Is een geschikte kerel ook een boeiend romanpersonage?

Lang geleden, toen ik examen deed van de middelbare school, waren Cicero en Sallustius de voorgeschreven auteurs voor Latijn. Wat vond ik dat saaie en taaie kost. En hoe vaak citeerde ik zuchtend Cicero’s beroemde openingszin van zijn eerste Catilinarische rede: ‘Quo usque tandem abutere, Catilina, patienta nostra’: hoe lang moesten wij arme leerlingen gekweld worden met zijn teksten? Ach, had ik toen maar de Cicero-trilogie van de Britse schrijver Robert Harris gelezen, geschreven vanuit het perspectief van slaaf en secretaris Tiro. Onder zijn vaardige handen komt het oude Rome tot leven: een zinderende tijd vol politieke intriges en afrekeningen. Smullen geblazen.

Sindsdien ben ik fan van Cicero en van Robert Harris. Bijna jaarlijks komt er een boek van hem uit, vaak met een politiek-historische achtergrond en bijna altijd is het zeer onderhoudend leesvoer. Zijn boeken leiden ook geregeld tot prachtige – en soms omstreden – verfilmingen, zoals Roman Polanski’s  An Officer and a Spy en Edward Bergers Conclave.

In zijn nieuwste boek keert Harris terug naar de tijd van de ondergang van de Romeinse republiek en de opkomst van het Juliaanse keizerhuis. Als hoofdpersoon kiest Harris deze keer voor Agrippa, de man die vooral bekend is van het opschrift op het Pantheon in Rome: M · AGRIPPA · L · F · COS · TERTIUM · FECIT. Fun fact: alhoewel de tekst betekent: ‘Marcus Agrippa, zoon van Lucius, voor de derde maal consul, heeft dit gebouwd’, is het gebouw dat wij kennen neergezet door keizer Hadrianus. Agrippa’s Pantheon is al in 80 na Christus door brand verwoest.

Agrippa is een heerlijke historische figuur voor een romanschrijver, want ondanks dat hij de grootste generaal van zijn tijd was, jarenlang de op een na machtigste man van het Romeinse Rijk was en na zijn dood werd bijgezet in het Mausoleum van Augustus, weten we bijna niks over hem. Hij liet in tegenstelling tot iemand als Cicero geen toespraken na en nauwelijks brieven. In de ruim drieduizend woorden tellende boodschap aan het nageslacht die Augustus liet aanbrengen in zijn grafmonument, noemt hij Agrippa slechts tweemaal. Dat geeft Harris enorme vrijheid.

Hij kiest in Agrippa voor de memoires-vorm: de oude generaal pent, eenzaam in zijn villa aan de voet van de Vesuvius terwijl zijn vrouw Julia (de dochter van Augustus) het in Rome heeft aangelegd met Tiberius (Augustus’ aangenomen zoon en toekomstig opvolger) – ja, het was een incestueus soepzooitje daar in het oude Rome – zijn herinneringen neer op het randje van de dood. En wat voor herinneringen: Agrippa heeft een sleutelrol bij bijna alle belangrijke gebeurtenissen uit zijn tijd. Hij speelt een doorslaggevende rol bij de roemruchte slagen van Philippi en Actium en helpt Augustus bij het uitschakelen van zijn belangrijkste politieke tegenstanders die hem uiteindelijk aan de absolute macht helpen.

Toch wil Agrippa helaas nergens net zo spannend worden als de Cicero-trilogie. Dat komt doordat Agrippa in tegenstelling tot de onverbeterlijke intrigant Cicero een door en door loyaal mens is. Waar Cicero een meester is in het politieke spel, houdt Agrippa zich er het liefst verre van. Harris probeert dat gebrek aan spanning te compenseren door de band tussen Agrippa en Augustus als een gecompliceerde vriendschap neer te zetten. Augustus vraagt veel: Agrippa  moet in het belang van de staat scheiden van zijn grote liefde en de eer voor zijn talloze overwinningen gaat voortdurend naar Augustus. Agrippa blijft altijd in zijn schaduw staan, ondanks dat hij de betere generaal is.

Agrippa lijdt daaronder, maar doet ondertussen niks met zijn jaloezie. Hij blijft zijn vriend trouw door dik en dun. Dat maakt hem tot een fijne kerel, maar niet per se tot een boeiend hoofdpersonage. In zijn eigen woorden: ‘We zaten gevangen in een ijzeren familieomhelzing, en daaraan ontsnappen was ondenkbaar. En dus waren we, net als broers en zussen die af en toe ruziën en elkaar ergeren, genoodzaakt om het telkens weer goed te maken.’

Aan het eind van het boek ziet Agrippa Augustus’ vrouw Livia aan zijn sterfbed zitten. Ze vergelijkt Agrippa met een beer en Augustus met een vos. ‘In de politiek is er eigenlijk geen keuze. Het moet de vos zijn.’ Dat geldt denk ik ook voor een roman.

Esther van der Meer

Robert Harris – Agrippa. Uit het Engels vertaald door Rogier van Kappel. Cargo, Amsterdam. 410 blz. € 24,99.