Op 15 oktober overleed in Sneek schrijver en documentairemaker Dick Walda. Walda was in 1967 gedebuteerd bij uitgeverij Sijthoff met de verhalenbundel Klein frontnieuws, volgens De Telegraaf ‘een volmaakt gave entree’. Walda, opgeleid als typograaf, publiceerde verhalen in onder meer Hollands Maandblad, Maatstaf, Gandalf en Avenue. In 1970 verscheen bij Sijthoff een tweede bundel, Dierenvrienden onder mekaar. In het eerste deel van de prozabloemlezing Verhaal nog es wat… (1973) figureerde Walda naast J. Bernlef, Jeroen Brouwers, Maarten Biesheuvel en Rudolf Geel.

In de loop van de jaren zeventig ging Walda zich meer en meer toeleggen op schrijven voor radio en televisie. Hij was onder meer verantwoordelijk voor het scenario van de dramaserie De wolvenman en schreef meer dan honderd hoorspelen. Daarnaast publiceerde hij jeugdboeken, reisboeken en boeken over overlevenden van de Tweede Wereldoorlog, zoals Amsterdam-Zuid in oorlogstijd (1986) en Trompettist in Auschwitz (1990). Ook maakte hij vele reizen naar de Sovjet-Unie, meestal in gezelschap van fotograaf Mattheus Engel, en ontwikkelde hij zich als documentairemaker.

Walda wilde met zijn werk de verhalen van gewone mensen vertellen aan andere gewone mensen: ‘Dat klinkt misschien hoogdravend, maar ik schrijf niet over of voor advocaten of artsen. Die zijn al zo fantastisch gebekt dat ze wel voor zichzelf kunnen opkomen. Ik probeer mensen die het niet zo goed kunnen zeggen, woorden te geven. Dat doe ik niet met een dik opgelegde boodschap. Want boodschappen zijn stomvervelend. Maar je kan de afhankelijkheid in allerlei situaties laten zien. Daaruit kan een nieuwe mondigheid ontstaan.’

In dat streven paste ook zijn inzet voor de Haagse kunstenaar Willem van Genk, die hij in 1981 had ontmoet. Walda fungeerde jarenlang als diens vertrouwenspersoon, ‘beschermheer’ en onbezoldigd chauffeur. Hij maakte een hoorspel en een documentaire over Van Genk (samen met regisseur Jan Keja) en publiceerde in 1997 het boek Koning der stations. Episoden uit het leven van Willem van Genk.

Jack van der Weide

(foto: Beeldbank De Boer, Noord-Hollands Archief)