertjes en zusjes en het gezin leeft, waarschijnlijk vanwege Bel, die haar benen mist, op matrassen op de grond. Dat doet dan weer denken aan de Stampertjes uit Pluk van de Petteflet. Jansen kent haar klassiekers, maar meer dan een knipoog naar bekend werk zijn deze verwijzingen niet. Daarvoor zijn ze te oppervlakkig en niet, zoals in Krekel van Annet Schaap, diep in de structuur van het boek ingebed.
De contrasten in Kiezel tussen goed en kwaad, arm en rijk, saai en kleurrijk neigen naar het clichématige. Toch heeft het verhaal zelf ook genoeg eigenheid. Want wat is dat precies met die kiezelsteen van oom Roemer? Is het er één, of zijn er meer? En hoe zit het met de man die zachtjes liedjes zingt op zijn graf? En waarom lijkt Kat meer op oom Roemer, dan op haar ouders? De ontwikkeling en ontknoping van het verhaal zijn verrassend, maar ook wat veel in één keer. Daardoor blijven een aantal kanten van het verhaal onuitgewerkt, zoals dat van oom Roemers eerste partner Anna, die ook weer te maken heeft met Kat. De vraag is of het de jonge, beginnende lezers ook zal opvallen. Voor hen is Kiezel hoogstwaarschijnlijk vooral een prettig en avontuurlijk leesboek, dat je maar met moeite weglegt. En dat is natuurlijk waar het in de eerste plaats om gaat.
Mariska Venema
Bouwien Jansen – Kiezel. Luitingh-Sijthoff, Amsterdam. 157 blz. € 16,99.
