I fell in love with football as I was later to fall in love with women

Wat doe je als voetbal je leven beheerst, maar je ook aspiraties hebt als literair auteur? Dan combineer je de twee toch, dacht Nick Hornby, obsessief Arsenal-fan en begin jaren negentig nog weinig succesvol schrijver. Hoewel hij in 1992 net z’n eerste boek had uitgebracht, een verzameling essays over Amerikaanse auteurs, was het zijn tweede boek, een voetbalfanmemoire nota bene, dat zijn carrière in een stroomversnelling bracht.

Fever Pitch (in het Nederlands vertaald door Eric van Domburg Scipio als Voetbalkoorts) bleek een schot in de roos in voetbalminnend Engeland. Hornby omschrijft het boek zelf als ‘an attempt to gain some kind of angle on my obsession’. Een obsessie die gefundeerd is in een op het oog grote tegenstrijdigheid: die van een diehardvoetbalsupporter met een Cambridge-diploma.

Misschien was het juist die combinatie die ervoor zorgde dat het boek in eerste instantie een paar keer werd afgewezen door uitgevers. ‘Voetbalboeken verkopen niet,’ kreeg Hornby meermaals te horen. In het nawoord van de jubileumuitgave uit 2012 interpreteert de auteur dat net even anders: ‘Football fans are stupid, but they don’t even buy the shoddy ghost-written autobiographies we churn out. So what chance do you have, with your references to postmodernism and your Jane Austen quotes?’

Hornby groeide op in een middenklassegezin in een plaatsje net buiten Londen, een achtergrond die hij maar al te graag wil ontsnappen, en komt op z’n elfde voor het eerst echt in aanraking met voetbal. Het belang van dat moment maakt hij treffend duidelijk op de eerste pagina.

I fell in love with football as I was later to fall in love with women: suddenly, inexplicably, uncritically, giving no thought to the pain or disruption it would bring with it.

En daarmee begint zijn levensverhaal. In 1968, tussen de sigarenrook en het gescheld op de tribunes van Highbury. Een nietszeggende wedstrijd in een nietszeggende periode van Arsenal, maar voor Hornby een kantelpunt. Een moment dat de rest van zijn leven zal bepalen: zijn jeugd, zijn werk, zijn relaties. ‘I have measured out my life in Arsenal fixtures’, schrijft Hornby. ‘and any event of any significance has a footballing shadow.’

Een van die belangrijke gebeurtenissen is de echtscheiding van zijn ouders. Op het moment dat Hornby zijn eerste wedstrijd bezoekt zijn ze al uit elkaar en woont hij samen met zijn zusje bij zijn moeder. Zijn vader, die een andere vrouw heeft ontmoet, neemt hem mee naar zijn eerste wedstrijd. De wankele relatie tussen de twee is een van de rode draden in Hornby’s verhaal, met voetbal als verbindende factor.

Voetbal wordt voor Hornby dan ook de leidende metafoor, niet alleen in zijn boek, maar ook in zijn leven. Zo herinnert hij zich een wedstrijd tegen Derby in 1973, de dag nadat hij gedumpt is door zijn vriendin. ‘I was unhappy during the game . . . but not because what was going on in front of me.’ Arsenal speelde dramatisch kwam met 1-0 achter, en de zoektocht naar de gelijkmaker was zinloos, wist Hornby. ‘How could we possibly win or draw, with me feeling like this?’

Aan de hand van de vele wedstrijden die hij sinds die allereerste kennismaking heeft bezocht, eerst met losse kaartjes, later als seizoenkaarthouder, tekent Hornby zijn levensverhaal op. Dat doet hij met veel humor en zelfspot, maar hij schuwt ook de donkere kanten van zijn obsessie niet. Lange tijd worstelde hij met depressiviteit, al op jonge leeftijd, en de tribune was voor hem niet zozeer een plek van vreugde. ‘I just didn’t want to have fun at football … What I needed more than anything else was a place where unfocused unhappiness could thrive, where I could be still and worry and mope.’

Wat dat betreft was het voor hem goed toeven in Highbury in de jaren zeventig en tachtig. Zo flirtte Arsenal in 1975 en 1976 met degradatie en reikte de club in de jaren 1981-1986 tot geen enkele finale. Maar in 1987 was er een kantelpunt, niet alleen voor de club maar ook voor Hornby. Arsenal versloeg aartsrivaal Tottenham Hotspur in de halve finale van de League Cup, Hornby zag licht aan het einde van de tunnel. ‘The depression that I had been living with for the best part of the 1980s packed up and started to leave that night.’

Het betekende ook een omslagpunt in zijn obsessie met de club. ‘I stopped being an Arsenal lunatic and relearnt how to be a fan.’ Daarin zit ook de kracht van dit boek. Het geeft een inkijk in hoe diep de obsessie met een voetbalclub kan gaan en hoe fans een wedstrijd beleven. Daarnaast schetst het boek een interessant beeld van het Engelse voetbal in de jaren zeventig en tachtig. Zo vertelt Hornby  hoe hij zijdelings in aanraking kwam met supportersgeweld, zowel op als naast de tribune, en blikt hij terug op de impact van onder meer het Heizeldrama, waarbij tientallen Italiaanse voetbalsupporters om het leven kwamen na een bestorming van Liverpool-supporters.

Hornby kluste ten tijde van het Heizeldrama bij als docent Engels voor buitenlandse studenten en zou de wedstrijd samen met een aantal Italiaanse studenten kijken. Het levert een bijzondere passage op waarin over een botsing van voetbalculturen, waarin hij blijk geeft van zijn ontwikkeling als supporter. Want hoewel het om Liverpool-fans ging, schaamde hij zich als Engelse voetbalsupporter.

I knew that Arsenal fans might have done the same, and that if Arsenal had been playing in the Heysel that night, then I would certainly have been there – not fighting, or running at people, but very much a part of the community that spawned this sort of behaviour.

Valt die supporterscultuur te rijmen met literatuur? Als het aan Hornby ligt wel. ‘One can admire Muriel Spark and Bryan Robson.’ Toch was dat zeker in Engeland eind jaren tachtig, begin jaren negentig geen vanzelfsprekendheid, zoals blijkt uit een gesprek dat hij had met een collega. ‘[She] refused to believe that I watched Arsenal, a disbelief that apparently had its roots in the fact that we had once had a conversation about a feminist novel. How could I possibly have read the book and been to Highbury?’

Volgens Hornby heeft het deels te maken met de beeldvorming rondom voetbalfans in die tijd. Als voorbeeld haalt hij een aantal frases aan uit Martin Amis’ recensie van Among the Thugs, een boek van Bill Buford over hooliganisme: ‘a love of ugliness’; ‘pitbull eyes’; ‘the complexion and body scent of a cheese-and-onion crisp’. Ze zijn bedoeld om een (foutief) beeld van de typische fan te schetsen, aldus Hornby.

De recensie kwam Amis op veel kritiek te staan, onder andere in voetbalmagazine When Saturday Comes. ‘I would suggest that casting football supporters as “belching sub-humanity” makes it easier for us to be treated as such, and therefore easier for tragedies like Hillsborough to occur,’ citeert Hornby het magazine. ‘Writers are welcome at football – the game does not have the literature it deserves. But the snobs slumming it with “the lads” – there is nothing we need less.’

Als schrijvende voetbalfan voelt hij zich bijna genoodzaakt om zijn excuses aan te bieden. En ja, geeft hij toe, met zijn Cambridge-opleiding en achtergrond als schrijver is hij niet representatief voor een groot deel van de mensen op de tribune. Het klopt dat de meeste voetbalfans geen Cambridge of Oxford-diploma hebben, schrijft Hornby, maar de meeste voetbalfans hebben ook geen strafblad en mes op zak.

Dat schrijvers wel degelijk in het voetbal thuishoren heeft Hornby met Fever Pitch wel bewezen. En net als tijdens de sobere jaren zeventig en tachtig konden Arsenal-fans ook dit jaar na lang wachten eindelijk weer eens juichen, toen de Londense club de landstitel op zijn naam schreef. Wie weet zat de volgende literaire diehardvoetbalsupporter wel op de eerste rij.

Mark Bogema

Nick Hornby – Fever Pitch. Penguin Books, Londen. 256 blz. € 14,-.

De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald. Je vindt alle afleveringen hier.

(foto Ajax-Arsenal in 1970, Anefo / Nationaal Archief, CC0)