Hup Holman hup

Theodor Holman mist persoonlijkheid bij jonge schrijvers en interesseert zich niet voor klimaatromans. Dat was de samenvattende kop boven het filmpje dat we vorige maand deelden en om en nabij de helft van onze lezers heeft daar genoeg aan om over de nek te gaan. Het filmpje aanklikken? Waarom zou je ook?

Hetzelfde gebeurde bij ons AI-nieuwsbericht. Daar stond een keurige link in naar het onderzoek, maar in plaats van dat te bestuderen, verzon een groot aantal reageerders zelf maar wat er precies gemeten was en waarom dat niet zou deugen. Ook werden er veelzeggende VRAGEN gesteld, die, als ze echt zouden leven bij die lezer, ook gewoon beantwoord konden worden door het linkje aan te klikken. In het eigen gelijk is het lekker woelen. Op het AI-bericht kom ik misschien later nog terug, vandaag is het tijd voor rehabilitatie van Theodor Holman.

Interviewer Roelof Bouwman vroeg hem voor Wynia’s week aan de hand van de gekrompen oplages simpelweg wat er was misgegaan met de literatuur. Ik schrijf ‘simpelweg’, maar de route naar dat antwoord is een stuk ingewikkelder. Zo ook voor Holman, die hardop associeert om tot zijn visie te komen. Die lijkt zich uit te kristalliseren op het moment dat hij opmerkt dat hij in zijn colleges altijd aan zijn studenten vraagt wat een goede schrijver maakt. Volgens Holman is het: techniek + persoonlijkheid. Aan de techniek schort het niet eens, maar de persoonlijkheid van een Willem Frederik Hermans of een Harry Mulisch kan Holman niet meer vinden.

In tegenstelling tot wat onze kop doet vermoeden spaart Holman zichzelf niet omtrent het thema ‘gebrek aan persoon’:

Ik heb het zelf ook niet hoor, laat ik de hand in eigen boezem steken. Ik denk dat het mij ook mankeert aan een grote persoonlijkheid.

Zelfs wanneer Bouwman Holman probeert te sparen door te zeggen dat hij er ook niets aan kan doen dat hij geen grote oorlog heeft meegemaakt (waarvan men blijkbaar persoonlijkheid kweekt), gaat Holman hier niet in mee:

Ik heb ouders met een oorlogstrauma gehad, natuurlijk hè. Ik heb een vriend gehad die vermoord is. Dat zou je toch ook traumatische ervaringen kunnen noemen.

Holman vindt zichzelf hoogstens dwars, maar heeft niet dat ‘magnetische’ van eerdergenoemde schrijvers: hij mist persoonlijkheid.

Bewonderenswaardig vind ik het: een probleem signaleren en vervolgens constateren dat jijzelf onderdeel bent van dat probleem. Daarmee laat je zien zonder dubbele agenda aan dat podcasttafeltje te zitten en dat je oprecht begaan bent met het onderwerp.

Vervolgens gaat Holman mee in het frame dat je eigenlijk de oorlog moet hebben meegemaakt om persoonlijkheid te krijgen. Naar zijn mening voelen schrijvers dit en gaan ze bij gebrek aan deze ervaring op zoek naar een vergelijkbare. In de tegenwoordige tijd zijn volgens hem bijvoorbeeld klimaat- en relatieproblemen de meest aangegrepen substituten. Als lezer kan Holman die problematiek echter helemaal niet interesseren. Door dit zo stellig te brengen en door 73 jaar te zijn, wordt Holman in de reacties uiteraard weggezet als boomer, dus hij had er beter aan gedaan om het zo te formuleren dat de klimaatromanschrijvers er niet in slagen hem te interesseren voor hun werk.

Dat lijkt me namelijk wat er daadwerkelijk aan de hand is: ik kan me niet voorstellen dat een liefhebber van literatuur zoals Holman bij voorbaat romans uitsluit. Hij zal voorkeuren hebben, zoals iedere lezer, maar goed werk onttrekt zich aan die voorkeuren. Ik houd niet van snoep, maar voor griotten mag je me altijd wakker maken. En Holmans kritiek op klimaatromans of -poëzie is niet alleen weggelegd voor de ouden van dagen: ook ik heb genoeg in dit subgenre gelezen dat nog het best te vergelijken valt met een aflaat: wat er ook gebeurt, de schrijvers hebben in ieder geval aan de goede kant van de geschiedenis gestaan. Van een wereldbeeld is zelden sprake, behalve dan in die zin dat de wereld een beeld aan de schrijvers heeft opgelegd.

Meer klimaatromans! zou ik namens Holman willen schrijven, maar dan authentieke versies waarin de unieke persoonlijkheid van de schrijver doorspreekt. Een oorlogsroman van Hermans was absoluut geen oorlogsroman van Mulisch, was absoluut geen oorlogsroman van Andreas Burnier. Zo wil ik mijn klimaatromans lezen. Het vorm-of-ventdebat is met de opkomst van de schrijvende AI immers allang in het voordeel van die laatste beslist.

Martijn van Bruggen