Held in hoofdstukken: 1 Chuck Palahniuk – Fight Club | Een fascinatie voor de kroonjuwelen
Fight Club |Een fascinatie voor de kroonjuwelen
Je kunt niet over mannelijkheid schrijven zonder eerst het vakje ‘Chuck Palahniuk’ aan te vinken. Fight Club is onmisbaar in deze context en trouwens een uitstekend boek in élke context. Je zal er niet gauw indommelen. Palahniuk schreef Fight Club met een specifieke stilistische ambitie: hij zocht een manier om de lezer sneller door een verhaal te loodsen, niet netjes van scène naar scène, maar zappend door de sleutelmomenten. Dat maakt zijn hoofdstukjes soms lichtjes verwarrend, maar ook vaak spannend. Op Fight Club zal nooit stof gaan liggen: daarvoor zit er te veel leven in dit boek.
Fight Club, David Finchers uitstekende verfilming uit 1999, met een onvergetelijke Brad Pitt als Tyler Durden, is vrij trouw aan de roman, maar morrelt aan het einde ervan en zwakt sommige elementen wat af. Dat was waarschijnlijk onvermijdelijk. Weinig filmproducenten zullen enthousiast worden van (bijvoorbeeld) hoofdstuk 26, waarin de hoofdpersoon dreigt te worden gecastreerd door zijn eigen volgelingen.
Een fascinatie voor de mannelijke crown jewels loopt sowieso als een rode lijn door dit boek. Dat begint al in het eerste hoofdstuk: waar bevindt de hoofdpersoon en ik-verteller zich als we hem leren kennen? Antwoord: op een bijeenkomst van een zelfhulpgroep voor mannen met teelbalkanker. Die groep heet ‘Remaining Men Together’: een representatief staaltje van de steenkoolzwarte humor waarin Palahniuk zijn boek drenkt.
‘The one real thing in my life’
De hoofdpersoon – Palahniuk geeft hem geen naam – gaat naar die zelfhulpgroep om samen met andere mannen te huilen en zich door lotgenoten laten knuffelen. Let wel: hij heeft helemaal geen kanker, niet aan zijn testikels en ook niet elders. Remaining Men Together is ook niet de enige zelfhulpgroep die hij bezoekt. Op andere dagen van de week knuffelt, huilt of mediteert hij met mensen die aan andere kankers lijden. Hij is vooral op zoek naar nabijheid, naar iets van menselijke warmte in zijn vrij lege leventje.
De groepen vullen die nood. Je krijgt er onverdeelde aandacht, zegt de verteller: ‘if people thought you were dying, they gave you their full attention. (…) People listened instead of just waiting for their turn to speak. And when they spoke, they weren’t telling you a story. When the two of you talked, you were building something, and afterward you were both different than before.’
Moeten we het bedrog van de hoofpersoon afkeuren? Misschien, maar hij doet er niemand kwaad mee. En niemand heeft het bedrog in de gaten… totdat Marla in beeld komt. Ook zij schuimt allerlei zelfhulpgroepen af. Ze is dus net zo’n faker als de ik-verteller, maar natuurlijk kunnen ze niets zeggen zonder zichzelf te verraden. Dit irriteert de verteller mateloos: ‘This is the one real thing in my life,’ zegt hij tegen Marla (blijkbaar zonder te merken hoe ironisch die woorden zijn), ‘and you’re wrecking it.’
Inches
Na Marla wordt ook het derde hoofdpersonage van de roman geïntroduceerd: Tyler Durden. De verteller en hij bevinden zich toevallig op hetzelfde naaktstrand (!), waar Tyler de tijd verdrijft door iets creatiefs te doen met aangespoeld hout. De alinea’s die de ontmoeting beschrijven wemelen van woorden en zinnetjes met een seksuele ondertoon: ‘driftwood’, ‘inches’, ‘the log slid in the hole’. Je hoeft niet met het vergrootglas van Sherlock Holmes op deze tekst gaan liggen om de tongue in die cheek op te merken.
De verteller is op slag gefascineerd door die onbekende man op het naaktstrand – opnieuw, hoe kun je dit lezen zonder er een vette knipoog bij te denken? – en een paar snelle plotwendingen later wonen Tyler en de verteller in hetzelfde huis. Tyler begint een seksuele relatie met Marla, tot grote ergernis van de verteller, maar doorgaans is hij daar alleen met Tyler.
En dan bedenken ze Fight Club.
Volgende aflevering:
Iedereen kent de eerste regel van de club
(Fight Club, Chuck Palahniuk, 2/3)
Mark Cloostermans
Boekenlinks:
