Elkaar vinden in ‘moddertaal’

Wat een sprankelende ode aan de ‘moddertaal’, aan meertaligheid, is Onvertaalbaar van Lisette Ma Neza, die tot voor kort de stadsdichter van Brussel was. Dit kleine boek is een schat in de kast voor iedereen die van taal houdt.

Ma Neza schrijft bijzonder aanstekelijk over hoe je ‘stinkend rijk’ kunt worden door meertaligheid. Ze heeft het niet over geld, maar over die onuitputtelijke bron waarmee je dan je gedachten en gevoelens kunt uitdrukken. Ze werpt bovendien een helder licht op verschijnselen waar je niet zo gauw bij stilstaat. Zo vertelt ze over hoe taboes in je moedertaal ervoor kunnen zorgen dat deze taal voor altijd gaten blijft houden als je daarna in een land terechtkomt waar je die moedertaal niet verder kunt ontwikkelen, omdat er geen samenleving om je heen is waarmee je die taal kunt delen. Op die manier blijft de taal in de staat waarin je haar ooit hebt meegenomen.

Ma Neza begint met ‘Moddertaal’. Haar grootmoeder vertelt haar hoe ze de grens moet oversteken via het igishanga, maar wat is dat?

Dit water is een grens. Water is vaker een muur. Water rukt continenten uit elkaar, mensen, gezinnen en culturen. Maar een grens, zie ik hier, kan ook bewandelbaar zijn. Uit water kan een brug geboren worden: een dochter die van de ene taal een andere maakt. En op die manier een brief over de ouderavond voorleest aan haar vader en moeder, die de taal wel spreken, maar het nooit zeker durven te weten.

Ma Neza toont zich een ware taalkunstenaar als zij stilstaat bij het prachtige woord ‘baar’ dat je aan diverse andere woorden kunt plakken, zodat er woorden ontstaan die eigenlijk niet bestaan, zoals ‘oversteekbaar’. Het is een kwestie van ‘betekenissen baren. Kinderen geven aan de taal. Je zou zomaar denken dat iets niet kan en dan maakt een ander het -baar, en kan het toch.’

Voor het ontwikkelen van taal hebben je anderen nodig waarmee je de taal kunt delen en levend houden. Net toen ik dit prachtige pleidooi voor meertaligheid had gelezen, werd ik als stadsdichter uitgenodigd bij Praathuis Zutphen, waar allemaal vrijwilligers iedere donderdagochtend taalles geven aan mensen die graag Nederlands willen leren, maar een andere moedertaal hebben. Ik zag in het echt gebeuren wat ik net in Ma Neza’s verhaal had gelezen: op allerlei verschillende niveaus waren mensen met elkaar aan het praten in verschillende talen. Sommige mensen hadden zo’n lange reis achter de rug, dat ze onderweg nog allemaal stukjes uit andere taalgebieden hadden meegenomen. Zo had een vrouw uit Somalië onderweg vier jaar in een tentenkamp in Turijn gewoond en daar een klein beetje Italiaans geleerd. Als een van de vrijwilligers Italiaans kent, kan deze taal voor de Somalische vrouw een ingang bieden voor het Nederlands.

Deze stapeling van talen bespreekt Ma Neza ook in haar ode. Die zou voor een enorme rijkdom kunnen zorgen, maar België is volgens haar een voorbeeld van hoe het niet moet. België is officieel drietalig: Nederlands in Vlaanderen, Frans in Wallonië en Duits in een oostelijke gemeenschap: ‘En als ze al samenkomen, heerst er in de bovenkamers meestal politieke angst, minachting en een competitie die zich tegen verbinding verzet.’ In de hoofdstuk Brussel ziet ze dat meertaligheid vooral een ‘modderpoel’ wordt: ‘Geen bewandelbaar midden of vertaalbare moddertaal. Ik bedoel: er is soms geen taal waarin we elkaar nog kunnen vinden.’

Door de ander ga je opnieuw naar je eigen taal kijken en kom je erachter dat wij bijvoorbeeld maar één woord hebben voor een bepaald verschijnsel, terwijl de ander meerdere keuzes heeft, of andersom. Achter ieder woord verschijnt een nieuwe wereld aan mogelijkheden. Onvertaalbaar is bovenal een uitnodiging om met elkaar in gesprek te gaan, welke taal of talen we ook spreken.

Dietske Geerlings

Lisette Ma Neza – Onvertaabaar. Reeks Karakters Filosofie en cultuurkritiek in zakformaat. Academia Press, Gent. 88 blz. € 14,99.