Recensie: Abdulrazak Gurnah – Verlaten
Een dubbele portie verboden liefde
De Brits-Tanzaniaanse schrijver Abdulrazak Gurnah gebruikt in Verlaten twee verhalen van verboden liefdes als hefboom om het te hebben over zijn kernthema’s: kolonialisme, migratie, ontheemding en ontwrichting. De Nobelprijswinnaar doet dat, zoals wel vaker, bedrieglijk moeiteloos, via personages die tegelijk eenvoudig zijn en toch een rijkdom aan menselijke schakeringen tonen.
Sinds Gurnah in 2021 de Nobelprijs voor Literatuur heeft gekregen, doen vertalers wereldwijd overuren om zijn werk vertaald te krijgen. Op het moment zelf was zijn werk niet of nauwelijks verkrijgbaar. In het Nederlands zijn de voorbije jaren onder meer Aan zee en Diefstal vertaald. Nu ligt ook Verlaten in de winkel, oorspronkelijk in 2005 uitgegeven als Desertion en opnieuw puntgaaf vertaald door Lucie Schaap.
In Verlaten gebruikt Gurnah twee gescheiden maar tegelijk toch verbonden tijdlijnen. De roman begint in 1899 in Oost-Afrika wanneer een Britse reiziger, Martin Pearce, gewond en uitgeput in elkaar zakt voor de deur van winkelier Hassanali. Pearce is helemaal niet het prototype van de brute Britse kolonialist die ‘bazig door de wereldgeschiedenis banjert’. Hij spreekt Arabisch en Swahili en wanneer hij Rehana, de zus van Hassanali, ziet, wordt hij hopeloos verliefd. Maar omdat hun relatie botst op de maatschappelijke en raciale conventies, moeten ze vluchten naar Mombasa.
In dit eerste deel staat het spanningsveld tussen de inheemse bevolking en het westerse koloniale systeem centraal. Dat onderdrukkende koloniale systeem wordt gesymboliseerd door plantagebeheerder Burton. Terwijl hij zijn gin in zijn glas laat walsen, kraamt hij dingen uit als: ‘De negers hier zijn bedorven door de Arabieren, door hun religie en hun… geparfumeerde hoffelijkheden’. Hij deinst er ook niet voor terug geweld of manipulatie te gebruiken om de inheemse bevolking te doen ‘gehoorzamen’. Daartegenover is de figuur van Pearce een soort bruggenbouwer, iemand die ervan overtuigd is dat de Britten later niet bepaald ‘heroïsch’ achterom zullen kijken. ‘We zullen onszelf minder vleiend gaan beschouwen. En uiteindelijk zullen we ons denk ik schamen voor sommige dingen die we hebben gedaan’, klinkt het profetisch.
Na vier hoofdstukken introduceert Gurnah plots een ik-verteller. Die leren we beter kennen in deel twee. Dat tweede deel speelt zich af in de jaren vijftig en in het begin van de jaren zestig. Ook de locatie schuift in dat tweede deel grotendeels van Kenia naar Tanzania en Zanzibar. Het is even zoeken, want Gurnah haalt alle stukken van het schaakbord en begint als het ware een nieuw spel.
Dit keer draait het verhaal grotendeels om broers Amin en Rashid en hun zus Farida. De politieke context is anders. Zanzibar evolueert richting onafhankelijkheid en er hangen spanning en een revolutionaire sfeer in de lucht. In de aanloop naar die grote maatschappelijke verschuivingen beslist Rashid om in Engeland te gaan studeren. Wanneer in zijn geboorteland dan effectief de revolutie uitbreekt, is een terugkeer uitgesloten. Rashid wordt een soort ‘banneling’. Die verhaallijn zit boordevol parallellen met het leven van Gurnah zelf.
Maar nog voor Rashid naar Engeland vertrekt en nog voor de revolutie uitbreekt, snijdt Gurnah een tweede verboden liefde aan: die tussen Amin en Jamila. Die relatie is om verschillende redenen omstreden. Zo hangt er rond Jamila een schandaalsfeer en bovendien is er een historisch beladen element. Zo was de grootmoeder van Jamila een ‘chotara’, Swahili voor iemand van gemengde afkomst. De grootmoeder in kwestie was namelijk Rehana, de vrouw uit het eerste deel die niet alleen zelf van gemengde afkomst was, maar ook een relatie kreeg met de Britse koloniaal Martin Pearce. Op die manier verknoopt Gurnah de twee verhaallijnen.
In dat verknopen van verhalen, in het verweven van de individuele menselijke verhoudingen tegen de achtergrond van de grotere historische gebeurtenissen, daar ligt de grote vertelkracht van Gurnah. Het tweede deel mag dan wat minder harmonieus in elkaar zitten dan het eerste deel – zeker de passages over het studenten- en liefdesleven van Rashid in Engeland worden wat afgehaspeld – toch zijn er maar weinig schrijvers die zo’n rijke zeggingskracht kunnen combineren met zo’n soepel proza.
Maarten De Rijk
Abdulrazak Gurnah – Verlaten. Vertaald door Lucie Schaap. Meulenhoff, Amsterdam. 352 blz. € 25,99.
