Sportzomer: (18 en slot) Bert Wagendorp – Fictie moet de sport redden
Verhalen maken de sport
Stelt u zich even de olympische finale 100 meter sprint voor. U weet niets van de acht deelnemers, behalve dat het mannen of vrouwen betreft die flink hard kunnen lopen. Een van de acht wint, een ander wordt laatste. En dat is het. Het is onwaarschijnlijk dat u heftig vloekend of juichend voor de buis zit. De wedstrijd is zonder omlijstende verhalen volkomen oninteressant geworden. Er is voor de kijker geen enkele vorm van vereenzelviging mogelijk met een van de atleten, en daarmee is er geen betrokkenheid en vervalt de lust om te kijken. Er zou hooguit een esthetisch of zelfs erotisch motief kunnen zijn: acht gespierde lichamen die in een heftig ritme naar de finish snellen. Zo kijkt slechts een beperkt deel van de sportliefhebbers.
Mensen die niet van sport (kijken) houden, degraderen een discipline al snel tot deze platte basis. Voetbal zijn een stel opgefokte honden die een bal in een net proberen te schieten, wielrenners een stel sprinkhanen die de hele dag in de verzengende hitte of stromende regen van A naar B rijden, tennissers verveelde rijkeluiskinderen die de hele dag een balletje naar elkaar overslaan, en ga zo maar door. Het is allemaal waar, en zo bezien is sport een volstrekt ridicule bezigheid. Het fascinerende van de mensheid en onze culturele en sociale ontwikkeling is dat we sport hebben verheven tot iets magisch en magnifieks, iets wat hele volksstammen boeit en in beweging krijgt. Iets wat emoties losmaakt, je ergens op doet verheugen, waar je euforisch of weemoedig aan terugdenkt, zelfs decennia later. Dit alles, zo betoogt Wagendorp in zijn vermakelijke lezing over de sportjournalistiek, komt uitsluitend door de verhalen.
Hoewel er al eeuwen over sport geschreven wordt in kranten en tijdschriften, is de meer verhalende sportjournalistiek zoals we die nu kennen uit boeken, achtergrondartikelen en natuurlijk alle multimediale vormen, volgens Wagendorp nog maar een halve eeuw oud. Voorheen bestonden de stukken over sport hoofdzakelijk uit wedstrijdverslagen en interviews met de sporters van dienst, die net als nu nooit veel bijzonders te vertellen hadden. Pas eind jaren 70 begon iemand als Jan Mulder, nota bene zelf oud-voetballer, op een manier over sport te schrijven die meer leek op romantisch proza dan op een zakelijk verslag. Rond die tijd verscheen ook De renner van Tim Krabbé, waarmee sport ineens het decor van een psychologische roman werd. Vanaf dat moment maakten de kranten en tijdschriften steeds meer ruimte voor schrijvers die met een vlotte pen over sport konden schrijven en die altijd op zoek waren naar de verhalen achter de atleten en wedstrijden; juist datgene wat je niet zelf op televisie of langs de lijn kon waarnemen.
Toch ziet Wagendorp de laatste decennia een bedreiging voor de sportverhalen, en dat heeft alles te maken met het miljardenfestijn dat organiserende bonden en sponsoren verdienen aan mondiale sportevenementen. Zij zullen elke vorm van verrassing en vals spel zo veel mogelijk willen uitsluiten, omdat het niet in hun belang is dat de uitkomst onvoorspelbaar is: de populairste atleten, of diegenen met de meeste marketingwaarde, zullen moeten zegevieren. Gelukkig is daar nog het publiek, en dat heeft meer macht dan menigeen vermoedt. Wanneer sport namelijk te voorspelbaar wordt, zal het volgens Wagendorp juist zijn aantrekkingskracht verliezen, en zullen de kijkers massaal afhaken. Dit is een geruststellende gedachte, en toont ook aan dat de verhalen rondom sport, in een tijd waarin elk detail en alle data overal vertoond wordt, aan waarde zullen winnen.
Sport en alle dingen daaromheen zullen steeds meer opschuiven in de richting van de fictie. De pure wedstrijd zal niet meer zijn dan een aanleiding voor de prachtigste storytelling, zoals dit tegenwoordig heet. De beroemdste sportsterren zijn degenen met het beste verhaal. Zonder goed verhaal kom je er niet eens meer in; het maakt deel uit van de strenge selectiecriteria die de topsport zijn acteurs en actrices zal opleggen.
Als ik naar de afgelopen sportzomer kijk, ben ik geneigd Wagendorp hier gelijk te geven. Het hoogtepunt van het WK voetbal was niet het naar perfectie neigende spel van de terechte wereldkampioen Spanje, maar de onverwachte opleving van Lionel Messi met Argentinië en zijn dramatisch onzichtbare rol in de finale. Voor Nederland was het de goal van Gakpo tegen Marokko, als catharsis voor het menselijk drama dat hem en zijn familie ten deel was gevallen. In de Tour de France Femmes was het niet de overmacht van Demi Vollering, maar juist het feit dat het haar de afgelopen jaren steeds net niet lukte, met alle kritiek van dien, wat haar zege uiteindelijk extra glans gaf. Bij de mannen herinneren we ons niet hoe Pogacar dominant en saai voor de vijfde keer de Tour won, maar hoe hij een maand later bloedend en versuft op het asfalt lag in de Ronde van Spanje, die na zijn vertrek uitmondde in een chaotisch en vermakelijk spektakel. Bij het hockey wonnen de altijd oppermachtige Nederlandse vrouwen een keer niet, en bij de EK atletiek triomfeerden allerlei underdogs juist wel, zoals Stefan Nillessen op de 1500 meter, die vol ongeloof over de streep kwam. Nog memorabeler was Niels Foppen, die in de kopgroep lag op de 10 km maar plots uitstapte, en nog tijdens de race bij interviewer Jeroen Stekelenburg aangaf te balen van zijn beslissing. Dit zijn de verhalen die de sport kleuren, en die niet terug zijn te zien in de droge uitslagen, datamodellen en financiën.
Deze zomer hebben onze recensenten elk de verhalen van schrijvers en sporters verteld. Van ongekende triomfen tot diepe dalen, van vermakelijke stukken tot trieste passages, de sportverhalen bevatten voor ieder wat wils. Ze laten zien hoe sport op allerlei niveaus beoefend wordt, wat het met mensen in en rondom de sport doet, hoe stressvol en ook ontspannend het kan zijn, wat je ervan kunt leren, of verleren. Met het invallen van de herfst is deze sportzomer ten einde, maar de verhalen blijven.
Willem Goedhart
Bert Wagendorp – Fictie moet de sport redden. Kees Fens-lezing. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam. 32 blz. € 12,85.
De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald. Je vindt alle afleveringen hier.
(foto Jan Mulder scoort in 1972: Hans Peters / Anefo / Nationaal Archief, CC0)