Niets van dat alles

Het allerallerallerleukste weetje over uitgeverijen en drukkers dat ik deze maand tegenkwam, is dat het heel veel kostbaarder en complexer is om ‘niets’ te drukken dan ‘iets’. Deze wijsheid vond ik in Leven in Mootjes van Maud Vanhauwaert, hoewel ik me afvraag of ik dat nu wel goed zeg, want wat is precies ‘in’? Deze bijzondere uitgave heeft namelijk ergens, d.w.z. iets meer rechts dan links van het midden én iets meer boven dan onder het midden, een rechthoekige uitsparing dwars door de kaft heen, als een raampje. In dat gat steekt los een opgevouwen papiertje in dundruk, als een gebruiksaanwijzing, met daarop ‘Het verhaal van mijn gat’. In dit losse papiertje – dus eigenlijk niet in Leven in Mootjes zelf, maar aan de andere kant ook weer wel, omdat het raampje waarin het papiertje zich op het moment van aanschaf bevindt, ook deel uitmaakt van de uitgave zelf – vertelt Vanhauwaert wat ze er allemaal voor heeft moeten doen om deze uitsparing in haar boek te krijgen. Het is een lang, maar bijzonder vermakelijk verhaal, waaruit blijkt dat het gat in haar boek in vergelijking met alles wat om het gat heen zit (papier, karton, inkt, tekst enz.) eigenlijk onbetaalbaar was. En dan heb je alleen nog maar dit losse papiertje gelezen.

Leven in Mootjes is in velerlei opzicht een feest. Eerst heb ik alleen maar een paar dagen naar het gat gestaard en gedacht: poehee, wat een kostbaar gat. Daarna nam ik het mee naar school om plaatsvervangend trots aan mijn leerlingen te laten zien. Velen van hen hadden begin dit schooljaar kennisgemaakt met deze bijzondere dichter tijdens het Lire Literatuurfestival van Zutphen. Daar had ze verteld dat ze bezig was met de zoektocht naar een drukker die een gat kon maken in haar boek. De jongens bekenden dat ze daar niet zoveel van hadden meegekregen tijdens haar presentatie, omdat ze destijds wat waren afgeleid door haar buik. Haar trui was die dag niet per se te kort, maar omdat ze zo enthousiast aan het springen was, toch weer een beetje wel. Toch keken ze vol bewondering naar wat ik in mijn hand had: het was haar dus uiteindelijk gelukt!

Behalve door het gat heen kijken, blijkt ook het vasthouden van het boek een compleet nieuwe ervaring. Je hebt meer grip, en tijdens het lezen voelt het echt spannend om steeds even met je vingers door en langs het gat te gaan. De zogenaamde ‘Mootjes’ zijn al eerder verschenen in De Morgen en wie Vanhauwaert volgt op sociale media heeft die wellicht ooit al gelezen. Dit is ook precies de reden waarom zij de bundeling van deze Mootjes iets extra’s wilde meegeven in de vormgeving. En dat is gelukt. Overigens is ook haar andere werk bijzonder vormgegeven. Zo is Het stad in mij een ‘boek zonder cover, losbandig én kwetsbaar’. Van Tosca is een bijzondere druk verschenen, waarbij de lezer eigenhandig de bladzijden nog moest opensnijden om het boek te kunnen lezen.

Heel charmant is het dat de raampjes in dit nieuwe boek een klein beetje trekken in de hoekjes, omdat het technisch kennelijk veel lastiger is een vierkant gat te maken dan een rond. Daardoor voel je de grens van wat nog mogelijk is op dit moment, dat je soms iets voor lief moet nemen, als je iets heel graag wilt. Ook lees je in ‘Het verhaal van mijn gat’ dat je vooral heel veel hulp en inzicht van anderen nodig hebt als je op zoek bent naar iets uitzonderlijks. Het is mooi om te zien hoe zij de mensen om zich heen enthousiast weet te maken voor haar plan en daar ook wat geldschieters tussen vindt.

En dan heb je nog de Mootjes zelf. Bij alles wat deze dichter maakt, spat het taalplezier eraf. Dat merk je al in het hilarische ‘Het verhaal van mijn gat’, maar zeker ook in de Mootjes. Er is op internet een opname te vinden waarin de dichter laat horen hoe je haar voornaam uitspreekt, niet met ‘au’, maar met ‘oo’. Haar naam spreek je dus ook als ‘Moot’ uit. Met dit boek krijg je daarom niet alleen een soort leven in stukjes mee, maar tegelijkertijd vooral de stukjes van Mauds leven. En dat is precies hoe je haar cursiefjes kunt lezen: als ‘kleine raampjes op een grote wereld’. Je vindt er allerlei bespiegelingen over het leven: het alledaagse, alles wat je tegen kunt komen op straat als je je kind naar school brengt, boodschappen doet of met vrienden afspreekt. Vanuit dat kleine, bijzondere kun je uit haar Mootjes echter ook hoop sprokkelen voor het grotere. Dat komt omdat ze met haar bijzondere blik laat zien hoe niet alles vast hoeft te liggen, hoe we met wat creativiteit elkaar kunnen helpen of bemoedigen. Vaak gebeurt dat door de ogen van haar kinderen, die met kinderlijke wijsheid met ons meekijken.

Zo is er een ontroerend Mootje over haar dochtertje dat zich afvraagt hoe het zal zijn als haar ouders er niet meer voor haar zullen zijn. Maud troost haar door te zeggen dat ze er altijd voor haar zullen zijn, waarop het dochtertje zegt dat het toch de bedoeling is dat haar ouders eerder doodgaan dan zijzelf, en dat ze zich dan afvraagt wie dan haar mamma zal zijn. Maud troost haar door te zeggen dat ze tegen die tijd wel zonder hen kan. Het meisje vraagt zich af of ze dan misschien een nieuwe moeder moet zoeken. Dat kan ook natuurlijk. Toch wil ze dat haar moeders heel oud gaan worden. Dat belooft Maud, zeker honderd jaar. Op dat moment bedenkt het kind dat ze dan wel veel ‘plooitjes’ (rimpeltjes) zullen hebben: ‘Plooitjes vind ik niet zo leuk. Ik denk dat ik dan wel zal weglopen.’ En ineens is het niet meer het kind dat getroost moet worden. Maud moet even slikken, maar dan zegt haar dochter: ‘Maak je geen zorgen, mama. Nu heb je nog maar twee plooitjes.’ Hier zie je hoe alles zomaar ineens kan omkeren.

Humor, relativering en plezier in taal en denken, maken deze verzameling Mootjes tot een kostbaar goed, misschien inderdaad omdat alles in niets kan veranderen en niets in alles. Er is maar één groot nadeel en dat is dat het boek nu al is uitverkocht bij de uitgever. Het is in beperkte oplage gedrukt, vanwege die kostbare leegte net niet in het midden van het leven. Maar wie weet, als je iedere boekhandel langsgaat, bestaat er vast een kans dat je niets zult vinden.

Dietske Geerlings

Maud Vanhauwaert – Leven in Mootjes; kleine raampjes op een grote wereld. Das Mag, Amsterdam. 176 blz. € 26,99.