Recensie: Jannie Regnerus – Voorbij de dagen
Het begerige oog
Jannie Regnerus schrijft teksten die aanvoelen als zorgvuldig gestileerde (Japanse) tuinen, geen kiezel verkeerd, geen woord teveel. Stilistisch puntgaaf. Tegelijkertijd komen ze niet ‘aangeharkt’ over, in de zin van gekunsteld, gemaakt, maar juist heel natuurlijk, speels én aards, laten ruimte voor groei, voor invulling door de lezer, als vanzelf graaf je mee, zoek je naar verborgen diepere lagen.
In Voorbij de dagen zijn Lena en Lukas, zij een kind van de polder, hij iemand van de elite, beiden gesetteld, getrouwd, vanaf de eerste ontmoeting bij een vergadering tot elkaar ‘veroordeeld’. Een vurige liefde die niet te ontkennen is. Aanvankelijk ontmoet zij Lukas eens per week in een lunchpauze, een gestolen uur in musea waar films, waar videokunst wordt getoond. Ze treffen elkaar vooraleerst in het donker, voorbij de werkdagen, in de avonduren, in de nachten, in zijn onverlichte werkkamer. ‘Zolang ze zich in het donker ophouden, loopt dit niet uit de hand.’ Boerenbedrog uiteraard.
Het aftasten van Lukas en Lena is subtiel. Regnerus heeft vaak maar een enkele zin nodig om echt raak te schieten. Ze zweven als vanzelf naar de totale overgave. ‘Hier bewegen ze al tijden naartoe, in kruisende blikken, blos en neergeslagen ogen, in het drinken van dezelfde kop koffie, waarbij hij zijn mond precies daar plaatst waar haar lippen net een zachtroze stempel op de rand achterlieten…’ Ze naderen elkaar zo dicht dat hun huwelijken erbij verbleken, grijs worden.
Dat verklaart ook meteen de kwal op het voorplat. Onder water, in het duister is het een gloedvol, sierlijk wezen, op het strand, aan het licht, in de grijze werkelijkheid is het een hoopje blubber. Zo voelt Lena zich opgedeeld in het leven. Gelukkig is haar man geen prater, de worsteling van Lena valt hem waarschijnlijk niet eens op, tevreden als hij waarschijnlijk is met de grijze status quo. Regnerus weet je in dat kader meteen te betrekken. ‘Ze delen een aantal vertrekken, gooien shirts en sokken in dezelfde wasmand, voor veel mensen is dat genoeg.’
Voorbij de dagen is opgedeeld in drie aktes. Lena is de narrator, Lukas leer je kennen door de cursieve berichtjes die hij aan haar stuurt, waarin hij smacht, zijn overgave verwoordt, zijn binnenwereld, zijn binnenlicht deelt.
Ik houd mijzelf voor dat iedereen hier beter van wordt, want sinds ik jou ken ben ik ook thuis een blijmoediger mens. De energie die wij in elkaar opwekken komt zelfs de tuin ten goede. […] Hoe is dat bij jou thuis? Wat denkt jouw echtgenoot wanneer hij je uren hoort zingen? Ziet hij het licht in je ogen niet?
Regnerus weet heel organisch verschillende werelden aan het verhaal te koppelen. Het Aziatische perspectief: leegte is ruimte. Antieke pitten en zaden die zodra ze aan het licht komen bij opgravingen in het Dal der Koningen en Koninginnen spontaan beginnen te ontkiemen, de schoonheid onder een waterlijn, die opvallend lijkt op die in de lucht bij het snorkelen in de Andamanse zee. Perzische dichters die het leven samenvatten als één dag, de parelduiksters van Shima, die zomaar in de diepte hun bewustzijn kunnen verliezen en op de zeebodem sterven. (Lena die vreest ten onder te gaan, ondanks dat ze een kind van de polder is, de tegenwind van zee gewend is.) Het past allemaal, voegt toe, illustreert, je wordt aangezet tot verdere associaties.
Regnerus is ook pijnlijk geestig wanneer Lena denkt aan de kanselwoorden van de dominee. Aan de klucht over overspel die in het dorp elk jaar ter lering en vermaak werd opgevoerd. Onder het podium was een loze ruimte waar Lena, waar de pubers flikflooiden. Het publiek dat schatert, dat onwetend ook voor het tongzoenen van hun kinderen applaudisseert.
Een congres geeft de geliefden vier dagen de tijd om in een Toscaans landhuis de lakens klam te vrijen. Daar kunnen ze ook bij daglicht een paar zijn. ‘Misleiding en oprechtheid, verrukking en wroeging, schaamteloosheid en schaamte, ze omvat ze allemaal en tegelijk. Vervreemdt ze van zichzelf of nadert ze dichter dan ooit?’ Het geheim volgt hen als een schaduw.
Lukas voert nadien in zijn bericht, o zo ontoereikend, dat hij haar nu alleen in letters kan aanpakken, een vergoelijking op. De weging van het hart in het Egyptische dodenboek. ‘Zolang iemands zonden in evenwicht blijven met zijn deugden, werd dat als goed bevonden. Zo zie je maar, er is nog hoop voor ons.’
Lena denkt aan het aantal schapen, op de rug terechtgekomen, dat zij op weg naar school heeft gered van de verstikkingsdood. Soms wel drie in een maand. Die zal ze nog hard nodig hebben op haar balans. Ze besluit uit de schaduw te treden, brengt haar man op de hoogte, spaart daarbij Lukas door niet te onthullen wie haar minnaar is. Ze vertrekt naar een eigen appartement, een zonnig en licht bovenhuis. Mogelijkheden te over, zou je denken, een happy end zelfs. Maar het loopt anders, verwoordt wederom met passende associaties. Een Chinese vrouw die in een zinkgat verdwijnt. Schilders die spijt krijgen van een scène op een doek, maar het berouw overschilderen, onderhuids laten bestaan.
Een bondige mail, een ongemakkelijk bezoek. ‘Ze loopt achter hem langs, strijkt in het voorbijgaan heel licht langs zijn rug, zo zacht dat hij moet twijfelen of het een aanraking was.’ Sterk. Komt Lukas ook uit de schaduw of raken ze voorbij de dagen? Zullen zijn woorden de bemoedigende kracht behouden? Wordt het alles of niets? Denk aan de Apollo en Daphne van Bernini in de Galleria Borghese in Rome, in steen verstard. ‘Van dichtbij ziet Lena hoe het blanke marmer met fragiel roze lijntjes is dooraderd, alsof de twee één vaatstelsel delen…’
Voorbij de dagen is uiterst origineel, het deed direct met enige weemoed terugvoeren naar Jij bent mijn mes van David Grossman, waarin je de man in het verhaal dient te construeren uit de brieven van de vrouw. De ogenschijnlijke eenvoud en de intensiteit van deze roman, dit enorme universum op de ‘korte baan’, zet aan tot het herlezen van het oeuvre van Jannie Regnerus . Je hebt mensen, je hebt schrijvers die weliswaar niet direct verbonden zijn, maar die toch samen een boom vormen, een stam, van waaruit, steeds weer een nieuwe tak kan groeien, een tekst als een vers groen blad. We hebben juist in deze tijd mensen als Regnerus nodig die zo heel eigen zijn.
Guus Bauer
Jannie Regnerus – Voorbij de dagen. Van Oorschot, Amsterdam. 103 blz. € 22,99.
