Recensie: Valeria Luiselli – Begin midden einde
Een thuis opnieuw uitvinden
De in New York wonende Valeria Luiselli schrijft boeken en essays over de meest diverse onderwerpen en soms ook in uiteenlopende stijlen. In haar filosofische debuut Valse papieren – inmiddels uitgegroeid tot een cultboek – mengde ze fictie met essay, autobiografie en reisverslag. Dat was in 2012 nog vernieuwend en eigenzinnig. Met De geschiedenis van mijn tanden schreef ze een speelse, absurdistische roman over de waarde en betekenis van kunst. Haar maatschappijkritiek kon ze kwijt in Vertel me het einde en Archief van verloren kinderen: in beide boeken is ze scherp voor het Amerikaanse migratiebeleid.
Haar recente werk, Begin midden einde, is haar meest persoonlijke roman tot nu toe. Zelf bevindt Luiselli zich in het midden van haar leven: het moment waarop je aan de ene kant je kinderen het leven ziet binnengaan en aan de andere kant je ouders ziet vertrekken. In haar boek eist ze dat midden ook nadrukkelijk op:
Misschien moeten we een pleidooi houden voor het midden, het recht opeisen om ons ergens middenin te bevinden, omdat we uiteindelijk geen andere keuze hebben dan ergens middenin te zitten, vast te zitten, niet langer in staat terug te zwemmen naar de kust, maar tegelijk beseffend dat de overkant nog heel ver is. En hoe moet het dan verder?
Na haar scheiding vertrekt een moeder, een schrijfster, met haar twaalfjarige en vroegrijpe dochter naar Sicilië op zoek naar een nieuw begin. Ze probeert een nieuw verhaal te vinden, uit te zoeken hoe ze in haar eentje moeder moet zijn, hoe ‘wij’ opnieuw gedefinieerd moet worden, terwijl er altijd het gevoel van tekortschieten is. Tegelijk speelt de zorg voor haar eigen moeder die vermoedelijk aan beginnende dementie lijdt. Misschien net daarom is ze vatbaar voor een complottheorie: de Amerikaanse regering zou een grenskanaal aanleggen ter vervanging van de grensmuur tussen de Verenigde Staten en Mexico. Op Sicilië zijn er bovendien ook bosbranden en moeder en dochter leven voortdurend onder de dreiging van een vulkaanuitbarsting. Klimaatverandering zal een rol van betekenis spelen in de roman.
Moeder en dochter komen aanvankelijk terecht in het huis van een bevriend pianist die een bibliotheek heeft waarin de voltallige Loeb-collectie te vinden is: een prestigieuze tweetalige reeks met de Griekse en Latijnse klassiekers. De vroegrijpe dochter zet zich aan het lezen van Latijnse klassiekers en ontwikkelt een voorkeur voor Plinius de Jongere. Die klassieke oudheid is meteen de brug met het verleden van de familie: de Sicilaanse overgrootmoeder ‘Nanna’ die – vermomd als man en werkzaam als dagloner – een mozaïek met de beeltenis van Proteus had gevonden en stiekem meenam toen ze meewerkte aan een opgraving in de archeologische ruïnes van wat ooit een romeinse villa was geweest.
De mozaïektegel wordt van generatie op generatie doorgegeven en is door de moeder en dochter meegenomen naar Sicilië, waar ze van plan zijn het kunstvoorwerp terug te brengen naar de plaats waar het oorspronkelijk werd ontvreemd – nu een museum. Proteus is in de mythologie een veelvuldig van gedaante veranderende god die een blik had op zowel verleden, heden en toekomst. Hij vormt het filosofische raamwerk waaraan de roman is opgehangen: hij is moeilijk vatbaar, veranderlijk en kan symbool staan voor de veelvormigheid van kennis en waarheid. Hij is zowel begin, midden als einde en is een metafoor voor de metamorfose van moeder en dochter. Hij staat ook voor de kracht van mythologisch denken in het algemeen.
Begin midden einde begint eenvoudig maar groeit al snel uit tot een verhaal vol diepgang: beschouwingen over tijd, de relatie tussen moeder en dochter, geheugen, verbeelding, het vertellen van verhalen en het schrijfproces zelf. Identiteit lijkt het overkoepelende thema te zijn. Zoals ze vroeger ook al deed, vermengt Luiselli fictie met elementen uit het eigen leven en filosofische reflecties. Het is mooi dat de beste filosofische vragen door de dochter worden gesteld. Soms verschuift de focus op het grotere verhaal van migranten – ook mensen die een nieuwe thuis zoeken. Als het derde deel plots een nieuwe verteller krijgt, neemt de roman bovendien een nieuwe wending die het geheel in een ander licht plaatst. En de puzzelstukjes waarmee Luiselli werkt, komen op het einde van het verhaal misschien niet allemaal samen maar ze vormen wel de contouren van een origineel en intrigerend boek. En dat alles in een subtiele, heldere en trefzekere stijl.
Kris Velter
Valeria Luiselli – Begin midden einde. Uit het Engels vertaald door Molly van Gelder en Nicolette Hoekmeijer. Das Mag, Amsterdam. 352 blz. € 24,99.
