De Nobelprijs voor de Literatuur 2026 is toegekend aan de Canadese schrijfster Anne Carson ‘voor haar moedige en vindingrijke oeuvre dat, in een speelse dialoog met de klassieke traditie, nieuwe vormen voor de hedendaagse literatuur heeft gecreëerd’. Dat is zojuist in Stockholm bekendgemaakt door de Zweedse Academie.

Anne Carson werd op 21 juni 1950 geboren in Toronto. Zij is dichteres, classica, essayiste en vertaalster. Haar werk kenmerkt zich door verrassende inzichten en combinaties. Ze werd eerder onderscheiden met de Lannan Literary Award, T.S. Eliot Prize en een Guggenheim Fellowship for Poetry. Aan verschillende universiteiten in Canada en de Verenigde Staten was Carson hoogleraar klassieke talen.

De laatste vertaling van werk van Anne Carson in het Nederlands verscheen vorig jaar bij Koppernik: Glas, ironie & God. In zijn recensie in de Volkskrant schreef Gertjan de Vugt: ‘Geen andere auteur rekt zo de grenzen van literaire genres op als Anne Carson. Haar werk is wetenschappelijk, filologisch rigoureus en diep lyrisch tegelijkertijd. Het is het werk van doorleefde geleerdheid.’

Op Tzum prees Jonathan van der Horst de manier waarop Carson weigerde eenduidige antwoorden te geven:

Zo is het leven immers ook niet. Ook dat is altijd rationeel, gevoelig en mysterieus tegelijkertijd. Drie elementen die Carson in haar werk telkens weer op haar hoogst eigenzinnige manier in elkaar weet te vlechten. Soms uit de bocht vliegend, dan weer diep ontroerend, maar altijd prikkelend en op het scherpst van de snede geformuleerd. Diepe buiging dan ook voor vertaler Marijke Emeis die dit unieke taaluniversum nu al een paar jaar, op een al even eigenzinnige manier, in het Nederlands weet te reconstrueren.

Volgens de uitgever wordt Carson ‘in Canada en de Verenigde Staten sinds lang beschouwd als een van de belangrijkste stemmen in de hedendaagse literatuur’. Bij Koppernik zijn ook De schoonheid van de echtgenoot, een fictie-essay in 29 tango’s en Rood. Twee romans in verzen beschikbaar.

Sinds 1901 is de Nobelprijs voor de Literatuur 119 keer toegekend, daarvan nu twintig keer aan een vrouwelijke auteur. De eerste vrouw was in 1909 de Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf, de schrijfster van Nils Holgerssons wonderbare reis. Vanaf 2018 wordt het ene jaar een vrouw, het andere jaar een man onderscheiden.

Nog nooit viel een Nederlands(talig)e schrijver of schrijfster de eer te beurt. In 1911 kreeg de in Gent geboren auteur Maurice Maeterlinck de prijs, maar hij schreef in het Frans. Tot zijn dood in 1979 werd Louis Paul Boon vaak als kanshebber genoemd. Ook de naam van Cees Nooteboom stond vaak in de lijstjes. Dit jaar zouden Stefan Hertmans en Anjet Daanje tot de genomineerden hebben behoord. De Zweedse Academie houdt de nominaties streng geheim.

De prijs wordt in december uitgereikt in Stockholm. De laureaat ontvangt 12 miljoen Zweedse kronen, ongeveer 1 miljoen euro.