Nieuws: Mogen hoofdstukken over homoseksualiteit of de Holocaust verwijderd worden uit schoolmethode Neon? Neon reageert
Neon is een groots opgezet project om schoolmethodes te maken in een coöperatievorm. Uitgever Marten Blankesteijn, die eerder Blendle en de Universiteit van Nederland heeft opgericht gaf gisteren een interview aan Nu.nl en deed daarin een opvallende uitspraak:
Mag een school op basis van bijvoorbeeld levensovertuiging dan ook alle hoofdstukken over bijvoorbeeld homoseksualiteit, transgender personen, abortus of de Holocaust verwijderen?
“Ja, dat mag. We trekken de grens bij wat wettelijk niet is toegestaan. Hoofdstukken verwijderen mag, maar ze mogen bijvoorbeeld niet toevoegen dat bepaalde mensen mogen worden gedood.”
Docent, vakdidacticus en publicist Marie-José Klaver reageerde op LinkedIn:
Gaat Neon de kant van de Forum-scholen op? Alle hoofdstukken over homoseksualiteit en transgender personen mogen van uitgever Marten Blankesteijn verwijderd worden uit de methoden van Neon. Pas als groepen personen met de dood bedreigd worden is er volgens hem een probleem. Hij snapt blijkbaar niet dat er een wettelijke burgerschapsopdracht is en dat er aan het doden van (groepen) mensen onwetendheid, uitsluiting en haat vooraf gaat.
Tzum vroeg aan Michelle van Dijk – romanschrijver en medewerker bij Tzum, maar ook werkzaam bij Neon – hoe het zit.
Neon maakt complete lesmethodes waar je een volledig lesprogramma mee kunt geven, inclusief burgerschapsdoelen die bij ons in alle vakken terugkomen als kruisende leerlijnen, maar in de praktijk passen leraren hun lesmateriaal vaak aan. Bij ons is dat technisch mogelijk door een variant te maken. Zo kunnen scholen bijvoorbeeld een hoofdstuk toevoegen of vervangen omdat dat beter past bij hun leerlingen, denk aan regionale voorbeelden bij geschiedenis of aardrijkskunde. Dat moedigen we aan omdat onderwijs daar beter van kan worden. Nieuwe varianten kunnen vervolgens worden gedeeld in de Neon-bibliotheek.
Wanneer leraren hun variant maken, zien zij of ze nog steeds aan de kerndoelen van het nieuwe curriculum voldoen. Het wordt dus ook zichtbaar wanneer ze alle lesonderdelen van een bepaald kerndoel verwijderd hebben. (Overigens is dat bij burgerschap erg moeilijk, omdat wij de doelen van burgerschap, zoals gezegd, integreren in alle vakken.) Belangrijke thema’s zoals diversiteit in seksuele gerichtheid en de Holocaust zijn onderdeel van wat leerlingen volgens de kerndoelen moeten leren en een boek zonder die hoofdstukken of opdrachten voldoet niet meer aan die eisen: dat wordt in ons schrijfprogramma automatisch zichtbaar. Toch is zo’n incompleet lesboek niet uitgesloten. Een leermiddel is niet het onderwijsprogramma zelf en Neon kan niet weten wat er buiten het boek gebeurt. Misschien vindt een school de aandacht van Neon voor transgender personen te weinig en hebben ze in een samenwerking met het COC al jaren een geweldig programma met gastsprekers dat ze een veel betere invulling vinden dan een bepaalde paragraaf van Neon, die ze dan verwijderen.
In het belang van goed onderwijs hebben we ook een kwaliteitskader ontwikkeld met tien fundamenten, uitgewerkt in diverse criteria en voorbeelden. Dat kwaliteitskader is ons eigen houvast, maar kan dat ook zijn voor de leraar die een variant maakt. Wanneer varianten met andere scholen gedeeld worden in de Neon-bibliotheek, worden die varianten door onze auteursteams bekeken met het kwaliteitskader in gedachten. Naast de automatische signalering zal dan ook in deze kwaliteitscontrole worden vastgesteld dat er een belangrijk onderdeel uit de kerndoelen ontbreekt. Maar de kwaliteitscriteria gaan ook om veel andere zaken, zoals fundament 9, erkenning: ‘Leren vraagt representatie, veiligheid en toegankelijkheid.’ Hierin wordt gesteld dat leerlingen beter leren als ze zich herkennen in contexten, in mensen, in voorbeelden: ‘Neon kiest daarom contexten, personages en beelden die een brede groep leerlingen herkennen. We kiezen een variatie in achtergrond, gender, seksuele gerichtheid, cultuur, religie, lichaamstypen, beperking en thuissituatie, zonder daarbij te vervallen in het risico van stereotypering.’ Wanneer een leraar de door Neon gemaakte keuzes overboord gooit en er bijvoorbeeld negatieve stereotypes voor in de plaats zet, wordt dat dus ook gezien in de kwaliteitscontrole en dan gaat er wel een alarmbel af. Maar nog steeds verbieden we die variant niet, tenzij het gaat om strafbare feiten zoals haatzaaien en discriminatie.
Het is op zich bijzonder dat we met Neon-varianten in beeld kunnen krijgen welke aanpassingen scholen doen vanuit ideologische afwegingen. Tot nu toe kon je hier alleen naar raden, want uiteraard zijn er ook nu al scholen die bepaalde hoofdstukken overslaan. Maar hierover oordelen is niet aan een uitgever, die niet het volledige beeld heeft. Dat is aan de Inspectie van het Onderwijs, die eenvoudig kan zien of de school met een Neon-variant werkt en daarnaar kan vragen.
Hoewel we vaak vragen hierover krijgen, verwachten we niet dat scholen om deze reden voor Neon kiezen. Wie het lesprogramma wil inrichten buiten de kaders van (de burgerschaps- en socialisatieopdracht van) het nieuwe curriculum, zal dat niet zo snel zo in de openbaarheid doen. Dan maak je waarschijnlijk je eigen lessen in Google Docs of Powerpoint en niemand die met een rode vlag zwaait… Maar misschien onderschatten we deze kwestie? We bestaan als coöperatie nog maar kort. Wat we bedenken en inrichten, kan met voortschrijdend inzicht door de leden ook weer anders ingericht worden.
