Colt Bingers, de man die wij allemaal willen zijn en toch ook vooral weer niet echt

Dit wordt een enthousiast verhaal. Colt Bingers van Lionel Chouin en Pascal Jousselin zal namelijk de grappigste strip zijn die je in lange tijd gaat lezen. Het is hilarisch, over de top en van de pot gerukt, en om dat door te krijgen hoef je het album niet eens in te bladeren. Wie de achterkant van het album ziet, heeft al een idee welke kant het opgaat: de auteurs laten er geen gras over groeien en halen alles uit de kast om Colt Bingers zo groots mogelijk in de markt te zetten. Het is een pareltje, een zuiver juweel en een boeiend kleinood, daarbij ook een krachtig en opzwepend meesterwerk, een strip die de lezer in de ban houdt, een cocktail van vuurwerk, kortom: een cultstrip om van te genieten.

En ja, daar hebben ze gelijk in. Colt Bingers is een strip over een voormalige politieagent die op zoek gaat naar de moordenaar van zijn vrouw. Pure crime noir, natuurlijk, maar dan anders. Want deze Colt, de klassieke flik met een Ray-Ban en brede kin, heeft te maken met niet zomaar een moordenaar. Zijn enige aanwijzing: het is een man met één oog en één been. Op zijn motor gaat hij op jacht, om wraak te nemen. In achttien afleveringen, als in hoofdstukken, zien we Bingers de Verenigde Staten doorkruisen op zijn motor, de Magnum altijd zichtbaar vanonder zijn wapperende jasje.

De pure parodie zit in de zaken die niet binnen de kaders passen. Zo neemt Bingers onderweg een surfer dude mee, met plank en al, die hem mogelijk verder kan helpen. Het zal wel, maar het ziet er totaal bezopen uit. Later moet Bingers op de vlucht en vermomt hij zich. Niet met een andere zonnebril – dat had gekund – maar als klassieke Mexicaan, met poncho en sombrero. De lulligheid straalt ervan af, maar Bingers zelf blijft vastberaden en uiterst serieus. Daarnaast zijn er zoveel kleine details in de tekeningen gestopt, dat de oplettende lezer extra wordt beloond.

Zonder al te veel te verklappen: omdat Bingers nogal eens de verkeerde eenbenige treft, begint het bij de FBI door te dringen dat er weleens een perverse massamoordenaar kan rondrijden in het land. En daar zit een ander hilarisch verhaalgegeven: de FBI is een stelletje amateurs van heb-ik-jou-daar, en stuitend bovendien. Een agent als Scarling heb je nog niet eerder in een strip gezien: alles is totaal kut en fucking klote, ze vindt voor het gemak iedereen een flikker en noemt Bingers – die vuile hoerenzoon – zelden bij naam. De slimste van het stel is de stagiair die alleen koffie mag halen. Hun oplossingen zijn ridicuul en omslachtig. Zelfs als ze Bingers ontdekken op een countryfestival voor eenogige mannen met één been laten ze zich nog in de luren leggen. Kortom: Bingers op jacht, de FBI op zijn hielen en heel Amerika aan de televisie gekluisterd – en het wordt nog gekker.

Het scenario wemelt van de verwijzingen naar politieseries en films. Het heeft in beginsel iets weg van Brooklyn Nine-Nine en Reno 911, twee series die ook leunen op genre-specifieke clichés. Daar komt de feuilleton-opzet van pas: in ieder hoofdstuk is er een andere figuur die we kennen uit de tv-series: de ex-gedetineerde, de lone wolf en de psychopaat. Dat zie je ook terug in het tekenwerk van Chouin, dat is opgezet in twee tinten, zoals de oude pulpy politiestrips uit de jaren vijftig en zestig, met rasters en al. Het is een fijne kruising van Lewis Trondheim, Bob op ’t Land en Andi Watson.

Het dossier achterin gaat vrolijk verder waar het verhaal is gestopt, met ‘geknipte’ scènes, meningen van experts en audiocommentaar van de auteurs. Dat is leuk voor een ander moment, omdat je echt even moet bijkomen: het is zó ridicuul en over de top, dat er niet veel meer bij kan als het uit is. En dat is iets heel positiefs, want echt: wie Colt Bingers niet grappig vindt, hoeft van mij geen kerstkaart te verwachten.

Stefan Nieuwenhuis

Lionel Chouin & Pascal Jousselin – Colt Bingers, de rebel. Lauwert Uitgeverij. 108 blz. hardcover. € 29,95