Recensie: Homerus – Odyssee
Opeens begrijp je Wout Weghorst
Het grootste gemis in mijn onderwijsverleden is dat ik nooit een vak heb gehad waarin teksten uit de Griekse Oudheid centraal stonden. Ik kan ze er zo uitpikken om mij heen: de mensen die wel het gymnasium hebben gevolgd of in ieder geval Grieks op de middelbare school hebben gehad. Terloops zijn ze onderwezen met verhalen die nog altijd worden gezien als het fundament van alles wat daarna volgde, terwijl ik erachteraan sukkel met een podcast hier, of een Pfeijffer daar. Met een licht gevoel van minderwaardigheid beken ik dat ook ik iemand ben die deze zomer pas door Christopher Nolan uitvoerig kennis heeft gemaakt met Odyssee van Homerus.
Nolans The Odyssey is natuurlijk een hedendaagse adaptie, gebaseerd op een hedendaagse vertaling, in een ander medium, dus om werkelijk kennis te maken met Odyssee leek het me na afloop van belang alsnog het boek te lezen. Het werd de laatste versie die door het gerenommeerde Athenaeum-Polak & Van Gennep is uitgegeven, met een still uit de film als omslagbeeld. Ongetwijfeld had ik minder argeloos moeten zijn, maar toen ik het boek thuiskreeg, bleek ook deze uitgave relatief ver van Homerus’ epische gedicht af te staan. Niet alleen was er sprake van proza, ook de klaarblijkelijk geprezen vertaling van M.A. Schwartz had een moderniseringsslag ondergaan, waarvoor nota bene de redacteur van AP & G zich min of meer lijkt te verontschuldigen:
Een modernisering is bedoeld voor een zo breed mogelijk publiek, van alle leeftijden. Er is naar gestreefd om zo dicht mogelijk bij het Griekse origineel te blijven, maar zaken die voor hedendaagse lezers die de brontekst niet kennen mogelijk onbegrijpelijk zouden zijn, zijn buiten deze versie gelaten. Onvermijdelijk verdwijnt er in vertaling en hertaling iets van de brille van de blinde dichter – dat is in deze versie nog sterker het geval. En is met alle verschuldigde respect geprobeerd een leesbare, zo tijdloos mogelijke bewerking te maken van een van de grootste klassiekers van de moderne westerse literatuur.
Ik kan mij vergissen, maar hier lijkt Rob Zweedijk toch wel met knarsende tanden achter zijn bureau te hebben gezeten. Onbekend met het origineel ben ik niet de aangewezen persoon om de punten aan te wijzen waarop Homerus het meeste geweld is aangedaan. Ik kan alleen opmerken dat de roman, ondanks het hoge en door de orale traditie verklaarbare en-toen-en-toengehalte, vlot wegleest en zeker een aanvulling is op de film. Meer dan in Nolans adaptatie waan je je in een andere maatschappij, waarin mensen feitelijk niet meer dan poppen zijn in het spel van de goden. Na lezing lukt het me niet meer Odysseus als een held te zien, daarvoor heeft hij te weinig autonomie. Hem overkomt wat hem overkomen moet, en hij kan zo ver gaan als hij gaan mag. Bij overschrijding volgen zware sancties, net zo lang tot er voldoende boete is gedaan. Opeens ben je in de wereld van voetballer Wout Weghorst beland, die vlak voor een Europese wedstrijd een bliksemflits zag en daardoor wist dat hij zou scoren.
Het verhaal van Odyssee zal na Nolan nu echt wel voor bijna iedereen bekend zijn: krijgsheld Odysseus (‘de wreker’) wil na de oorlog om Troje terugkeren naar huis, maar mede door zijn eigen gedrag hebben de goden een omweg voor hem in petto. Intussen zijn er allerlei onzuivere, prominente mannen in zijn paleis geïnfiltreerd, die dingen naar de hand van Odysseus vrouw en koningin Penelope. Net als haar zoon Telemachos blijft ze hoop houden dat Odysseus terugkeert, terwijl het rationeel gezien onmogelijk lijkt dat hij nog leeft.
Opvallend is dat in de overlevering Odyssee wordt gezien als het verhaal van de terugreis, en de confrontaties onderweg met de sirenen, met Circe en andere figuren tot de collectieve verbeelding zijn gaan spreken. Veel eerder dan verwacht was Odysseus in de tekst dan ook al thuis. Hij vermomt zich weliswaar en mondjesmaat maakt hij zich aan zijn vertrouwelingen kenbaar, de daadwerkelijke, fysieke reis is slechts een onderdeel van Odyssee. Daarna volgt er nog een lang, vrij statisch deel in het paleis. Was dit een hedendaags, recentelijk uitgekomen werk dan zou ik zelfs durven beweren dat het niet in balans is. Ook op de vele vertellingen-in-vertellingen en de herhalingen daarbinnen kun je best kritiek uiten. Maar dat voelt bij een werk van bijna 3000 jaar oud (ik rond hier met een paar eeuwen af) onzinnig.
Welkom is het juist, die eigenaardig aandoende afwijkingen van de hedendaagse conventies. Homerus (of deze man ooit bestaan heeft blijft onduidelijk) laat de grote schurk Antinoös meteen aan het begin van het klassieke eindgevecht sterven. Nolan kon dat klaarblijkelijk niet aan en laat het ‘gewoon’ aan het einde gebeuren. Volstrekt onbewust, maar hij doet het wel, drukt Homerus je met je neus op de ongeschreven regels van hoe een goed verhaal in elkaar zou moeten zitten.
Het is amper voor te stellen dat een verhaal duizenden jaren oud kan zijn en nog steeds gevoelens van herkenbaarheid en geboeidheid teweeg kan brengen. Het is aan adaptaties en moderniseringen als deze om, ‘met alle verschuldigde respect’, bij te sturen waar nodig of gewenst, opdat de hedendaagse lezer niet wordt afgestoten maar aangetrokken, en het ook zonder toereikend onderwijs mogelijk is om het autonomiebeginsel af te schudden en voor even overgeleverd te zijn aan de grillen van de goden. Dat deze versie van Odyssee, ondanks de belofte van Zweedijk, nergens ‘het ritme van de zee’ heeft, is ook een feit. Of dat komt omdat het een onmogelijk streven is of omdat de modernisering is doorgeschoten, mag degene die de brontekst kent uitmaken.
Martijn van Bruggen
Homerus – Odyssee. Vertaald door M.A. Schwartz. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam. 320 blz. € 25,00.


Mijn complimenten voor Martijn van Bruggen. Hij heeft een interessante bespreking gemaakt over inhoud en vorm van het verhaal van Homerus. Alleen betekent Odysseus niet ‘wreker’, maar wordt en werd het vaak vertaald als ‘de vindingrijke’ of ‘de listige’ of ‘de sluwe’.