Recensie: Maartje Luccioni – Toen en nu
Er hangt een woord in de lucht
Maartje Luccioni (1935) heeft een prima geheugen, afgaande op de herinneringen aan haar kinder- en jeugdjaren in Nijmegen, nu samengebracht in een intieme bundel: Toen en nu. Glimpen van het verleden met steeds een specifieke invalshoek. Hoe het destijds ging, bijvoorbeeld in de tijd van de Tweede Wereldoorlog, hoe er opgetreden werd en gereageerd op gebeurtenissen. En daarna kijkt ze er met de kennis van nu nog eens naar. Niet veroordelend, maar soms wel mild hoofdschuddend.
Als we het in deze tijd in Nederland over ‘de oorlog’ hebben, gaat dat nog altijd over de Duitse bezetting van ’40-’45. Het was ook niet niks, maar de tijd schrijdt voort en de mensheid heeft sindsdien tot de dag van vandaag al weer heel veel andere nare dingen gedaan. Maar wat dichtbij gebeurt of gebeurde telt nu eenmaal extra zwaar, zoals een cynische journalistieke wet voorschrijft.
Zo kan het gebeuren dat herinneringen aan de nazitijd ons nog steeds fascineren, de tijd ook van sneeuw, vorst, honger en zwartwit-fotografie. Die heb je in onze streken tegenwoordig niet meer. Zoals je in die dagen ook van alles niet of nauwelijks had, maar nu juist weer wel. Zelfs te veel. Keuzemogelijkheden bijvoorbeeld.
Die enorme omslag in het bestaan weet Maartje Luccioni, die tussen 1974 en 1989 verschillende romans schreef en ook onder meer Roland Barthes vertaalde, mooi terloops te duiden. Bijvoorbeeld in een fragment over de na-oorlogse opwinding die nieuwe rode laarsjes teweeg konden brengen. De enorme luxe daarvan, de jaloerse blikken van anderen:
Een vrouw kwam uit de tegenovergestelde richting en liet vaag haar blik over mij heen gaan. Opeens werd zij mijn schoeisel gewaar en ik zag op haar gezicht een uitdrukking van diepe afgunst verschijnen, ja zelfs van haat en begeerte – maar wij hadden elkaar al gekruist voor zij van mijn gezicht vermaak en triomf kon aflezen.
Het lijkt een triviaal tekstje over alledaagse jaloezie, maar gelezen na talrijke stukjes over de eerder doorleefde oorlogsperiode, toen er aan werkelijk alles een schreeuwend tekort was, ook aan de meest basale schoenen, laat het de euforie van de tijd kort na de bevrijding goed uitkomen. Opeens was er weer van alles en kon je jezelf nog eens een beetje verwennen.
Luccioni, dochter van een vader die huisarts was en een moeder uit gegoede kring, en later getrouwd met een Franse man, noteerde haar herinneringen in zekere zin met kinderlijke blik. Ze was immers nog maar klein toen ze tijdens de oorlog bombardementen meemaakte en vlak na de bevrijding van Nijmegen inkwartiering van Engelse en Canadese militairen. Leergierig als ze was, verwerkte ze alle indrukken enthousiast op haar eigen manier, voegde ze ze toe aan haar persoonlijk kapitaal, om er later boeken over te schrijven. Niet zelden met nadruk op de menselijke verhoudingen en de toenemende seksuele vrijheid.
Deze thema’s zijn ook terug te vinden in deze bedachtzaam geschreven bundel, waarin Luccioni laat doorklinken dat haar ouders, zeker voor die tijd, heel vrije en ruimdenkende mensen waren, die hun kinderen stimuleerden verder te kijken dan wat in die dagen normaal heette. Het vertaalt zich in de eigenzinnige blik op de wereld om haar heen, waar ze graag enige afstand van neemt. Dat levert mooie inzichten en bewoordingen op als ‘krakeelmeter’, waar het gaat om mediaophef en ‘indianengesluip’ als omschrijving van vroegere kinderspelletjes.
Haar grote liefde voor taal en literatuur schemert door vrijwel alle fragmenten, die vaak doorspekt zijn met onvertaalde Franse, Engelse, Italiaanse en Latijnse citaten. Al op haar vierde bespeurde ze de achterliggende waarde van letters en woorden:
Ik moet vier geweest zijn, toen ik daar op een dag met mijn moeder langs de winkels liep. Ik zag een uithangbord, waar verticaal een stuk of zeven letters op stonden. Misschien de naam van de winkel. Lezen kon ik toen nog niet, maar het was op dat moment dat ik iets besefte. Ik had plotseling door, dat daar een woord in de lucht hing, op dat bord aan een voorgevel in die donkerende straat. Als je dat woord kon lezen, dan kon je het ook uitspreken, dan wist je wat er stond. Zo werkte dus schriftelijke communicatie. (…) alles stopt een microfractie van een seconde en als het weer opstart, is alles anders.
Tussendoor vraagt Luccioni zich veel af, wat dit boekje uittilt boven andere met slechts alledaagse persoonlijke herinneringen. Bijvoorbeeld hoe ze zelf met de dilemma’s van toen zou zijn omgegaan, of die vraagstukken misschien nog steeds spelen, of gebeurtenissen wel echt ‘zomaar’ kunnen plaatsvinden en of woorden de werkelijkheid altijd weergeven. Niet in de laatste plaats of herinneringen wel zo betrouwbaar zijn:
Wat er allemaal niet ligt opgeslagen in je databank – maar het ligt niet vast. Het slipt en het glipt, het hutselt en het kolkt.
André Keikes
Maartje Luccioni – Toen en nu. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. 160 blz. €18,50.

