Literair schrijven in de taal van iedereen

Voor het nieuwe nummer van Privé-domein selecteerde en vertaalde Rokus Hofstede achttien teksten van Nobelprijswinnaar Annie Ernaux. Ze werden nooit eerder vertaald en nooit eerder samen gebundeld. In de laatste tekst, de Nobelprijstoespraak, komen veel elementen aan bod die in de voorafgaande teksten worden uitgediept. Ernaux schrijft over haar eenvoudige komaf, haar vroege liefde voor literatuur, haar wens om schrijver te worden, haar moeder en haar keuze voor een neutrale, objectieve schrijftrant. Belangrijk is haar literatuuropvatting, waarin ze het persoonlijke een universeel karakter wil geven. Rokus Hofstede wijst er in het nawoord op dat het adagium van de tweede feministische golf, ‘het persoonlijke is politiek’, van toepassing is op Ernaux: in haar teksten krijgt het particuliere relaas een bovenpersoonlijke geldigheid. Ernaux:

Mijn doel is niet om het verhaal van mijn leven te vertellen of om me te ontlasten van de geheimen die ik meedraag, maar een levenssituatie, een gebeurtenis, een liefdesrelatie te ontcijferen en al doende iets te onthullen dat alleen door het schrijven kan bestaan en – misschien – in het schrijven kan worden doorgegeven aan anderen, met hun eigen bewustzijn en geheugen. Wie zou durven beweren dat liefde, pijn en rouw, schaamte niet universeel zijn?

In ‘Hoe te schrijven’ vraagt ze zich af hoe ze moet schrijven zonder de wereld waaruit ze afkomstig is te verraden. Ze ontdoet zich van een verheven literaire taal vol metaforen en gebruikt bewust een neutrale, vlakke stijl met woorden afkomstig uit de volksklasse. De auteur schrijft dat ze moest schrijven over wat ze kende, over wat haar bestaan had doordrongen, over het werkelijke leven. Literair schrijven in de taal van iedereen is ‘een manier om hiërarchieën teniet te doen, om evenveel betekenis te hechten aan woorden en gebaren van alle mensen, ongeacht hun plaats in de samenleving.’

De teksten zijn thematisch en niet chronologisch geordend, maar het boek leest toch als de levensloop van de auteur. Ernaux is opgegroeid in het Normandische Yvetot, in een katholieke omgeving met ‘sociale verschillen en onrechtvaardigheden’. Zelf werd ze ook het slachtoffer van de minachting van bepaalde sociale klassen. Hier vindt de activistische inslag van Ernaux’ werk zijn oorsprong. Ze schrijft verder over haar zus, die al tweeënhalf jaar dood was toen Ernaux werd geboren en die ze dus nooit heeft gekend – een geheim dat ze toevallig te weten kwam, maar waar nooit over gesproken werd. De aangrijpendste tekst gaat over de aftakeling van haar moeder door Alzheimer: ‘Ze was niet meer de vrouw die ik altijd boven mijn leven had gekend, en toch was ze, onder haar onmenselijke gezicht, door haar stem, door hoe ze bewoog, door hoe ze lachte, mijn moeder, meer dan ooit.’

Zonder schaamte schrijft ze over haar seks- en liefdesleven, haar jaloezie. In ‘Het verdriet’ schrijft ze over de socioloog Pierre Bourdieu, wiens werk volgens haar het wereldbeeld van velen heeft veranderd: plots beseffen mensen dat hun voorkeuren afhankelijk zijn van hun sociale achtergrond. In een ietwat aparte tekst schrijft Ernaux over supermarkten en hypermarkten, een persoonlijk sociologisch relaas van het boodschappen doen in een reusachtige commerciële omgeving. Ook hier is haar maatschappijkritiek nooit veraf:

Bij een brand in Bangladesh is een textielfabriek verwoest, 112 personen zijn omgekomen, overwegend vrouwen, die werkten voor een salaris van 29,50 euro per maand. Het gebouw had negen verdiepingen, het had er maar drie mogen hebben. De arbeiders zaten erin opgesloten, ze konden niet weg.

Het werkelijke leven is een mooie aanvulling op het oeuvre van Ernaux: de bundel is gevarieerd, de stijl is sober en de teksten zijn boeiend en relevant. Rokus Hofstede heeft het Frans omgezet in een soepel leesbare Nederlandse tekst. Aangezien bij Ernaux alles autobiografisch is, ook haar romans, zal de lezer vertrouwde thema’s terugvinden. Rokus Hofstede is erin geslaagd om met zorgvuldig geselecteerde teksten een fraai portret samen te stellen. Het werkelijke leven toont dat de ervaring van één persoon betekenisvol kan zijn voor anderen, voor een grotere gemeenschap. Volgens Ernaux bestaat het intieme niet, maar wel de particuliere ervaring die door het literaire schrijven universeel wordt.

Kris Velter

Annie Ernaux – Het werkelijke leven. Vertaald uit het Frans door Rokus Hofstede. De Arbeiderspers, Amsterdam. 336 blz. € 27,99.