Ontroerend familieportret tegen de achtergrond van het wereldtoneel

De gelauwerde Franse schrijver Emanuel Carrère begint zijn ambitieuze, vier generaties omspannende familiegeschiedenis Kolchoze met een verantwoording. Waarom zou je schrijven over je eigen kleine geschiedenis in een tijd waarin ‘we afstevenen op een historische catastrofe zonder precedent’? Of hij daarmee doelt op de klimaatcrisis, een kernoorlog of beide blijft in het midden, maar hij voorspelt weinig goeds voor de mensheid. Desondanks luidt zijn antwoord: ‘De wereld mag dan ten onder gaan, en zo te zien gebeurt dat ook, maar van wat we hebben meegemaakt op ons eigenste kleine stukje van de aarde, binnen ons eigenste kleine tijdsbestek en in ons eigenste kleine bestaan, is het aan mensen zoals ik om verslag te doen, want dat is ons vak.’
Carrère verstaat dat vak als geen ander. Lees bijvoorbeeld het ijzingwekkende De tegenstander, zijn reconstructie van hoe Jean Claude Romand ertoe kwam zijn vrouw en kinderen te vermoorden. Of V13, bekroond met de Prix Aujourd’hui, zijn kroniek van het proces over de terroristische aanslagen in Parijs van 2015. Het zijn gelaagde, meerstemmige boeken op de grens van journalistiek en fictie. Goed gedocumenteerd, vaardig geschreven, met een scherp oog voor de grijstinten tussen goed en kwaad.

En nu is er het overdonderende Kolchoze, in Frankrijk bekroond met de Prix Médicis en een bestseller: er zijn al meer dan 300.000 exemplaren van verkocht. De titel verwijst naar het spelletje dat hij en zijn zussen vroeger speelden: als vader op reis was, werden de matrassen naar de ouderlijke slaapkamer gesleept en mochten alle kinderen bij moeders slapen. Zijn moeder, de historica Hélène Carrère d’Encausse, is de spil in dit boek. Ze was een van de grootste Ruslandkenners van Frankrijk en vaste secretaris van de Académie française. Macron hield een rede bij haar uitvaart. Carrère mag zeggen dat hij slechts verslag doet van zijn eigenste kleine tijdsbestek, zijn verhaal is onlosmakelijk verbonden met de grote Europese geschiedenis. Wordt zijn familie aan vaders zijde gevormd door generaties Franse boeren, de familie van zijn moeder bestaat aan de ene kant uit Georgiërs die in 1921 hun land ontvluchten na de inval van de Sovetjetunie en aan de andere kant uit nakomelingen van adellijke families uit ‘de Almanach de Gotha’, het beroemde overzicht van iedereen in Europa met blauw bloed . Zijn overgrootvader stamt af van ‘een wijdvertakt geslacht van kleine vorsten van het Heilige Duitse Roomse Rijk, met ook nog een Zweedse, Boheemse en Italiaanse tak’. De voorouders van zijn overgrootmoeder, gravin Olga Komarovski, zijn voornamelijk van Russische adel.

Zijn stamboom is daardoor gevuld met kleurrijke figuren als Niko Nikoladze, ‘de Georgische Victor Hugo’, graaf Fjodor Komarovski, een gouverneur onder de Russische tsaar die zo’n driftig temperament had dat hij uit zijn functie werd ontheven omdat hij ‘in een slechte bui een bezoeker uit het raam had gegooid wiens kop hem niet aanstond’, Elisabeth zu Wied, de koningin van Roemenië die onder het pseudoniem Carmen Sylva gedichten, vertalingen en aforismen schreef, Nikita Panin, de koningsmoordenaar die de hand had in de dood van tsaar Paul I en, in onze tijd, Salome Zoerabisjvili, de vorige president van Georgië die inmiddels is opgevolgd door een vazal van Poetin. Net als de Georgische tak van de familie moet ook de Russische kant vluchten, maar dan vanwege de revolutie. En zo kan het gebeuren dat Carrères grootouders elkaar uiteindelijk ontmoeten in het Parijs vol arme emigrés van na de Eerste Wereldoorlog. Carrère beschrijft hun opbloeiende liefde prachtig:

Het was tussen hen een spelletje geworden om al pratend van taal te wisselen, gekheid te maken in de ene en dan weer de andere taal, zoals acrobaten van hun trapeze af vliegen op de uitgestrekte armen van hun partners. Deze polyglotte luchtacrobatiek was een goede manier om verliefd op elkaar te worden.

Rusland of Frankrijk, terugkeren of integreren: het zijn belangrijke thema’s in dit boek. Uiteindelijk valt de keus op blijven, maar de liefde voor Rusland, de Russische taal en de Russische literatuur zit diep in de familie. Dat maakt de ontgoocheling ook zo groot over het Rusland van Poetin. Waar Carrère vaak bewonderenswaardig mild kan zijn voor mensen aan de verkeerde kant van de geschiedenis, lukt hem dat in dit geval niet.

Carrère laat zijn oom Nicholas, de broer van zijn moeder, zeggen: ‘Niemand heeft meer van dat land gehouden dan ik maar nu denk ik opeens dat het verschrikkelijk is, Rusland. Verschrikkelijk.’ En hij schrijft zelf:

We hadden onszelf wijs gemaakt dat het poetinisme een misdadig politiek systeem was, gedreven door zoiets redelijk geruststellends als hebzucht. Het gaat om iets heel anders. Het gaat om de creatie van een nieuwe mens die aan de hele wereld wordt getoond: een echte Rus vervuld van wrok, agressie, grove onwetendheid en de pedanterie te hebben begrepen dat het leven de oorlog van allen tegen allen is.

Tegen de achtergrond van al dat geweld op het wereldtoneel, vergeet je soms bijna dat dit boek in de eerste plaats een familieportret is, waarin de tegelijk liefdevolle als moeizame verhouding tussen ouders en kinderen een steeds terugkerend motief is. Carrère citeert vroeg in Kolchoze met instemming Oscar Wilde: ‘Kinderen beginnen met van hun ouders te houden, als ze ouder worden beoordelen ze hen; heel soms vergeven ze hen.’ Om daaraan toe te voegen: ‘Het omgekeerde is ook waar: ouders brengen het er ook goed vanaf als zij voor hun dood hun kinderen kunnen vergeven.’ Kijk hoe mooi dit citaat veel later in het boek resoneert, als zijn moeder dicht bij de dood is: ‘Ondanks de ruzies, de verwijdering die er tussen ons was ontstaan, rekende ze op mij op het moment van haar dood, en als ik nog had kunnen bidden, zou ik hebben gebeden dat ik er klaar voor was wanneer dat moment zou komen. Dat ik mijn moeder dan recht in de ogen zou kunnen kijken en niet meer zo bang zou zijn voor de liefde tussen ons.’

Er valt nog oneindig veel meer over dit boek te zeggen, maar om tot een afronding te komen: Kolchoze zit geraffineerd in elkaar, leest als een avonturenroman, leidt voortdurend tot het hardop voorlezen van passages (knappe vertaling van Floor Borsboom!), blijkt voor een familiegeschiedenis razend actueel en is vaak erg grappig, geregeld woedend en soms zeer ontroerend. Carrère laat zijn beste vriend ergens zeggen: ‘Als je die kinderliefde niet uit het oog verliest, als die jouw kompas is, wordt het je beste boek’. Daar is hij glansrijk in geslaagd.

Esther van der Meer

Emmanuel Carrère – Kolchoze. Uit het Frans vertaald door Floor Borsboom. De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen. 428 blz. € 27.99.