Brievenpost aan vakgenoten #4

Ha Megan,

Aan het begin van je nieuwste boek, Aardige vrouwen, had ik nog bijna even het gevoel dat het niet voor mij bedoeld was. In een van je openingshoofdstukken laat je je hoofdpersonage Cindy namelijk zo gretig naar een vriendschap met de net naar haar dorp verhuisde Dolores hunkeren dat ik er eerlijk gezegd niet helemaal in mee kon: ‘Sinds Dolores er was, telde ik de dagen tot mijn diploma niet meer. Ik stond makkelijker op en had, als ik de hond uitliet, iets om over na te denken. Met haar ogen keek ik mijn kamer rond en verschoof meubels. Met haar ogen keek ik naar de kleren in mijn kast en trok iets aan. Ik had weleens gefantaseerd over een vriend in de buurt. Ik zou naar diegene toe fietsen en die zou zeggen: ach, daar ben je eindelijk.’

Niet dat ik dit sentiment niet herkende. Ik heb het verlangen om volledig met de ander samen te vallen al in honderden liedjes beschreven zien worden, maar feit is dat ik mij er eigenlijk niet zoveel bij voor kan stellen. Hoewel ik weet dat het moet bestaan, ben ik er gewoonweg nog nooit onderhevig aan geweest. Even dacht ik dat er iets mis met mij was, maar toen bedacht ik me ineens dat de meeste artiesten van die liedjes vrouwen zijn. Zou dat het dan zijn? Zou er daadwerkelijk een grens tussen de mannelijke en vrouwelijke belevingswereld bestaan, waardoor ik, als man, heel je boek lang mijn best zou moeten doen die te overbruggen? Het zou te makkelijk zijn om jouw boek als een vrouwenboek weg te zetten, maar we moeten wel erkennen dat vrouwen er een overgroot aandeel in hebben. Ze zitten in je titel. In je motto. Het zijn je belangrijkste personages.

Gelukkig breek je in de rest van je boek de grenzen tussen wat we als mannelijk en als vrouwelijk beschouwen weer genadeloos af. Als resultaat van haar hunkering krijgt Cindy een vergiftigd geschenk, een vriendin die haar eigenlijk al van in het begin niet volledig neemt zoals ze is. Telkens moet ze zich weer voegen naar de nukken van Dolores, die geen enkele moeite lijkt te doen om zich tot haar gevoelswereld te verlagen. Ook verlagen in sociale zin. Een belangrijk onderdeel van hun wederzijds onbegrip lijkt mij hun extreem verschillende achtergrond, met Cindy die van bijbaantje naar bijbaantje hopt en Dolores die letterlijk in een kasteel opgroeit. Daardoor is het telkens weer afstemmen wie er nu eigenlijk de grootste ballen heeft en boven op de apenrots mag plaatsnemen.

Wat me daarbij extra voor je innam, is hoe genereus je dit conflict in de verf durft te zetten. Het is duidelijk dat we alles vanuit Cindy haar perspectief bekijken, maar toch geef je ook Dolores genoeg cachet mee om haar tot een volwaardig en tragisch personage te maken. We begrijpen waarom ze is geworden zoals ze is en hopen telkens weer dat ze tot inkeer zal komen. Dat ze beiden tot inkeer zullen komen. Dat ze eindelijk durven in te zien waar hun ongelijkwaardigheid vandaan komt en dit naar elkaar uit durven te spreken. Dat ze eindelijk samen durven in te zien dat het niet zo niet hoeft te eindigen. Iets wat je uiteraard nooit laat gebeuren, met alle gevolgen van dien.

Door je personages telkens weer dezelfde fatale afslag te laten nemen, hou je de lezer in een behoorlijk emotionele wurggreep, die met momenten behoorlijk naar de keel grijpt. Alleen had je van mij hier en daar wel nog wat harder mogen knijpen. Zo omlijst je je verhaal momenteel met wel erg uitgebreide beschrijvingen van de omgevingen waar je personages zich doorheen bewegen. Zuid-Limburg, het Belgische schoolsysteem en de Rietveld Academie worden uitgebreid in de verf gezet, wat voor mij – als Nederbelg die op een kunstacademie heeft gezeten – erg vermakelijk is, maar ook het tempo uit je verhaal haalt.

Van mij hadden we nog wel wat dichter op de huid van Cindy en Dolores mogen blijven. Ook je meer maatschappijkritische of filosofische ideeën over vrouwen, mannen en wat die van elkaar mogen of kunnen verlangen – die je nu in een halve zin tussendoor opwerpt – hadden van mij wel wat meer lucht mogen krijgen. Je hebt een uitgesproken oog voor de rommeligheid van het leven en plaatst jezelf daarmee in een traditie van Nederlandse (wederom vaak vrouwelijke) auteurs die hun lulligheid in de waagschaal durven te gooien, van Renate Dorrestein tot Mensje Van Keulen en Nicolien Mizee. Mooi lijstje om in te vertoeven natuurlijk, maar al die rommeligheid kan ook een schild worden en ik ben eigenlijk vooral benieuwd naar wat daar achter schuil gaat. Of klink ik nu te veel als een docent op de kunstacademie?

Nou goed, hou je haaks en hopelijk tot in de toekomst nog eens.

Groet,

Jonathan van der Horst

Megan van Kessel – Aardige vrouwen. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. 320 blz. € 21,99.