Recensie: Gal Beckerman – Hoe word ik dissident?
Tot dissident gemaakt
‘Je wordt geen ‘dissident’ omdat je op een dag besluit er je baan van te maken’, schreef voormalig dissident, schrijver en eerste president van Tsjechië, Václav Havel ooit, terugblikkend op de tijd toen hij zich openlijk verzette tegen de communistische macht in zijn land. ’Je komt erin terecht als je je persoonlijk verantwoordelijk voelt wanneer zich bepaalde lastige omstandigheden voordoen. Je wordt uit je maatschappelijke structuren gestoten en op een conflictpositie geplaatst.’ Gal Beckerman, redacteur van The Atlantic en auteur van Hoe word ik dissident?, vindt het een scherpzinnige definitie: Dissident word je niet uit jezelf, je wordt tot dissident gemaakt.
Het uitvoerige essay is een diepgaande poging het verschijnsel dissident te duiden, door nader te kijken naar de belangrijke rol die deze enkelingen – dissident betekent letterlijk apartzitter – in zeer uiteenlopende maatschappelijke kwesties hebben gespeeld. Want het zijn geen grote aantallen, deze dissidenten, al beschouwt natuurlijk niemand zich graag als volgzaam schaap. Toch houdt vrijwel iedereen het kleine of grotere verzet voor gezien als de druk te groot wordt en je je leven ervoor op het spel moet zetten. De ware dissident kan dat niet. Hij of zij wil ‘in waarheid leven’, opnieuw een formulering van Havel.
Beckerman, wiens grootouders tijdens de Tweede Wereldoorlog ternauwernood het getto van Warschau overleefden en wiens ouders zijn geboren in Israël, is zeer geïnteresseerd in het thema. Het omvat wereldwijd bekend geworden namen als Osip Mandelstam, Nelson Mandela, Aleksandr Solzjenitsyn, Ai Wei Wei en Aleksej Navalny. Maar Beckerman noemt ook minder gehoorde dissidenten, zoals de Iraanse cineast Jafar Panahi, die altijd bewust kiest voor puur registrerende films, die daarmee al voldoende vertellen over het wrede theocratische bewind in zijn land. Beckerman plaatst hem in het hoofdstuk ‘Wees oplettend’, met als ondertitel ‘Schrijf op wat je ziet’. En dat kan natuurlijk ook in films.
De hoofdstukken van dit boek vertellen allemaal iets specifieks over een eigenschap, die een dissident kan of zelfs moet gebruiken om in staat te blijven een tegengeluid te laten horen. Geen dissident is echter gelijk, ook de na te streven doelen verschillen, al is er wel steeds één constante: de humane blik, die de enige mogelijkheid biedt om ‘met jezelf te kunnen leven’. En daarmee komt Beckerman ook bij het lastige punt of elke dissident dan altijd een goed mens is. En ja, daar is hij weer:
Zelfs Adolf Hitler, om het in de meest verontrustende termen te zeggen – en om een voorschot te nemen op de wet van Godwin, die zegt dat elk debat eindigt met de Führer – zou in de jaren twintig van die eeuw, voordat hij aan de macht kwam, als dissident gezien kunnen worden. Hij was per slot van rekening een radicale buitenstaander die de fundamenten van de Weimarrepubliek aanviel en daarvoor in de gevangenis terechtkwam. […] Dissidentie is niet per definitie goed – dat wil ik benadrukken.
Beckerman benoemt daarmee een lastig dilemma aangezien de, vaak intellectuele, vormen van verzet die dissidenten doorgaans gebruiken weliswaar voorkomen uit een diep ervaren en serieus rechtvaardigheidsgevoel, maar geen garantie bieden de juiste weg te gaan. En ook op de vraag of dissidentie, in welke vorm dan ook, effect heeft, stelt Beckerman zich heel terughoudend op na zijn talrijke gesprekken met dissidenten van over de hele wereld:
De […] les […] is dat ik me geen zorgen moet maken over de vraag of wat ik zal doen direct verschil zal maken; ik handel om het handelen, omdat het goed aanvoelt. Omdat ik anders niet met mezelf kan leven.
Morele keuzes worden niet door eenieder op dezelfde manier geïnterpreteerd en het is niet aan ons, maar aan de mensen van de toekomst om te beoordelen wie de juiste afslagen nam, zich inzette voor de juiste zaak. Jean Paul Sartre noemde dat keuzeprobleem ooit verwant met het ‘maken van een kunstwerk’, schrijft Beckerman. Want al werkende daaraan, komen telkens nieuwe vraagstukken naar voren, nieuwe momenten om afstand te nemen, kwesties te heroverwegen.
Al lijken dissidenten rechtlijnig op hun doel te koersen, hun benadering is beslist geen voorbeeld van éénmaal stelling nemen en daarna stoppen met nadenken. In dit verhalende essay, dat vanzelfsprekend geen zelfhulpboek is, noemt Beckerman slechts sporadisch actuele kwesties, maar draait het bovenal om het impliciet vragen stellen bij de menselijke neiging om je zo veel mogelijk te conformeren.
Aanpassing aan de steeds veranderende omstandigheden is op zich niet verkeerd, de mens had en heeft het hard nodig om te overleven en een zekere mate van stabiliteit en welzijn te bereiken, schrijft Beckerman, maar als kwalijke krachten eenieders behoefte je opgenomen te voelen in een groter geheel gaan misbruiken, hebben we dissidenten hard nodig. Ook als de dreiging niet van een autocratische leider komt, maar in onze tijd bijvoorbeeld van techreuzen, die met AI onze levens dreigen te gaan overnemen.
André Keikes
Gal Beckerman – Hoe word ik dissident? Vertaald door Anne-Marie Vervelde en Annemie de Vries. Balans, Amsterdam. 224 blz. € 20.
